PvdA zigzagt door Europa

Als het Europa betreft, staat de Partij van de Arbeid in een lange traditie. Namen van politici als Van der Goes van Naters, Mansholt, Vredeling en Dankert zijn nauw verbonden met een gemeenschap van Europese landen die zich de afgelopen zestig jaar steeds verder verenigde. Overigens bestond er binnen de PvdA niet onder de minsten ook twijfel. Partijleiders als Drees in de jaren vijftig en Den Uyl in de jaren zeventig en tachtig hadden weinig op met het Europese ideaal.

Niettemin heeft de PvdA door de jaren altijd steun verleend aan het Europese project en was er op doorslaggevende momenten direct bij betrokken. PvdA-leider en overtuigd Europeaan Wim Kok stond in 1992 als minister van Financiën aan de wieg van het Verdrag van Maastricht. Daarmee werd de basis voor de euro gelegd. Vijf jaar later was hij erbij als premier toen in het Verdrag van Amsterdam een nieuwe stap op weg naar verdere samenwerking werd gezet.

Van dat engagement is bij de PvdA-politici die het thans voor het zeggen hebben weinig over. Voorzover er sprake is van een standpunt, is dat vooral onnavolgbaar. In februari van dit jaar zette PvdA-woordvoerder Plasterk verrassend zijn handtekening onder een motie van het Kamerlid Slob (ChristenUnie) waarin werd uitgesproken dat de regering „krachtig afstand” diende te nemen „van elke beweging naar een meer politieke unie”.

Afgelopen week stelde dezelfde Plasterk aan de vooravond van de Europese top van regeringleiders dat voor een oplossing van de eurocrisis een „hernieuwd contract” tussen de eurostaten moest worden gesloten om een „gezamenlijke economische politiek” te kunnen voeren. Anders gezegd: begin dit jaar kon er volgens de PvdA geen sprake zijn van het overdragen van bevoegdheden, maar vorige week was de overdracht van bevoegdheden in de vorm van een nieuw verdrag opeens een voorwaarde van de partij om de crisis te beteugelen.

PvdA-leider Cohen vertroebelde de zaak nog meer door nieuwe verkiezingen te eisen wanneer de Europese top zou leiden tot een verdrag met aanzienlijke overheveling van bevoegdheden van de lidstaten naar Brussel. Dus als premier Rutte vorige week tijdens de top had bereikt wat de PvdA verlangde, zou hij door diezelfde partij ‘bestraft’ zijn met de eis vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

Voor het minderheidskabinet van VVD en CDA is de PvdA cruciaal bij het verkrijgen van een meerderheid voor het aanpakken van de schuldencrisis. De stemmen van de PvdA zijn nodig. Maar die stemmen krijgen inhoudelijk aanzienlijk meer gewicht als ze worden voorzien van minder op opportunisme en meer op visie gebaseerde argumenten.