'U vergelijkt fossielen, u mist wat er echt gebeurt in Afrika'

De Nigeriaanse minister van Landbouw en voorvechter van de Groene Revolutie in Afrika Adesina Akinwumi, reageert geprikkeld op de lessen aan Afrika: dit is ‘paternalistisch’.

De Nigeriaanse minister van Landbouw, Adesina Akinwumi, reageerde deze week nogal geprikkeld op het onderzoek ‘Tracking Development’. De belangrijkste conclusie: landbouw en het steunen van kleine boeren zijn de sleutel voor ontwikkeling. In het historische onderzoek wordt Nigeria vergeleken met Indonesië. Adesina vindt het onderzoek „paternalistisch”. Alsof in Afrika zelf niet is nagedacht.

„Als ik hier naar sommige commentaren luister, raak ik gedeprimeerd. U kijkt zover terug dat het bijna archeologie wordt. En u probeert het ene fossiel te vergelijken met het andere. En u mist wat er werkelijk gebeurt. Ieder moet zijn eigen taal spreken en als je iets wilt ontwikkelen, moet je je eigen, lokale financieringsbronnen aanboren.”

Adesina weet waarover hij praat. Hij studeerde landbouweconomie in de Verenigde Staten, maakte carrière aan internationale onderzoeksinstituten en is een onvermoeibare voorvechter van een Groene Revolutie in Afrika.

U reageerde een beetje kribbig op het onderzoek. Deelt u de conclusies niet?

„Jawel, absoluut. Afrika kan zich niet ontwikkelen zonder te investeren in het verwaarloosde platteland. Ongeveer 80 tot 90 procent van de Afrikanen is afhankelijk van de landbouw. In Nigeria werkt 70 procent van de bevolking in de landbouw. We moeten veel investeren in kleine boeren om de productiviteit te verbeteren en banen te creëren. ”

De landbouw in Nigeria heeft veel potentie. Het land was een grote voedselproducent, maar is nu een importeur van voedsel. Wat is er gebeurd?

„Nigeria stopte met het investeren in landbouw toen er in de jaren zestig olie werd gevonden. Het aandeel van de begroting dat aan landbouw werd uitgegeven, daalde dramatisch. In plaats daarvan gaf de staat alleen nog maar geld uit aan de olie-industrie. Op dit moment gaat 3 procent van de begroting op aan landbouwbeleid, dat is nog steeds veel te weinig. Het moet de belangrijkste sector worden, om banen te creëren, investeerders aan te trekken en buitenlandse uitgaven te verminderen.”

Dat klinkt mooi, maar hoe wilt u dit voor elkaar krijgen?

„Ik wil van de landbouw een lucratieve sector maken om zaken in te doen. Nigerianen zijn handelaren, maar landbouw werd tot nu toe veel te veel gezien als een ontwikkelingsprogramma. De staat had een grote vinger in de pap, van de productie van voedsel tot het transport tot de opslag en de verwerking ervan.

„Landbouw moet een business worden met de particuliere sector als de motor van de groei. De boerenstand vergrijst snel, dus moeten we landbouw aantrekkelijk maken voor jongeren. Dat is nu niet het geval, want ze hebben geen toegang tot krediet en land. Daarom willen we stukken in onbruik geraakte staatsgrond gaan verkopen. Als we de sector niet winstgevend maken, zullen jongeren er niet willen werken. Ze vinden het werk lichamelijk vaak te zwaar, dus we hebben moderne apparatuur nodig.”

Welke rol moet de staat spelen?

„De staat moet ondersteunen door de infrastructuur te ontwikkelen, belastingen te verminderen en investeerders aan te trekken. Ook moet de staat zorgen voor een betere elektriciteitsvoorziening, want dat is nu een groot probleem. We wekken nu 4.500 megawatt per jaar op, dat moet in 2015 zijn verdrievoudigd naar 14.000 megawatt. Dat willen we doen door gas- en kolencentrales te bouwen, maar ook door middel van zonne-energie en waterkracht.”

    • Toon Beemsterboer