Thieme: 'Die senatoren denken toch juridisch?'

Marianne Thieme hoopt dat de senaat komende week serieuzer ingaat op haar wetsvoorstel. „Het debat was niet anders dan in de Tweede Kamer.”

Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) geeft niet op. Eergisteren bleek dat de senaat haar initiatiefwetsvoorstel om onverdoofd slachten te verbieden niet steunt.

Wat gaat u nu doen?

„Ik geef nog niet op. Het debat gaat komende week verder.”

Maar de kaarten lijken geschud: een meerderheid is tegen.

„Kan zijn. Maar ik hoop dat de senatoren het juridische bouwwerk dat mijn wet is, nog wel willen doorgronden. Juristen zeggen dat ook tegen mij: jammer dat de senatoren dat hebben nagelaten. Ze hebben het Tweede Kamerdebat overgedaan, terwijl ik benieuwd ben waarom ze zo tegen dat amendement zijn dat hun eigen partijen aan de wet hebben gehangen. Geef me sterkere argumenten. Die senatoren denken toch juridisch?”

Waarom bent u niet blij met het compromisvoorstel van staatssecretaris Bleker? Hij wil de omstandigheden in Joodse en islamitische slachthuizen verbeteren zonder een generiek verbod. Mooi toch?

„Dat is me te makkelijk. Ik maak dit kabinet mee op bijna dagelijkse basis. Ik weet: dat soort dingen zeggen hij en zijn collega’s voortdurend. Dat is kabinetsbeleid: ‘Laten we de industrie aansporen wat beter op de dieren te passen’. Maar doorbijten doen ze niet. Ze laten het aan de markt over. Ik zeg: als je werkelijk iets wilt doen aan de verbetering van dierenwelzijn, is dat niet genoeg.”

Hij sprak ook over vergunningen intrekken.

„Daar sprak hij over, ja. Maar vergunningen verstrekken en intrekken is erg moeilijk als je de wet niet verandert. Daarom ben ik met deze wetswijziging gekomen, om juist dat te doen: de wet veranderen.”

U stemde gisteren voor uw motie van wantrouwen tegen Bleker. Voelde dat als een zoete wraak?

„Nee. Zo voelt dat niet. Bleker en ik moeten toch ook samenwerken, niet alleen tegen elkaar. Volgende week zit hij weer naast me in de Eerste Kamer, om het initiatiefwetsvoorstel toe te lichten. Zo is het ook.”

Senatoren maakten er in het debat een punt van dat u niet mee ging naar een Joods slachthuis om zelf te zien hoe ze daar werken.

„Dat vind ik een vreemd verwijt. Vooral ook omdat ze tegelijk bleven zeggen dat je zo’n verbod als dit niet mag baseren op emoties. Dat ben ik met ze eens. Daarom ben ik dan ook met zo’n zorgvuldig in elkaar gezette wet gekomen. Ik heb me op de hoogte gesteld van alle wetenschappelijke inzichten die over de slacht bestaan. Ik baseer me op feiten, dat lijkt me belangrijk. Ik zou ook kunnen zeggen: ik vind het gewoon zielig voor de dieren. Maar dat doe ik niet. Ik heb volgens mij overtuigend weten aan te tonen dat dieren aanzienlijker meer lijden als hun slachter zich houdt aan de religieuze regels, dan als ze aan hun einde komen in de bio-industrie.”

Maar bent u niet blij dat zo veel politici, ook in de senaat, zich door dit verbod hebben uitgesproken tegen de uitwassen van de industriële slacht?

„Natuurlijk ben ik daar dankbaar voor. Het gaat goed met het bewustzijn over het leed dat wij dieren berokkenen. Maar dat laat onverlet dat de praktijk van de onverdoofde slacht gewoon blijft bestaan als de senaat tegenstemt. Ik zal het er niet bij laten zitten. Desnoods kom ik met een nieuw wetsvoorstel.”

    • Pieter van Os