Tijd dringt voor pensioenfondsen

De dekkingsgraad van pensioenfondsen stijgt, maar de problemen blijven. Zoals het er nu voorstaat, moeten heel veel fondsen gaan korten. Vijf vragen over de pensioenproblemen.

Goed nieuws. De pensioenfondsen staan er een beetje beter voor, meldt De Nederlandsche Bank die toezicht houdt op de 432 pensioenfondsen in Nederland.

Van eind september tot eind november steeg de gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen van 94 naar 97 procent. De dekkingsgraad meet de financiële gezondheid van fondsen. Hoe hoger, hoe beter.

Op de financiële markten profiteerden pensioenfondsen van twee gunstige ontwikkelingen: de aandelenkoersen én de rente stegen. Aandelenindices wonnen in oktober en november ongeveer 7 procent. Tegelijk steeg in die maanden de rente van 2,9 naar 3,1 procent. Tot zover het goede nieuws. Want de fondsen zijn niet uit de problemen. Zolang de dekkingsgraad onder de 105 procent is, hebben ze te weinig geld om pensioenen nu en later te betalen.

1Hoeveel pensioenfondsen hebben financiële problemen?

Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) hebben 261 pensioenfondsen een tekort. Bij die fondsen zijn 5,1 miljoen werknemers aangesloten en 2,5 miljoen gepensioneerden. Eind september hadden nog 276 pensioenfondsen een tekort. Maar de problemen zijn nog niet over. In december zijn zowel de aandelenkoersen als de rente weer gedaald. Adviesbureau Mercer presenteerde gisteren actuelere cijfers. Mercer schat dat de dekkingsgraad op dit moment alweer gedaald is tot 95 procent, van 97 procent eind november dus.

2Worden de pensioenen dan nu echt gekort?

Waarschijnlijk wel, maar dat is afhankelijk van de koersontwikkeling op de financiële markten. Pensioenfondsen die op 31 december een dekkingsgraad hebben van minder dan 105 procent, moeten hoogstwaarschijnlijk volgend voorjaar aankondigen in 2013 te korten op de pensioenen. Dat komt omdat ze dan langer dan drie jaar in de problemen zitten.

Eind 2008 hadden 340 pensioenfondsen ook al lage dekkingsgraden. Toen kregen die pensioenfondsen extra tijd (5 jaar in plaats van 3) om weer gezond te worden. Die tijd raakt op, en gezond zijn de meeste nog steeds niet. Daarom moeten tientallen en misschien honderden fondsen dit voorjaar aankondigen in 2013 te korten op pensioenuitkeringen. Mochten de financiële markten in 2012 opbloeien, dan kunnen ze afzien van de korting. Blijft de situatie echter zoals nu, dan verwacht Mercer kortingen op pensioenen van zo'n 6 procent gemiddeld.

3Waarom zijn pensioenfondsen afhankelijk van de beurs?

Pensioenfondsen zijn gevoelig voor hoe de beurzen het doen, maar ook voor de rente op langlopende leningen. Als de aandelenkoersen stijgen, worden de bezittingen van pensioenfondsen meer waard. Dat is goed nieuws, want daardoor hebben ze meer geld om pensioenen te betalen.

Een lage rente is echter ongunstig voor pensioenfondsen. Dat zit zo. Als de rente laag is, groeit de waarde van de pensioenpot minder snel. Maar dat geldt niet voor de verplichtingen die pensioenfondsen hebben. Die verplichtingen zijn de pensioenen, die fondsen in de toekomst moeten uitbetalen. De verhouding tussen de waarde van de beleggingen en van de verplichtingen wordt in jargon de dekkingsgraad genoemd. Om de verplichtingen bij een lage rentestand toch waar te kunnen maken, moeten pensioenfondsen bij een lage rente daarom meer geld opzij zetten.

Pensioenfondsbestuurders klagen over de lage rentestand. Als ze mochten rekenen met een hogere rente, dan zou hun dekkingsgraad meteen verbeteren. Ze vinden dat ze beleid moeten voeren op basis van dagkoersen. DNB en veel economen stellen echter dat die rente wel eens jaren (of decennia) laag kan blijven. Nu anders rekenen, schuift de rekening door naar jonge generaties.

4Zijn er andere oplossingen dan korten?

Andere oplossingen helpen niet, of niet genoeg. Probleemfondsen compenseren gepensioneerden al niet meer voor de inflatie (in jargon: indexatie). Het verhogen van premies verbetert de dekkingsgraad maar marginaal. Bovendien zijn de premies al historisch hoog. Bijstorten is ook moeilijk. De meeste werknemers vallen onder bedrijfstakpensioenfondsen. Die kunnen bedrijven in de sector geen bijstorting opleggen. Dat kan bij ondernemingspensioenfondsen wel. Wat wel helpt: de jaarlijkse pensioenopbouw verminderen, wat neerkomt op een korting op termijn.

5Helpt het onlangs gesloten pensioenakkoord dan niet?

Slechts gedeeltelijk. In het pensioenakkoord, dat in 2014 moet ingaan, spraken vakbonden en werkgevers af de pensioenleeftijd van de aanvullende pensioen te verhogen naar 67 in 2025. Dat is in lijn met de verhoging van de leeftijd voor de AOW. Als de pensioenleeftijd stijgt, dan verbetert de dekkingsgraad meteen. Fondsen hoeven dan immers minder pensioen uit te betalen. Maar dat is waarschijnlijk niet genoeg om de tekorten te verhelpen.