Zo saai om spion te zijn, je zou er paranoia van worden

scene uit de film Tinker, Tailor, Soldier, Spy (2011) FOTO: eOne Entertainment

Tinker Tailor Soldier Spy.

Regie: Tomas Alfredson. Met: Gary Oldman, John Hurt, Colin Firth. ****

„Tinker, Tailor, Soldier, Sailor, Rich Man, Poor Man, Beggar Man, Thief.” Wat een dreiging kan er uitgaan van zo’n simpel kinderversje. Wie is er af? Wie is de baas? Of in het geval van John le Carrés beroemde spionageroman Tinker, Tailor, Soldier, Spy (1974): wie is de mol? Wie is de verrader, de dubbelspion, de matennaaier? Wie kan het beste glimlachen als een schurk?

Tinker Tailor Soldier Spy is een film geworden die drijft op sfeer en suggestie. Je zou zelfs kunnen zeggen dat zoiets ongrijpbaars als sfeer en suggestie de hele kern van het spionnenbestaan bepaalt. Niets is zeker, niets is keihard bewezen, alles is dubbelzinnig en alles kan, in een ander licht, een andere betekenis krijgen.

We bevinden ons middenin de Koude Oorlog. Het hoofdkwartier van de Britse geheime dienst is in dezelfde vaalgroene en poepbruine Oostbloktinten geschilderd als de huizen van de vijand. Het zijn grauwe jaren. George Smiley, superspion met gedwongen pensioen, wordt teruggeroepen naar ‘The Circus’ om de dubbelagent in de top van de dienst te ontmaskeren. Le Carré baseerde zijn boek op de waargebeurde geschiedenis van de Britse dubbelspion Kim Philby, die in 1963 ontmaskerd werd. Maar TTSS heeft niets van zo’n gebaseerd-op-ware-gebeurtenissen-film. Er is zelfs nauwelijks plot. De onmiskenbare spanning komt van andere dingen. Van sfeer dus. En suggestie. En de Zweedse regisseur Tomas Alfredson is daar een meester in.

TTSS is een film over paranoia en argwaan en over de saaiheid van het spionnenbestaan. Alfredson toont ons een log bureaucratisch apparaat. Alleen al dat terugkerende beeld van die goederenlift waarin elke dag de dossiers van de ene naar de andere verdieping worden vervoerd. Heen en terug. Heen en terug. Zonder er ooit iets nieuws in te ontdekken. Op dezelfde manier draait Alfredson in Smileys herinneringen ook steeds dezelfde flashbacks af. Steeds weer dat kerstfeestje. Wat is er toen gebeurd dat zich aan het oog onttrok? Wat betekende die glimlach van zijn beste vriend Bill Haydon?

Hoe retro TTSS er ook uitziet, de insteek van Alfredson is reuze modern. Door er bijna een abstracte film van te maken doet het meer aan een verhaal van Kafka denken dan aan een ouderwetse spionagefilm. En dat maakt dat de film, ondanks z’n bedaagde tempo, ook zo urgent en actueel voelt. Hij gaat over ons. Nu. Over de sfeer van angst en argwaan die we om onszelf heen spinnen.

Dana Linssen