OPEC ziet af van echt harde afspraken

De twaalf leden van OPEC, het kartel van olie exporterende landen, zijn gisteren overeengekomen hun gezamenlijke productie voorlopig niet verder te laten stijgen dan de huidige 30 miljoen vaten per dag. Maar ze hebben geen quota per land vastgesteld. Daarmee laat de OPEC ruimte open om die limiet te overschrijden en zwakt de organisatie zijn beoogde rol als reguleerder van de oliemarkt af.

De vergadering gisteren in Wenen moest de eenheid herstellen nadat bij de laatste bijeenkomst in juni geen akkoord over een productieplafond kon worden bereikt. Iran, Algerije en Venezuela wilden de prijs van een vat ruwe olie boven de 100 dollar houden en dus de productie niet te ver laten stijgen, terwijl Saoedi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten met een hogere productie de prijs omlaag wilden brengen, bang dat een hoge olieprijs de economieën in het Westen verder zou schaden. Volgens Saoedi-Arabië was dit „de ergste OPEC-vergadering ooit”. De drie Golfstaten hebben de afgelopen maanden hun productie verhoogd.

Gisteren was de inzet van Iran om het plafond onder de 30 miljoen vaten per dag te krijgen, met het oog op een afnemende vraag door met name de eurocrisis. Dat Saoedi-Arabië hier zijn zin kreeg was geen verrassing: het land is de grootste olie-exporteur ter wereld en had vooraf aangekondigd dat het zich ook zonder akkoord geëigend voelde om de productie te verhogen. Momenteel ligt de Saoedische productie boven de 10 miljoen vaten per dag, 25 procent boven het laatste OPEC-quotum.

Wel is afgesproken dat bij die 30 miljoen vaten ruimte moet worden gemaakt voor de Libische productie, die zich herstelt na de oorlog die een einde maakte aan het regime-Gaddafi. Vóór de oorlog stond die op 1,6 miljoen vaten per dag. Ook is afgesproken dat de leden hun productie vrijwillig verlagen als de wereldwijde vraag (nu 90 miljoen vaten per dag) lager wordt dan het aanbod. Maar dit punt is dus niet afdwingbaar.

Na de vergadering gisteren maakte de Saoedische minister van Olie Ali al-Naimi zijn standpunt nog eens overduidelijk: „Als de Libische productie toeneemt betekent dat niet automatisch dat de Saoedi’s zullen minderen. We reageren daar niet op, we reageren op de vraag van de markt.”

De wrevel tussen Saoedi-Arabië en Iran (de op één na grootste olie-exporteur binnen OPEC) wordt versterkt door de discussie over een westers olie-embargo tegen Iran. Frankrijk en Groot-Brittannië pleiten voor zo’n embargo na nieuwe aanwijzingen dat Iran een kernwapen ontwikkelt. Westerse landen polsen nu bij Saoedï-Arabië of het een verlies aan olie uit Iran kan compenseren.

De olieprijs steeg vanmorgen op de Aziatische markten weer naar bijna 96 dollar per vat, nadat die gisteren 4 procent was gedaald. Die daling wordt verklaard uit zorgen om de uitkomst van de OPEC-bijeenkomst en versterkte vrees dat de vraag naar olie in 2012 zal afzwakken door de economische crisis. Het was de sterkste daling in twee maanden tijd.

Zowel OPEC al het Internationaal Energieagentschap verwachten dat de vraag in de eerste helft van 2012 licht zal stijgen, maar veel analisten denken dat dit een te optimistische inschatting is.