Schaatsers dromen van nieuw ijspaleis

Voor 100 miljoen euro moet in Heerenveen een nieuw ijsstadion komen, stelt de stuurgroep Nieuw Thialf. In de rest van de wereld is het schaatsen veel minder waard.

Misschien gaf sportminister Edith Schippers (VVD) wel een belangrijk zetje, toen ze onlangs verklaarde dat een nieuw ijsstadion niet per se in Heerenveen hoeft te staan. Na jaren van twijfel tussen renovatie van het huidige Thialf en nieuwbouw kwam er gisteren duidelijkheid uit Friesland. Renovatie is niet langer aan de orde. Heerenveen moet in 2015 een nieuwe ijshal hebben, stelt de stuurgroep Nieuw Thialf waarin ook provincie Friesland en gemeente Heerenveen vertegenwoordigd zijn.

‘De snelste en duurzaamste laaglandbaan ter wereld’ komt volgens de Friese plannen aan de A32, naast het Abe Lenstra Stadion van voetbalclub Heerenveen. Het biedt plaats aan 14.400 toeschouwers, beschikt over een trainingshal en een multifunctionele hal, ook te gebruiken voor ijshockey en shorttrack. De geraamde kosten bedragen 100 miljoen euro, waarvan tot nu toe nog niet de helft is gedekt. Naast provincie (40 miljoen), bedrijfsleven (20 miljoen) zal ook minister Schippers met 40 miljoen over de brug moeten komen.

De Nederlandse topschaatsers juichen het plan uiteraard toe. Ook nu weer trokken de grote ploegen noodgedwongen naar de moderne hal in het Duitse Erfurt om zich voor te bereiden op de belangrijke kwalificatiewedstrijden van eind december. In het sterkste schaatsland ter wereld is geen goede trainingsbaan voorhanden. Thialf is op doordeweekse dagen koud, donker en vol met recreatieschaatsers. Onvergelijkbaar met de faciliteiten in Erfurt. Laat staan met nieuwe buitenlandse ijspaleizen in Kolomna, Minsk of Astana, waar iedereen onlangs de ogen uitkeek bij wereldbekerwedstrijden. „Platbranden en een nieuwe hal neerzetten”, stelde Ireen Wüst vorige week over het in 1986 overdekte Thialf.

Maar is nieuwbouw voor een bedrag van 100 miljoen euro realistisch? Alleen in Nederland is langebaanschaatsen zo populair, dat bedrijven als KPN en TVM hierin miljoenen investeren. De meeste buitenlandse schaatsers krijgen nauwelijks aandacht en geld. Voor hen is het huidige Thialf nog altijd veruit de favoriete schaatstempel. De tijdelijke hal voor krachttraining naast de ijsbaan, door de Nederlanders gezien als lapmiddel, beschouwen zij als luxe. Maar ook in Nederland is het verschil groot tussen de smalle top en de rest. De beste schaatsers uit de gewesten reizen een paar keer in de week naar Heerenveen, omdat de faciliteiten daar veel beter zijn dan op de eigen half overdekte buitenbanen in Den Haag of Utrecht.

IJsarchitect Bertus Butter, die de nieuwe banen van Kolomna en Astana bouwde, kwam al in 2010 met een alternatief plan voor Thialf. Over de bestaande schaatsbaan moest een nieuwe ‘stolp’ komen, die tot een enorme energiebesparing zou leiden. En dat voor de kosten van ‘slechts’ 25 tot 30 miljoen euro. Voor een vergelijkbaar bedrag kreeg Inzell vorig jaar een prachtige hal van glas, hout en beton over de bestaande buitenbaan. In Zuid-Duitsland staat bouwer Max Aicher ook garant voor de exploitatie van de baan, in ruil voor zijn naam op de gevel. Wordt Thialf straks de Essent- of Aegonhal?

Sinds het dreigende faillissement in 2002 krijgt Thialf de exploitatie vooral rond, doordat het jaarlijks gegarandeerd een aantal toptoernooien mag organiseren. Dat voorrecht is bijvoorbeeld Inzell de komende jaren niet gegund. Met een peperdure hal van 100 miljoen euro komen de toch al scheve verhoudingen internationaal nog verder uit elkaar te liggen. Wordt er vanaf 2015 alleen nog maar in Heerenveen geschaatst?