'Strenge regels veranderen niets'

Belgische politici willen na de moordpartij van Nordine Amrani snel strengere voorwaarden voor vervroegde vrijlating van gedetineerden. Criminoloog Brice De Ruyver wijst op de nadelen daarvan.

Noradine Amrani, die afgelopen dinsdag in Luik vijf mensen doodde – een van de gewonden overleed vandaag – en zelfmoord pleegde, was vorig jaar vervroegd vrij gekomen uit de gevangenis. Onder voorwaarden: hij mocht geen alcohol drinken of drugs gebruiken en een ‘justitieassistent’ controleerde dat. Maar een verbod op wapenbezit hoorde niet bij de voorwaarden, ook al waren er in 2007 zijn huis zware wapens ontdekt en stond hij bekend als een wapenfreak.

De nieuwe Belgische regering, die al van plan was om de voorwaarden voor vervroegde vrijlating strenger te maken, zei gisteren dat de nieuwe regels er nóg sneller zullen komen.

Maar had dat in dit geval iets uitgemaakt? Nee, zegt de Gentse criminoloog Brice De Ruyver. „Een jaar eerder of een jaar later zou voor deze man geen verschil hebben gemaakt. Hij wilde niet terug naar de gevangenis. Als iemand zich dat heeft voorgenomen, verander je daar niets aan door strenge regels.”

Afgelopen voorjaar was er ophef in België over de vervroegde vrijlating die eraan zat te komen voor Michelle Martin, de ex-vrouw en medeplichtige van kindermoordenaar Marc Dutroux. Dat ging niet door omdat het Franse klooster dat haar onderdak zou bieden – een van de voorwaarden – op die beslissing terugkwam.

België kreeg fors strengere regels voor vervroegde vrijlating nadat was gebleken dat Dutroux zelf in 1992 eerder was vrijgekomen: hij zat toen vast voor verkrachting van minderjarigen en was nog niet met moorden begonnen.

„Dat was een andere tijd”, zegt De Ruyver. „Toen besliste de minister over zo’n vrijlating en dat ging gepaard met politiek gelobby. Het was niet fraai, het systeem vroeg erom om gemanipuleerd te worden. Een sluwe man als Dutroux deed dat.”

Daarna kwamen er commissies die over vervroegde vrijlating beslisten en sinds 2006 zijn er speciale ‘strafuitvoeringsrechtbanken’. Gevangenen kunnen in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating als ze een derde van hun straf erop hebben zitten – maar alleen na een positieve beoordeling van de gevangenisdirectie en onder voorwaarden.

Is het een goed idee om de regels strenger te maken?

De Ruyver: „De herziening die in het regeerakkoord staat, zal aan de praktijk niks veranderen. Als je dat zegt, maak je jezelf iets wijs. De praktijk ís al streng. Het komt bijna nooit voor dat zware misdadigers al vrij komen voordat ze tweederde van hun straf hebben uitgezeten. Er is ook een grote groep, zoals vaak de seksueel delinquenten, die liever de hele termijn uitzit. Want dan is er geen enkele voorwaarde meer. Dat is heel gevaarlijk. Maar ik begrijp de reactie van politici wel. Mensen verwachten een oplossing als er zoiets gebeurt als in Luik.”

Een oplossing is er niet?

„Hoe moet je je als samenleving wapenen tegen zulke extreme vormen van geweld? Laten we eerlijk zijn: ik zie niet goed hoe je het kunt afstoppen als iemand in zijn hoofd heeft gehaald om er een punt achter te zetten en zoveel mogelijk mensen mee te slepen. Maar in de gevangenissen weten ze nu al dat het moeilijker wordt om vervroegd vrij te komen, nog los van de plannen van de regering. Want zo gaat dat. De magistraten die erover beslissen, zijn mensen zoals u en ik. Maar we moeten niet vergeten dat er veel gedetineerden zijn die de mogelijkheid aangrijpen om weer op het goeie pad te komen. Als je dat weghaalt, maak je gevangenissen onleefbaar. Welk belang heb je dan nog om je aan te passen? Je zult de agressie zien stijgen, de stakingen, de wanhoopsdaden.”

Bij Amrani’s voorwaarden voor vrijlating was geen wapenverbod. Er is dus wel iets serieus fout gegaan?

„Het is niet normaal als de strafuitvoeringsrechtbank er geen rekening mee houdt dat iemand een wapenfreak is. De bedoeling is dat je die voorwaarden aanpast aan de persoon om wie het gaat. Het feit dat Amrani in hoger beroep was vrijgesproken voor wapenbezit, doet er niet toe. Je kijkt naar de gedetineerde en zijn omgeving. Hij mocht geen alcohol drinken, maar er was niks dat erop wijst dat hij daar een probleem mee had. Het was een stereotype voorwaarde. En daar is het verkeerd gelopen.”

De regels zijn niet fout, maar de uitvoering – in dit geval?

„Wat er is gebeurd, gaat helemaal in tegen de filosofie van de voorwaardelijke invrijheidstelling. In dit concrete geval is daar niks meer tegen te doen. Maar we moeten af van die stereotype benadering van de voorwaarden.”

De Vlaamse advocaat Jef Vermassen zei gisteren op de Nederlandse televisie dat gedetineerden in Wallonië sneller vrij komen dan in Vlaanderen. Is dat zo?

„Dat weet ik niet. Ik ken daar geen cijfers over en ik ben er vrij zeker van dat Jef Vermassen die ook niet heeft.”