De moeder van de Nederlandse soap

Olga Madsen was een pionier van de soap. Voor GTST ontdekte ze acteurs die sterren zouden worden. En ze won een Gouden Beer in Berlijn.

Linda Dekker (Babbette van Veen) en Arnie Alberts (Reinout Oerlemans) liggend op bed. Deze foto is vrij van rechten voor pulbicatie bij redactionele artikelen. Naamsvermelding fotograaf verplicht: RTL

Verhalen vertellen, dat was haar voornaamste drijfveer – of dat nu films voor fijnproevers opleverde of soaps voor een groot publiek. Olga Madsen werkte in alle genres met evenveel plezier, al moest ze nog zo vaak aan verbaasde gesprekspartners uitleggen waarom uitgerekend zij, die zo’n prominente rol had gespeeld in de ontwikkeling van de Nederlandse film, was overgestapt naar de televisie en met ere het stempel „de moeder van Goede tijden, slechte tijden” droeg. En ze dus eigenlijk de moeder van de Nederlandse soap was. Ook toen ze de laatste jaren was teruggekeerd naar de film, zette ze zich nooit tegen haar soapcarrière af. In tegendeel, ze verdedigde het genre fel tegen iedereen die het waagde er op neer te zien.

Olga Madsen, die woensdag op een zelfgekozen moment overleed na een chronische longziekte, doorliep de Filmacademie en was vanaf 1970 de vaste regieassistente van de films van het pioniersduo Pim de la Parra en Wim Verstappen. Met haar organisatorische talenten vormde ze een onmisbaar tegenwicht voor het kwajongenselan van haar bazen die met schamele budgetten grootse films probeerden te maken.

Olga Madsen maakte haar eigen regiedebuut in 1974 met het filmpje Straf, dat in Berlijn werd bekroond met een Gouden Beer en in deze krant het predicaat „een puik debuut” kreeg. In de jaren tachtig werkte ze als filmproducent, regisseerde documentaires en maakte tv-registraties van artistieke evenementen, waaronder de vijf uur durende, op twee achtereenvolgende avonden uitgezonden Faust van toneelgroep De Appel.

De grote wending kwam in 1990, toen producent Joop van den Ende haar vroeg de eerste Nederlandse dagelijkse soapserie te maken – aanvankelijk gebaseerd op het Australische voorbeeld The restless years, maar al gauw met scripts van originele eigen makelij.

Olga Madsen ontwierp, samen met scenarist Rogier Proper, de opzet voor een Nederlandse versie, zette nieuwe verhaallijnen uit en vond jonge, onervaren acteurs van wie er enkelen zouden uitgroeien tot knuffelhelden van het jeugdige publiek. Zo was ze verantwoordelijk voor de doorbraak van sterren als Katja Schuurman, Antonie Kamerling, Reinout Oerlemans en Babette van Veen. Als van nature werd ze de zorgzame tv-moeder die haar ontdekkingen begeleidde bij hun onzekere entree in de glamourwereld.

In de ogen van de vaste GTST-kijkers (ruim een miljoen per avond) was Olga Madsen de Oppermachtige, die immers de beslissende stem had over het lot van alle geliefde en gehate personages. Zij bepaalde wie er bleef en wie er wegging. Allengs beheerste ze het soapambacht als geen ander en formuleerde ook een treffende definitie die het genre omschreef als een niet realistisch soort drama „waarin reële personages bijna onwaarschijnlijke verhaallijnen waarschijnlijk laten zijn”.

Dat gold ook voor de twee andere soaps die ze in de loop van de jaren negentig voor Van den Ende ging produceren: Goudkust en Onderweg naar morgen. Onder haar leiding groeide er zodoende een hele generatie jonge acteurs op met veel meer camera-ervaring dan hun gediplomeerde leeftijdgenoten die via de toneelschool waren begonnen.

In 2000 vertrok Olga Madsen als hoofd drama bij productiemaatschappij Endemol. Ze werd opgevolgd door Johan Nijenhuis, die bij haar het vak had geleerd als GTST-regisseur. Sindsdien werkte ze nog mee aan grote filmproducties als De tweeling, Bride Flight en De Storm. Allemaal verhalen die ze graag wilde vertellen. Ze was 64 jaar.

    • Henk van Gelder