Ook in Afrika is kunst geen luxe

Gistermiddag werden in Amsterdam de Prins Claus Prijzen uitgereikt. De ‘hoofdprijs’ ging naar de Zuid-Afrikaanse schrijver, filosoof en dj Ntone Edjabe.

NOVUM03:GROTE PRINS CLAUS PRIJS:AMSTERDAM;15DEC2011-Koningin Beatrix en Prins Willem-Alexander, Prinses Maxima, Prins Friso, Prinses Mabel, Prins Constantijn en Prinses Laurentien in het Koninklijk Paleis Amsterdam bij de uitreiking van de Grote Prins Claus Prijs aan het PAN-Afrikaanse magazine Chimureng. *pool*Novum/p/str.Ppe Novum PPE

Koningin Beatrix, prins Willem-Alexander, prinses Máxima, prins Friso, prinses Mabel, prins Constantijn en prinses Laurentien; ze waren er allemaal gistermiddag in het Paleis op de Dam in Amsterdam om internationale kunstenaars te eren met geldprijzen van het Prins Claus Fonds. Zo’n 200 kunstenaars waren op hun beurt ingevlogen en ondergebracht in een luxe hotel in de hoofdstad.

De marmeren burgerzaal van het paleis is paars verlicht, de enorme kroonluchters zijn gepoetst en op het podium kijkt een in de muur gebeitelde Atlas neer. „Ja, een beetje decadent en formeel is het hier wel”, zegt een Egyptische danser zacht voordat de uitreikingsceremonie begint. „Ik ben er niet op gekleed.” De Egyptische danser heeft een spijkerbroek aan en Palestinasjaal om. De uitnodiging schreef het kledingvoorschrift tenue de ville voor.

De stilte wordt doorbroken door luide, traditionele Afrikaanse muziek. Op de schermen zijn beelden van Afrikaanse kinderen te zien. Twee dansers, gekleed in vuurrode harembroeken, komen het podium op en beginnen te dansen. Eerst rustig, dan uitbundig. Aan het eind trekken de dansers elkaars harembroeken af. De dansers blijven in hun onderbroek staan. Applaus.

Dit was This Is Not The End, een dans gemaakt door een Colombiaan en een Senegalees, vertelt Al-Jazeera- presentator en gastvrouw van de ceremonie Ghida Fakhry. „Maar dat creatieve proces was nog een heel gedoe.” De choreografen hadden met de dansers in Senegal afgesproken. Het Prins Claus Fonds had de reis gefaciliteerd. Het probleem was echter dat de Colombiaan door visumproblemen Senegal niet in kon. „De repetities vonden hierdoor nota bene via Skype plaats!” De zaal lacht.

Internationale samenwerkingen zijn belangrijk voor het 15-jarige Prins Claus Fonds, dat ook een netwerk heeft om culturele partners aan elkaar te linken. Want, zo luidt het credo van het fonds, cultuur is een basisbehoefte van de mens waar ook ter wereld. Maar niet zomaar iedereen kan zich hiervoor aanmelden, vertelt hoofdprijswinnaar Ntone Edjabe tijdens zijn speech. Hij belde in 2004 de directeur van het fonds om zich voor het ‘netwerk’ aan te melden. „Ik zei: ‘Ik heb u opgezocht op het internet, u lijkt me een fantastisch, warm mens. Kan ik vrienden met u worden?’ Daarop klonk het aan de ander kant: ‘Prima, maar wij moeten u bellen, niet andersom’.” Edjabe grinnikt. „Gelukkig kwam het goed, een jaar later werd ik gebeld.”

De elf winaars van de Prins Claus Prijzen worden geïntroduceerd door middel van een videocompilatie. Zoals Rabih Mroué uit Libanon die films maakt over de burgeroorlog en de impact die dat op de diverse, Libanese samenleving heeft gehad. „Taboedoorbrekend”, omschrijft de jury zijn werk. Prins Constantijn, erelid van het fonds dat ooit aan zijn vader prins Claus cadeau werd gedaan, zegt in zijn toespraak dat Mroué een van de kunstenaars is die moed toont. Want kunst is geen luxe. „Waarom zou je er anders voor lijden, vervolgd voor worden, of zelfs voor sterven?” De prins kijkt nauwelijks op van zijn papiertje.

Prins Constantijn overhandigt de hoofdprijs aan de Zuid-Afrikaanse schrijver, filosoof en dj Ntone Edjabe voor zijn ontregelende pan-Afrikaanse kunstprojecten. Edjabe en zijn tijdschrift Chimurenga (‘Vrijheidsstrijd’) zijn nu de trotse winnaars van 100.000 euro – de andere winnaars krijgen ieder 25.000 euro. Het is de kers op de taart, want steun van het fonds kreeg de Zuid-Afrikaan al langer. Edjabe: „Voor het eerst hadden we een donor, die niet van ons eiste dat we direct de ondervoede kinderen zouden helpen. We mochten gewoon kunst blijven maken. En dat doen we.”