Ode aan schilderhelden

Hans de Bruijn: Es muss sein! T/m 15 jan in Galerie LUMC, Leiden. Inl: www.lumc.nl/galerie ***

De Leidse schilder Hans de Bruijn (1959) maakt er geen geheim van wie zijn helden zijn. Aan de muren van de galerie in het Leids Universitair Medisch Centrum kijken ze je vanaf alle kanten aan: El Greco, Velázquez, Baselitz en Munch. Ze zijn geschilderd in een neo-expressionistisch palet dat aan het werk van Baselitz doet denken. Velázquez is met een paar snelle vegen op het doek gezet, als een verre schim van het zelfportret op zijn schilderij Las Meninas. Baselitz zelf staat wijdbeens – en rechtop – voor een achtergrond uit een van zijn eigen zelfportretten. Als knipoog naar de Duitse schilder die zijn onderwerpen vaak ondersteboven schilderde, zette De Bruijn op zijn beurt die achtergrond weer op zijn kop.

De Bruijn schilderde de portretten begin jaren negentig, vlak nadat zijn atelier, plus al het werk dat hij tot dan toe gemaakt had, in vlammen was opgegaan. „Ik moest weer bij het begin beginnen en koos voor de schilders die ik het meest bewonderde”, zegt hij in zijn pas verschenen catalogus De magie van verf. Sinds die tijd is De Bruijn meermalen teruggevallen op het werk van zijn kunsthistorische voorbeelden. Zijn tentoonstelling Es muss sein! is één grote ode aan zijn schilderkunstige voorgangers.

Het is duidelijk dat De Bruijn zich aangetrokken voelt tot de meer romantische schilders uit het verleden. Hij laat C.D. Friedrich poseren in het landschap van diens beroemdste schilderij, Wanderer über dem Nebelmeer uit 1817. En hij kopieerde honderd zeegezichten naar schetsen en aquarellen van W. M. Turner, waarvan er in de galerie vijftig in een raster zijn opgehangen. Mooie losse studies zijn dat, in alle tinten wit, grijs en zwart die je maar kunt bedenken. Toch blijft het wat vreemd om die wereldberoemde voorbeelden nu uitgevoerd te zien in het typische wilde schilderspalet van De Bruijn – een stijl die zelf intussen ook alweer wat gedateerd aandoet.

Soms laat De Bruijn zich wel erg leiden door de werkwijze van zijn helden. Bij zijn portret van Jackson Pollock bijvoorbeeld, meet hij zich diens expressionistische druptechniek aan. En bij zijn imposante Waterlelievijver (2008) schildert hij als de late Monet. Op dat soort momenten vraag je je wel af wat nu precies de eigen signatuur is van Hans de Bruijn.

    • Sandra Smallenburg