City speelbal van europolitiek na veto

Het financiële hart van Londen is tevreden met de steun die het van de regering krijgt. Toch maakt de City zich ook zorgen over de splendid isolation . „Het jachtseizoen is geopend.”

Crowds fill Oxford Street as the famous shopping road is closed to traffic for Christmas shopping in central London December 10, 2011. REUTERS/Luke MacGregor (BRITAIN - Tags: SOCIETY BUSINESS) Reuters

Is de Londense City sinds vorige week beter beschermd tegen ongewenste Europese regulering? Tijdens de EU-top eiste de Britse premier Cameron in ruil voor steun aan het nieuwe euroverdrag een vetorecht over reguleringsmaatregelen die de financiële sector zouden raken en over nieuwe bevoegdheden voor de Europese toezichthouder.

Dat vetorecht moest de Londense City beschermen tegen regulering die niet in Brits belang was. En dat is logisch: de financiële sector droeg dit jaar 63 miljard pond 975 miljard euro) bij aan de Britse schatkist (12,1 procent van alle belastinginkomsten), en er werken 1,1 miljoen mensen (3,9 procent van het totale aantal werknemers).

Toen Cameron die waarborgen niet kreeg, onthield hij zijn steun aan wijziging van het euroverdrag. Tot tevredenheid in de City, waar de eerste officiële geluiden vorige week positief waren. Stuart Fraser, bestuursvoorzitter van de City of London Corporation, noemde „de blijvende steun” van de regering „zeer welkom”. En Xavier Rolet, bestuursvoorzitter van de London Stock Exchange, zei dat de premier „helemaal gelijk had dat hij het Britse belang binnen Europa” had verdedigd.

Niettemin maakt men zich wel degelijk zorgen, al wil in de City niemand dat hardop zeggen. Want hoewel alle besluiten over de gemeenschappelijke Europese markt theoretisch door alle 27 lidstaten moeten worden genomen, wordt gevreesd dat – zeker op de korte termijn, en met het Britse veto nog vers in het geheugen – er in Brussel beslissingen zullen worden genomen zonder dat de Britten worden geraadpleegd. Bijvoorbeeld een verplichting dat bepaalde transacties alleen in de eurozone mogen plaatsvinden, waardoor Londen zou worden achtergesteld. Zoals een bankier zegt: „We zijn het stoute kind in de hoek, en mogen even niet meedoen.”

Of neem de belasting op financiële transacties. Frankrijk zou die graag willen invoeren, maar volgens de Britten schaadt een dergelijke belasting de positie van Londen als financieel centrum onevenredig, omdat 80 procent van de Europese transacties in de City plaatsvindt.

Volgens Simon Tilford, econoom bij de pro-Europese denktank Centre for European Reform, was het Verenigd Koninkrijk tot vorige week in de positie een belasting op financiële transacties tegen te houden. Ook andere lidstaten, waaronder Zweden en Ierland, zijn tegen deze zogenoemde Robin Hood-belasting.

Maar nu zijn andere lidstaten minder geneigd naar de Britten te luisteren, denkt Tilford. Sterker nog, het veto „heeft de kans vergroot dat maatregelen door de eurolidstaten worden genomen met binnenlandse, politieke argumenten in plaats van door kalme, beredeneerde beraadslagingen die in het belang van de Europese economie worden genomen. De Britse regering heeft niet weten aan te tonen dat Londen het financiële centrum van Europa is.”

Camerons optreden heeft bovendien „een langgekoesterde achterdocht bevestigd”, zegt Tilford. Terwijl andere EU-lidstaten alles doen om de macht van bankiers na de bankencrisis te beperken, heeft de City de Britse regering in zijn macht.

Ten onrechte, zegt Tilford. Hij wijst erop dat Cameron niet wil dat de City wordt uitgezonderd van verdere regulering. Zoals de premier maandag tijdens een Lagerhuisdebat ook herhaalde, wil zijn regering juist de soevereine beslissing kunnen nemen om verder te kunnen reguleren dan de meeste Europese collega’s.

Cameron onderschrijft het rapport-Vickers, dat in september verscheen. Daarin wordt onder meer voorgesteld dat banken een scheiding aanbrengen tussen de investerings- en de consumententak, en dat banken meer kapitaal in reserve houden dan ze volgens de internationale regels van Basel-III moeten.

„Niemand kan een zucht van verlichting slaken”, zegt ook Mats Persson van de eurokritische denktank Open Europe. „De financiële sector heeft nog steeds te maken met dezelfde kwesties als voor vorige week, en Cameron heeft geen enkele waarborg gekregen. Het goede is alleen dat hij heeft laten zien hoe belangrijk de City voor het Verenigd Koninkrijk is.”

Volgens Persson wordt er in Brussel op dit moment over 49 nieuwe reguleringsmaatregelen nagedacht. Die moeten uiteindelijk door een gekwalificeerde meerderheid worden aangenomen, en dus heeft de regering-Cameron bondgenoten nodig om ze te tegen te houden of aan te passen in Brits voordeel.

De regering is daar duidelijk al mee bezig. Deze week kwamen zowel de Ierse minister van Financiën als zijn Poolse collega langs in Londen, en Cameron heeft al verschillende collega’s gebeld. Vanochtend werd bekend dat de Britten waarschijnlijk als toehoorders mogen aanzitten bij de beraadslagingen over het nieuwe europact.

Dat is ook in het belang van andere sectoren van de Britse economie. Uit de verklaring die directeur John Cridland van Britse werkgeversorganisatie CBI gaf, sprak duidelijke bezorgdheid: „Het bedrijfsleven erkent de druk waaronder de premier stond, gegeven de weigering van Europese leiders de Britse zorgen te erkennen. Maar het bedrijfsleven wil ook dat de beschuldigingen over en weer snel beëindigen, zodat het Verenigd Koninkrijk snel zijn invloed in de interne markt kan veiligstellen. 40 procent van de Britse handel is met de eurozone, en duizenden banen zijn ervan afhankelijk.”

Steven Coventry, van de Britse vereniging van fabrikanten EEF, deelt die zorgen. „We hebben een sterke financiële sector nodig. Die leent ons het kapitaal dat we nu nodig hebben om te investeren.” Maar ook hij ziet „weerzin” onder EU-landen om nu naar het Britse perspectief te luisteren, en dat is voor bijvoorbeeld de dienstensector wel van belang, vindt Coventry. „Het jachtseizoen op de Britten geopend.”

Coventry vreest nog ernstigere gevolgen als het Verenigd Koninkrijk zich verder afzondert. „Invloed is moeilijk te kwantificeren. Maar wat buitenlandse fabrikanten ons de afgelopen dagen heel erg duidelijk maakten, is dat ze serieus zouden kijken naar een andere vestigingsplaats als we uit de EU zouden stappen of zelfs als we een positie als die van Noorwegen zouden hebben.”

Zo ver is het nog lang niet. „De grootste zorg op de korte termijn is de eurocrisis. Wat dat betreft was het veto irrelevant: de crisis is er niet mee opgelost.”

    • Titia Ketelaar