Senaat smoort slachtverbod

In de week voor Kerstmis zal het voorgenomen verbod op onverdoofd slachten sneuvelen. Op 20 december zet de Eerste Kamer de behandeling voort van het initiatiefwetsvoorstel van de Partij voor de Dieren (PvdD) waarmee dit verbod zou worden bekrachtigd. Mits het een meerderheid zou halen. En dat zit er niet meer in, zo bleek eergisteravond in een debat in de Senaat, dat tot in de nachtelijke uren voortduurde.

Wat in de Tweede Kamer nog een politiek succes was voor deze kleine politieke partij, dreigt nu uit te draaien op een deceptie voor degenen die menen dat het zonder verdoving slachten de dieren onnodig leed berokkent. De wetgever was daarvan eigenlijk al overtuigd: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren verplicht tot bedwelming voordat het mes in de keel wordt gezet, maar maakt een uitzondering voor ritueel slachten, een uitzondering speciaal voor moslims en gelovige joden.

In die kringen bestaan grote bezwaren tegen het verbod. In de Eerste Kamer tekent zich nu een ruime meerderheid af die zich daarvoor gevoelig toont. Die godsdienstvrijheid stelt boven het leed dat dieren wordt aangedaan.

Verrassend genoeg behoren VVD, PvdA, D66 en wellicht SP en GroenLinks daarbij. Verrassend, omdat deze partijen, net als de PVV, in de Tweede Kamer het voorstel van de PvdD wél steunden, tegenover een minderheid van de confessionele partijen (CDA, ChristenUnie en SGP). Die meerderheid was ruim: 116 tegen 30. Al telden PvdA en PVV ook toen al ‘dissidenten’. Dat was een signaal hoe de gevoelig deze kwestie ligt.

De Eerste Kamer verlost het kabinet van het dilemma of het de wetswijziging zou contrasigneren terwijl de kleinste regeringspartij, het CDA, het er niet mee eens is. Verantwoordelijk staatssecretaris Bleker (CDA) toverde gisteravond een compromisvoorstel uit de hoed: hij gaat met islamitische en joodse slachterijen praten hoe het dierenleed toch kan worden verzacht. In een Senaatsmotie van de PvdA wordt hetzelfde beoogd, terwijl GroenLinks en SP met voorstellen kwamen om het dierenwelzijn voorafgaand aan álle slacht te verbeteren. Maar voor de voorstanders van een verbod op onverdoofd slachten zullen dit niet veel meer dan doekjes voor het bloeden zijn.

Als de Eerste Kamer meent dat het voorstel van de PvdD wetstechnisch mankementen vertoont, heeft zij een punt. Maar verder waren de argumenten pro en contra al bekend toen de Tweede Kamer het voorstel goedkeurde. Het is goed dat Kamerleden zeker in zulke situaties stemmen zonder dat zij zich aan fractie- of partijdiscipline gebonden voelen. Maar het blijft jammer dat de direct gekozen volksvertegenwoordigers bij zulke politieke vraagstukken worden overstemd door een orgaan dat geen rechtstreeks mandaat van de kiezers heeft gekregen.