Segregatie

Segregatie is goed. Rassenvermenging is fout, daar komt alleen maar ellende van. Althans, in het onderwijs. Dat was grof gezegd de uitkomst van een onderzoek uit 2010 naar leerprestaties van leerlingen op gemengde scholen, verricht door socioloog Jaap Dronkers. Op deze scholen presteren zowel allochtone als autochtone leerlingen slechter dan op geheel zwarte of witte scholen. Wat kan hiervan de oorzaak zijn? Een deel van het antwoord is misschien te vinden in het recent verschenen boek Het land van verlangen, van Nico Keuning, docent Nederlands op de Hogere Economische School van Amsterdam. Keuning merkte op dat allochtone en autochtone leerlingen niet met elkaar omgaan, ze bewegen zich in gescheiden werelden. Voor zijn boek portretteerde hij enkele van deze allochtone leerlingen en kwam zo tot het beeld van jonge mensen die een kloof te overbruggen hebben tussen een oorspronkelijke cultuur en een ‘vreemde’, autochtone cultuur op school. Die overbrugging is voor veel van deze leerlingen vaak te zwaar, en leidt tot uitval of een – al dan niet zelfverkozen – uitsluiting uit het studentenmilieu

Wat die boeken en onderzoeken vooral duidelijk maken is hoe groot de afstand is tussen wens en werkelijkheid. We willen gemengde scholen, maar leerlingen presteren beter op scholen met een redelijk etnisch homogene samenstelling. Dat is vervelend, want dat strookt niet met het plan dat we voor Nederland in gedachten hebben, we willen een potpourri van afkomst en cultuur worden, te beginnen op scholen.

Mijn middelbareschoolcarrière was idyllisch. Ik zat op een school waar de verhouding ongeveer 60 procent zwart en 40 procent blank was. De idylle werd verstoord toen ik ging studeren. Plotseling was ik de enige Marokkaan in een klas. Ik trok voornamelijk op met de andere allochtoon bij mij in het jaar, een sympathieke Pakistaanse jongen. Twee jaar later gaf ik de brui aan het hoger onderwijs en besloot ik via een omweg in de journalistiek en literatuur terecht te komen.

Het is verleidelijk om nu te denken dat ik het niet uithield omdat ik verscheurd werd door culturen. Maar dan kijk ik terug op mijn tijd op de middelbare school, waar een groot deel – zo niet het merendeel – van mijn vrienden autochtoon was. Ik kwam bij ze thuis, ging met ze uit, speelde voetbal met ze, rookte mijn eerste jointje met ze. Waarom voelde ik mij tussen deze jongen niet ‘verscheurd’ of ‘ontheemd’? Ik denk – en dit is een gok, ik ben socioloog noch psycholoog – omdat we uit een zelfde soort milieu kwamen. Amsterdammers, werkloze ouders (hadden ze wel een baan, dan was het vaak buschauffeur of stratenmaker), een harde straatschoffiesmentaliteit: eigenlijk alles wat ons jongens en meisjes tot typische producten maakt van achterstandswijken/zwarte wijken/Vogelaarwijken – whatever.

Dat vertrouwde milieu miste ik heel erg toen ik ging studeren. Ik was de toffe Jordy’s, Danny’s en Sjonnie’s gewend. Met die sufferds uit de provincie kon ik echt helemaal niets beginnen.

    • Hassan Bahara