Onverhoeds freudiaans gedachtegoed in dictee

Zouden de Vlaamse kijkers naar Het Groot Dictee der Nederlandse Taal 2011 (NTR/Canvas) nou moeten lachen of het hoofd schudden als presentator Philip Freriks aan winnaar Freek Braeckman vraagt wat hij eigenlijk doet in het leven?

Ze zijn er daar wel aan gewend dat de culturele uitwisseling tussen de Lage Landen veelal eenrichtingsverkeer betekent. Martine Tanghe zou nooit aan Sacha de Boer vragen wat ze zoal voor de kost doet.

Zo’n samenwerkingsverband tussen de Nederlandse en Vlaamse publieke omroep heeft in ieder geval het voordeel dat iedereen er wat van opsteekt. Freriks (en het Nederlandse publiek) komen erachter wie zijn tegenhanger als anchorman van het Journaal was.

En hoe slim en charmant die Freek toch is, de hoop van weldenkend Vlaanderen, toen hij in 2009 in de allerlaatste seconde van de quiz De slimste mens ter wereld nationalistisch politicus Bart De Wever versloeg.

Dit keer won Braeckman ex aequo met een Nederlandse niet-prominente deelneemster. Ook de Haarlemse Marret Kramer had slechts vier fouten in een niet al te moeilijk dictee, misschien wel het makkelijkste van de afgelopen 22 jaar. Auteur Arnon Grunberg had namelijk andere educatieve doelen voor ogen dan het sarren van de deelnemers met przewalskipaarden en andere niemendalletjes. De eerste zin luidde dan ook:

„In dit dictee zal ik een gedeelte van Sigmund Freuds gedachtegoed expliqueren aan BN’ers, BV’s en andere mensen die nooit ofte nimmer iets van hem hebben gelezen of die net als Nabokov en Van het Reve een diep gegronde hekel aan hem hebben.”

En zo moest zelfs SGP-voorman Kees van der Staay nadenken over de spelling van ‘oedipuscomplex’ en jongens die met hun moeder willen coïteren. Belangrijker in tijden van culturele versnippering is wellicht dat wij leren dat een BV een Bekende Vlaming is, dat Van het Reve (Karel meer dan Gerard) een hekel had aan Freud en dat het incestverbod feitelijk een poging is om machtsverhoudingen te reguleren, ook in de relatie tussen burger en natiestaat.

Grunberg beleeft meer plezier aan het bestoken van de massa met provocerende ideeën dan met gratuite eruditie. Desgevraagd noemde de schrijver zichzelf „een stiekeme freudiaan”, zij het niet de hele dag.

Dat doet televisie nog steeds heel goed, af en toe: een breed publiek dat zich met spatiëring en hoofdlettergebruik bezig lijkt te houden, onverhoeds confronteren met ideeën, inzichten en kennis.

Ik moest er ook aan denken toen Aad van den Heuvel bij Pauw & Witteman (VARA) vertelde over zijn terugkeer naar Biafra, voor het eveneens herrezen Brandpunt (KRO).

In 1969 veranderden de gruwelijke beelden uit een afgescheiden provincie van Nigeria onze kijk op Afrika en vestigden een nieuw soort televisierealisme.

Nu zijn het de Afrikanen die niet weten wat ze zien.