Ban Ki-moon steekt nek uit om ingrijpen Libië

China en Rusland zijn bang om over Syrië een resolutie aan te nemen.

Het gebeurt niet vaak dat Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, in het openbaar permanente leden van de Veiligheidsraad tegen de haren in strijkt. Maar woensdag nam hij ondubbelzinnig afstand van de landen, waaronder Rusland en China, die de NAVO ervan beschuldigen dat ze in Libië te ver is gegaan.

Volgens de Russen en Chinezen gaf de NAVO een veel te ruime uitleg aan VN-resoluties, toen ze dit voorjaar begon doelen in Libië te bombarderen en daarmee bijdroeg aan de val van de Libische leider Gaddafi. Het heeft beide landen kopschuw gemaakt om over Syrië, nu de situatie daar steeds ernstiger wordt, wat voor resolutie dan ook aan te nemen. Maar Rusland heeft gisteravond tot verrassing van de andere leden van de Veiligheidsraad een VN-resolutie voorgesteld over Syrië. Andere landen in de Veiligheidsraad verwelkomen de stap van Rusland maar vinden de resolutie nog niet ver genoeg gaan.

Ban Ki-moon nam het woensdag onomwonden op voor het Atlantisch bondgenootschap. „De militaire operatie van de NAVO-troepen is strikt binnen het mandaat van resolutie 1973 uitgevoerd.” Volgens de critici bij de VN, ook landen als India, Brazilië en Zuid-Afrika, werkte de NAVO zo onder het mom van bescherming van burgers in feite aan regime change. De NAVO heeft dat altijd stellig ontkend.

Toen Ban vijf jaar geleden als VN-chef aantrad, leek hij een nogal kleurloze en vooral voorzichtige VN-chef te zijn. Maar al eerder dit jaar begon duidelijk te worden dat Ban Ki-moon geen genoegen meer nam met een bescheiden rol als bureaucraat op de achtergrond. Terwijl hij campagne voerde voor een tweede termijn van vijf jaar, schrok hij er dit voorjaar niet voor terug steun te geven aan de betogers in de Arabische wereld. Ook bemoeide hij zich persoonlijk met de crisis in Ivoorkust, waar VN-troepen de druk opvoerden op de zittende president Gbagbo die zijn verkiezingsnederlaag niet accepteerde. Rusland zou overwogen hebben vanwege dit ingrijpen zijn veto uit te spreken over een tweede termijn voor Ban. Maar dat gebeurde niet. En zo kan hij op 1 januari aan zijn tweede ambtsperiode beginnen.