Chirac gaat met celstraf geschiedenis in

Gisteren schreef een Franse rechter geschiedenis: een oud-president kreeg een voorwaardelijke celstraf. Frankrijk voelt mee met de ‘mens’ Jacques Chirac.

New-elected mayor of Paris, RPR Jacques Chirac, poses at his office, 26 March 1977, in Paris City hall. Founder of the conservative Rally for the Republic movement (RPR) in 1976, Chirac was elected mayor of Paris 25 March 1977 under the banner of his new party, a position he held until 1995. Le président du RPR Jacques Chirac, élu le 25 mars 1977 à la mairie de Paris, pose à son bureau de l'Hôtel de Ville de Paris, le 26 mars 1977. Fondateur et ancien président du parti gaulliste Rassemblement pour la République (RPR), maire de Paris (1977-1995), Jacques Chirac a été Premier ministre de Valery Giscard d'Estaing de 1974 à 1976. Il retrouve Matignon de 1986 à 1988 pendant le premier septennat du président socialiste François Mitterrand. Au second tour de la présidentielle de 1988, il est battu par Mitterrand, puis élu président de la République le 07 mai 1995. AFP

Een excessieve straf voor een oude, zieke man of een overwinning voor de Franse justitie? De reacties op de veroordeling van voormalig president Jacques Chirac (79) verliepen gisteren langs vertrouwde politieke breuklijnen. Zijn medestanders op rechts vonden de straf streng en zwaar, linkse partijen waren blij dat er eindelijk, ruim vijftien jaar na de feiten, recht was gesproken.

„Als u Chirac veroordeelt, dan zegt u eigenlijk dat het land twaalf jaar lang is geleid door een kleine, onbetrouwbare boekhouder”, had een van zijn advocaten tijdens het proces nog aangevoerd ter verdediging. Hij waarschuwde dat de uitspraak „het laatste beeld” zou zijn dat de Fransen van de sterk verzwakte en verouderde Chirac meekrijgen.

Maar de rechter bleek niet onder de indruk van die argumenten, die nu als een boemerang terugkeren in het kamp-Chirac. Hij veroordeelde Chirac gisteren tot twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl zijn medebeklaagden werden vrijgesproken of maximaal drie maanden voorwaardelijk kregen.

Voor de rechter was het duidelijk: Chirac was als burgemeester van Parijs (1977-1995) verantwoordelijk voor het organiseren van een fraudesysteem met fictieve banen. Personeelsleden die werden betaald met overheidsgeld, werkten eigenlijk voor de RPR, de partij van Chirac, of waren druk met de voorbereiding van zijn campagne voor de presidentsverkiezingen van 1995.

Chirac werd schuldig bevonden aan verduistering van overheidsgeld en misbruik van vertrouwen. Chirac liet gisteravond weten dat hij de veroordeling onterecht vindt, maar niet in beroep gaat. Wellicht wil hij zo vermijden dat een beroepszaak interfereert met de campagne voor de presidentsverkiezingen, in april en mei.

Die uitspraak kwam gisteren als een verrassing. Vanaf het moment, begin september, dat duidelijk werd dat Chirac weg mocht blijven van zijn proces wegens zijn wankele gezondheid, was de media-aandacht voor het proces ingezakt.

Bovendien had het Openbaar Ministerie om vrijspraak gevraagd en had de stad Parijs al een schikking getroffen met de UMP, de opvolger van de RPR. En er leek een stilzwijgende overeenkomst te bestaan onder de politieke elite: een ex-president die veroordeeld wordt in een strafrechtelijk proces, dat is slecht voor het imago van de republiek.

Maar gisteren schreef een rechter geschiedenis: het is wél mogelijk om een ex-president een celstraf op te leggen, al is het voorwaardelijk. Zijn uitspraak was tegelijk een waarschuwing aan alle politici: jullie staan niet boven de wet.

Over het imago van Frankrijk werd gisteren weinig gediscussieerd, al werd nogal eens in de verf gezet dat het land dus wel degelijk beschikt over onafhankelijke rechters. Voor Eva Joly, zelf voormalig onderzoeksrechter en nu presidentskandidaat voor de groene partij EE-LV, bewijst de veroordeling de noodzaak van het behoud van onafhankelijke onderzoeksrechters – een systeem dat president Sarkozy wil afschaffen.

Joly riep Chirac op om ontslag te nemen uit de Conseil Constitutionnel, de grondwettelijke raad, waarin hij als ex-president zitting heeft. Voor die taak ontvangt hij een maandelijkse vergoeding van 12.000 euro, bovenop zijn samengesteld pensioen van bijna 20.000 euro.

Ook de socialistische presidentskandidaat François Hollande zei tevreden te zijn dat er eindelijk recht was gesproken in deze slepende affaire. Voor Hollande is het een duidelijk signaal dat niemand boven de wet staat. Hollande zei wel ook even te denken aan de mens Chirac, met zijn zware gezondheidsproblemen.

Zowel president Sarkozy als premier Fillon onderstreepte de „grote verdiensten” die Chirac heeft gehad voor het land, in een politieke loopbaan van ruim vier decennia. Volgens Fillon zal de veroordeling niets veranderen aan de warme gevoelens die veel Fransen voor hem koesteren. Kort na het einde van zijn presidentschap bleek Chirac de populairste ex-president ooit.

Maar ondanks zijn populariteit bij veel Fransen is Chirac na zijn presidentschap nauwelijks invloedrijk geweest, ook al omdat hij binnen de UMP een rivaal was van Sarkozy. Het laatste jaar verscheen hij steeds minder in het openbaar, ook wegens zijn slechte gezondheid. Bij zijn meest recente publieke optreden eind november maakte hij een erg verwarde indruk en bleek hij enkele nieuwe ministers niet te herkennen.

Chiracs politieke imago is definitief bezoedeld door de veroordeling. In de aanloop naar het proces werd herinnerd aan andere zaken die nooit werden opgehelderd.

Ook al probeerde zijn advocaat de veroordeling nog af te doen als een ‘accident de parcours’ van een druk en hard werkend man, Chirac staat nu te boek als de eerste veroordeelde president sinds de Tweede Wereldoorlog. Zijn naam wordt nu in één adem genoemd met die van maarschalk Pétain, die werd veroordeeld voor collaboratie met de nazi’s.

Over één ding is Frankrijk het eens: het vonnis komt erg laat, ruim vijftien jaar na de feiten. Chiracs partijgenoten legden de schuld bij een traag werkende Justitie. Maar Chirac zorgde er zelf met een wet voor dat hij als president niet vervolgd kan worden, en probeerde vanaf 2007 zijn proces telkens uit te stellen.

De oppositie wil dringend een versoepeling van de onschendbaarheid van de president, die nu zelfs niet als getuige kan worden verhoord. Links pleit voor een onafhankelijke commissie die moet oordelen of de president voor de rechter kan of moet verschijnen, om zo de stabiliteit van de republiek niet in gevaar te brengen.

    • Dirk Vandenberghe