Rintje Tante Zijspans kerstboom

‘We gaan vanmiddag op bezoek bij tante Zijspan’, zegt mama. ‘Ze is een beetje in de lappenmand.’

‘Heeft zij lappen in haar mand?’ vraagt Rintje. ‘Waarom geen deken, zoals wij?’ Mama moet lachen. ‘Nee, gekke jongen’, zegt mama. ‘Dat is een uitdrukking. Als iemand in de lappenmand is betekent dat dat je ziek bent, of een griepje hebt.’

‘Dan moeten we een cadeautje meenemen om haar op te vrolijken’, zegt Rintje. ‘Iets voor de kerstboom, of kerstkoekjes!’

‘Ik zal een lekkere bouillon maken’, zegt mama. ‘Dan sterkt tante vast weer aan.’

Als mama de soep gemaakt heeft wikkelt ze een dikke doek om de pan en zet de pan samen met Rintje in de mand voorop de fiets.‘Lekker warm’, zegt Rintje. ‘Het is een net een kacheltje!’

Tante Zijspan woont buiten de stad, het is een heel eind fietsen. Maar eindelijk ziet Rintje het huisje van tante. Voor haar deur staat haar motor met zijspan. Er krinkelt rook uit haar schoorsteen. Als ze aanbellen duurt het een hele tijd voor er wordt open gedaan.‘Ik ben niet zo snel als anders’, zegt tante. Ze heeft een dikke jas aan en een wollen sjaal om haar hoofd. ‘Wat gezellig dat jullie gekomen zijn’, zegt ze. ‘Ik lig op de bank onder een deken, ik heb het de hele dag koud!’ Rintje wil tante een knuffel geven maar tante duwt hem weg. ‘Doe dat maar niet jongen’, zegt ze. ‘Anders steek ik je aan en word je ook ziek!’ ‘Dat is juist gezellig’, zegt Rintje, ‘dan zijn we samen ziek!’

‘Ik heb een cadeautje voor je meegebracht’, zegt Rintje. Hij geeft tante een pakje met kastpapier eromheen. Tante maakt het open. ‘Een kerstengel’, zegt ze. ‘Wat prachtig!’

‘Voor in de kerstboom’, zegt Rintje. ‘Waar staat je kerstboom?’ ‘Die staat nergens’, zegt tante. ‘Dit jaar wil ik geen boom kopen. Ik heb iets heel anders bedacht. En misschien kan jij me daarmee helpen.’

’Moet ik een kerstboom voor je omzagen?’ vraagt Rintje. ‘Of er samen met mama een gaan kopen?’ ‘Nee, nee’, zegt tante. ‘Ik wil juist geen echte boom. Ik vind het zielig dat al die bomen ieder jaar worden omgezaagd.’

‘Maar een kerstmis zonder boom is geen kerstmis’, zegt Rintje.

‘Loop maar eens naar de kast waar alle knutselspullen liggen’, zegt tante Zijspan. ‘Op de onderste plank liggen alle verf en tekenspullen, pak die maar.’ Rintje loopt naar de kast en komt terug met een grote berg krijtjes, verf en kwasten. ‘Dit jaar schilderen we de kerstboom gewoon op de muur’, zegt tante.

Rintje weet dat tante een beetje gek is maar dit is toch wel een heel spannend idee. ‘Maar gaan we dan echt op de muur tekenen?’ zegt Rintje. ‘Jazeker’, zegt tante . ‘Daar op die mooie witte muur naast de kast.’

Ze staat op van de bank en pakt een kwast met groene verf. Met grote streken schildert ze een hele hoge kerstboom op de muur. ‘En nu mag jij er alle versiering in tekenen’, zegt tante.

Terwijl mama en tante samen kletsen is Rintje heel lang bezig met de boom.

Met zijn tong uit zijn mond schildert hij de mooiste kerstversiering. Als alle takken versierd zijn klappen tante en mama in hun poten.

‘Applaus voor de mooiste kerstboom van het jaar!’ roepen ze.

    • Sieb Posthuma