Een poolreiziger moet niet zeuren

Bernice Notenboom (49) is beroepsavonturier en poolreiziger met een missie.

Onlangs keerde ze terug uit Antarctica. „In de wildernis zie je ’n andere kant van jezelf.”

11 2011 Amsterdam; Fotografie: Mieke Meesen

De koudste plek op aarde is de Koude Pool in Siberië. Bernice Notenboom (49) reisde er een maand lang doorheen. Op ski’s. In de winter. Omdat ze wilde ervaren hoe koud vijftig graden onder nul is. Ze heeft het geweten: felle kou maakt je extreem moe en dus lag ze de eerste dagen als verlamd in haar tent zich af te vragen waar ze aan was begonnen. Maar ze ging toch verder. „Wilskracht”, zegt ze. „Als je dit doet, moet je ook niet zeuren.”

Notenboom is beroepsavonturier en poolreiziger. Ze maakte expedities naar de Noordpool en de Groenlandse ijskap, was de eerste Nederlandse vrouw die de Zuidpool bereikte en de tweede die bovenop Mount Everest stond. Eerder dit jaar verruilde ze bittere kou voor bloedhitte en voer ze met een kajak de rivier de Niger af. En onlangs vertrok ze weer voor een expeditie naar Antarctica.

Die expedities zijn geen uit de hand gelopen liefhebberij. Notenboom is een vrouw met een missie. Op haar reizen brengt ze de gevolgen van de klimaatverandering in kaart om daar zoveel mogelijk mensen van bewust te maken, via lezingen, blogs, artikelen en films. Vandaar die plastic ijsbeer, boomkikker en orka op haar koffietafel – alle drie bedreigd door de klimaatverandering. „Die herinneren mij er aan waarom ik dit doe.”

Hoe komt een mens erbij om poolreiziger te worden?

„Ooit maakte ik carrière als marketeer bij Microsoft in Amerika. Ik werkte tachtig uur per week. Die wereld inspireerde mij totaal niet. Het eerste wat ze daar van je afpakken is je creativiteit. Ik heb ruimte nodig, fysiek en geestelijk. Hier in Nederland word ik gek van dat benauwde, dat met zijn allen op een kluitje zitten en alleen maar op jezelf gericht zijn. Als kind droomde ik al van de bergen. Ik hield ervan om de natuur in te trekken, want in de wildernis zie je een andere kant van jezelf. Nadat ik ontslag had genomen bij Microsoft organiseerde ik raftingtochten door het Grand Canyon en daar had ik veel succes mee. Na tien jaar heb ik dat bedrijf verkocht en ging ik reisreportages maken voor onder meer de New York Times en National Geographic Traveller. Van National Geographic mocht ik in 2007 op expeditie naar de Noordpool. Dat was het jaar dat het ijs daar voor het eerst extreem dun was. Mensen in Groenland moesten hun sledehonden afmaken omdat de robben, die het hondenvoer vormen, wegbleven. Ik zag de breuken in het ijs en realiseerde me dat de opwarming van de aarde veel sneller gaat dan we denken. Dat heeft mijn leven een nieuwe wending gegeven.”

Hoe ging dat dan?

„Ik kwam terug van de Noordpool en had last van zeebenen, het is dan net alsof je dronken bent. Ik lag in mijn bed en ik zag mijn bed op een ijsschots staan en die ijsschots tolde in het rond. Opeens wist ik het: dit is mijn missie. Ik ga onderzoeken hoe snel het ijs smelt op verschillende plekken in de wereld, wat daar de gevolgen van zijn en daar ga ik aandacht voor vragen. In vijftien maanden tijd heb ik toen vier expedities op touw gezet: naar Siberië, de Noordpool, de Zuidpool en Groenland. De klimaatverandering is geen populaire boodschap. Mensen zeggen: we weten het nu wel. Maar als ik ze uitleg dat het veel sneller gaat dan we tot nu toe dachten, luisteren ze toch weer.”

Hoe bereidt u zich voor op een poolexpeditie?

„Veel sporten en veel buiten zijn. Ik woon een deel van het jaar in Canada waar ik met dertig graden onder nul ga skiën. Dat is pittig, maar ik ga echt niet de hele winter thuis zitten omdat het buiten koud is. Ik weet dus goed wat afzien is. Verder kun je je kleden op de kou en moet je geen domme dingen doen zoals bijvoorbeeld je handschoenen uittrekken, want dan bevriezen je vingers onmiddellijk. Je moet heel secuur zijn, want kleine fouten kunnen grote gevolgen hebben. Als je thee morst over je donzen slaapzak krijg je hem nooit meer droog. En als je je tent niet goed vastzet en de poolwind blaast hem over de ijskap, krijg je hem nooit meer terug. Je leeft onder een vergrootglas en dat is vermoeiend. Maar een poolreis is op een andere manier vermoeiend dan het gestreste leven van een alleenstaande moeder met drie kinderen en een baan. Dat zou ik dan weer niet aankunnen.”

Wat is het mooie van zo’n expeditie?

„Het is de meeste pure, naakte manier van zijn, die heel dichtbij de manier van leven van een dier komt. Het gaat alleen om essentiële vragen: heb ik nog genoeg te eten, ben ik nog warm, ben ik niet te moe, ben ik veilig? De verjaardag van je schoonmoeder en de aflossing van je hypotheek bestaan niet meer. Een poolexpeditie is als lopen in een glas melk. Alles is wit en er is niets in je omgeving dat je inspireert. Je hebt 1500 uur om na te denken. Waar vind je die luxe? Het is de ultieme meditatie. Alleen moet je niet in een echtscheiding liggen of andere ernstige problemen aan je hoofd hebben. Dan draai je door.”

En wat doet u op momenten dat het echt tegen zit?

„Nog even dieper in mezelf graven om te kijken of ik iets kan vinden waarop ik verder kan. Tijdens de expeditie naar de Zuidpool kreeg ik een infectie aan mijn bronchiën. De expeditiedokter zei dat ik de reis mogelijk niet af zou kunnen maken. Dat hakt er in hoor, als je dat te horen krijgt nadat je vijftig dagen onder barre omstandigheden aan een slee hebt gesleurd. Op zo’n moment kijk ik naar wat ik wèl heb gepresteerd. Dat ik 950 kilometer heb geskied en dat ik duizend foto’s heb gemaakt. Daar haal ik dan weer energie uit. Je moet in staat zijn om puur in het moment te leven en je doelen los te laten. Toen ik Mount Everest beklom, zei ik tegen mezelf: de top halen is bijzaak. Belangrijk is dat ik een mooie film maak over de klimaatverandering op grote hoogte.”

Is er in het leven van een beroepsavonturier nog plaats voor romantiek?”

„Mijn vriend is berggids. We hebben een relatie op afstand: ik woon in Canada en Nederland, hij in Oostenrijk. Onlangs zagen we elkaar op de kade van een Argentijnse havenstad. Hij kwam terug van een expeditie en ik vertrok naar Antarctica. We hadden drie uurtjes samen. Soms mis ik hem, bijvoorbeeld als ik iets te vieren heb. Maar verder ben ik het gewend om alleen te zijn. Ik vind het wel prettig om niet altijd iemand om me heen te hebben.”

Tijdens zo’n expeditie zijn er allerlei risico’s. Op Mount Everest verkeerde u in levensgevaar omdat u in een lawine terecht kwam. Bent u nooit bang?

„Jawel. Voor ijsberen. Die komen gewoon op je af, want die zien je als een prooi. Daarom moet je een geweer meenemen, want als het echt gevaarlijk wordt, moet je ze neerschieten. Dat mag niet, want ze zijn beschermd en daarom probeer je ze eerst weg te jagen. Tijdens mijn tocht over de Niger had ik het ook niet zo op de nijlpaarden. Nijlpaarden zijn gevaarlijker dan krokodillen, ze kunnen je gewoon vermorzelen en je weet nooit wanneer ze aanvallen. Verder houd ik me niet bezig met wat me allemaal kan overkomen. Mijn ultieme nachtmerrie is de stijging van de zeespiegel en niet ondersteboven hangen in een gletsjerspleet. Dat wij mensen iets aan de klimaatverandering kunnen doen, maar toch geen actie ondernemen: dat vind ik pas echt heel griezelig.”

    • Renate van der Zee