De almanak en de krant

Een krant vormt haar eigen verwijskader. Op internet kun je weliswaar bij elk thema, bij elke discussie van de ene site naar de andere wippen, maar wie doet dat? En welke site is de grootste, de nobelste, de betrouwbaarste, welke past het best bij jou?

De match tussen de Dode Bomen en FC de Wolk is nog altijd onbeslist. De ene keer scoort de krant een punt, de andere keer internet, en het commentaar heeft nog het meest weg van de gemiddelde sportverslaggeving, dat wil zeggen: irrelevant achterafgelul.

Menigeen helt over naar de mening dat de gunst van de lezer uiteindelijk zal uitgaan naar internet en dat de papieren krant haar langste tijd heeft gehad. Of dit berust op realiteitszin of koffiedikkijkerij, daar wil ik af zijn. Welke onuitgesproken politiek-economische belangen op de achtergrond meespelen, het blijft bij bange voorgevoelens. Vast staat dat voor de meeste mensen internet de gedoodverfde winnaar is.

Internet zal de krant geruisloos vervangen. Al die rompslomp met papier, drukpersen en krantenjongens die om kwart over zeven nog op één oor liggen verdwijnt en we krijgen er een betere en snellere krant voor terug. Paradigmawisseling, meneertje! Een nieuwe lente, een nieuw geluid!

Ik juich het kampioenschap van internet toe. Maar er zitten haken en ogen aan.

De haak heet spindokteren, het oog heet hiërarchie.

Het publiek is wat dat betreft met de krant voorlopig nog het beste af. Zekere belangengroepen, amusementskoningen en politieke pr-bureaus misschien niet, maar wel wij, de lezers.

Wat is de waarheid? Op wie kan ik vertrouwen? Wie liegt me voor en wie niet? Aan welke feiten moet ik geloof hechten? Is meneer A. van gewicht of vindt meneer A. zichzelf alleen maar gewichtig? Welke persoonlijke belangen spelen in de voorlichting mee? Hoe staat het met interpretaties, achtergronden, wortels?

Daar heeft de krantenwereld in de loop der eeuwen een fijnmazig systeem voor ontwikkeld. En daar springt internet vooralsnog luchtigjes mee om.

De krant kent een onderlinge afhankelijkheid van abonnees, redactie, medewerkers, adverteerders, hoofdredacteur en aandeelhouders. De lezers kunnen van hun ongenoegen blijk geven door hun abonnement op te zeggen. Opzeggen kost de krant echt geld. Medewerkers kunnen de laan worden uitgestuurd omdat ze de lezers vervelen of kwetsen. Redacties vechten, al of niet in de krant, hun meningsverschillen uit. Aandeelhouders worden kritisch gevolgd. Adverteerders proberen zich een beetje te gedragen, uit welbegrepen eigenbelang. Een koppige hoofdredacteur kan talenten wegjagen, zeker, maar ook talenten binnenboord houden, soms tegen de druk van lezers, adverteerders en aandeelhouders in.

Het is allemaal vrij transparant vergeleken met internet. ‘Het staat in de krant’ valt niet zomaar te vervangen door ‘het staat op internet’. Een krant heeft gezag. Ik zeg niet dat het altijd het goede gezag is, maar gezag is er. En tegelijk heeft de lezer instinctief weet van de zwakheden van een krant. De almanak en de krant brengen de leugens in het land. De lezers zijn vertrouwd met argwaan. Dat is het werk van eeuwen geweest. Wat met de generaties die straks opgroeien met internet en geen weet meer hebben van de krant en de rol van de pers in de democratie?

Krant en internet – er blijft een beeld hangen van een omlijnd, afgebakend ding en een verwarrend, onafzienbaar labyrint. Een krant vormt haar eigen verwijskader. Op internet kun je weliswaar bij elk thema, bij elke discussie van de ene site naar de andere wippen, maar wie doet dat? En welke site is de grootste, de nobelste, de betrouwbaarste, welke past het best bij jou?

In kringen waar kwaliteit bedreigend is wordt het woord kwaliteit ook nooit uitgesproken. Er wordt alleen nog gespindokterd. Er bestaat geen hiërarchie, want iedereen is evenveel waard. Iedereen is een autoriteit. ’t Klinkt lieflijk en de grip op de lezers lijkt op internet minder groot dan in de papieren wereld, maar het omgekeerde kon wel eens het geval zijn. De mogelijkheden tot massage en manipulatie zijn daar zo groot dat internet er toe zou kunnen leiden dat we waarlijk allemaal gelijk worden. Allemaal even braaf. Allemaal netjes in de pas.

Het kan niemand ontgaan dat er op internet een enorme stuwende kracht van onderop werkzaam is om het inferieure in het middenveld te brengen – en daarna aan de top. De spionnen van de staat rukken op. De kruideniers liggen op de loer. In beroerde tijden kan een krant een verzetskrant worden. Wat met internet?

    • Gerrit Komrij