Na Decembermoorden ging het fout

De coup van legerleider Desi Bouterse was de doodsteek voor het Surinaamse voetbal. Met de dood van Kamperveen verloor het een bondscoach én een FIFA-bestuurder.

Het voetbal in Suriname holt achteruit. De nationale ploeg werd vorige maand kansloos door El Salvador uitgeschakeld in de eerste van drie voorronden voor het WK 2014. Natio verloor met 3-1 en 4-0 van El Salvador. Suriname deed het nog minder dan bij de vorige kwalificatiepoging, toen het twee keer buurland Guyana versloeg.

Ondertussen is ‘Suriname onder de 23’ uitgeschakeld voor de Olympische Spelen. En de nieuwe competitie is weliswaar afgelopen weekend van start gegaan, maar twee maanden later dan gepland. Kortom: de sportieve malaise gaat hand in hand met organisatorische chaos.

Dat was vroeger wel anders. Met bondscoach André Kamperveen, naar wie het nationale stadion is vernoemd, plaatste Suriname zich bijna voor het WK 1978 in Argentinië. In de laatste groepsfase verloor het met 8-1 van Mexico, maar rond de onafhankelijkheid in 1975 zette Suriname de toon in de Caraïbische regio. Hoofdklasser Transvaal werd drie keer kampioen van de Concacaf (Noord- en Midden-Amerika en Caraïben) en in 1980 ging deelname aan de Spelen in Moskou alleen niet door vanwege de internationale boycot.

Daarna ging het snel bergafwaarts. Toen de militaire periode onder legerleider Desi Bouterse in 1982 het dieptepunt bereikte met de moord op vijftien vooraanstaande burgers, was dat ook de doodsteek voor het voetbal. Suriname werd twee jaar verbannen van de internationale velden en verloor in die decembernacht FIFA-vicevoorzitter Kamperveen.

Zijn opvolger Jack Warner uit Trinidad, Kamperveens assistent, zou jaren aanzitten als FIFA-bestuurder. En waar Trinidad & Tobago eerder geen partij was voor Suriname, zijn de rollen nu omgedraaid. Bovendien wist de eilandenrepubliek, met dank aan bondscoach Leo Beenhakker, zich te plaatsen voor het WK 2006.

De stunt van Don Leo was mogelijk door de inzet van buitenlandse profs met een dubbele nationaliteit van wie het gros nooit in Trinidad was geweest. Die optie zou Suriname nu nog goed van pas komen, met alle Nederlandse profs van Surinaamse origine. Spelers als Sigourney Bandjar (RKC), Gianni Zuiverloon (Real Mallorca) of Mitchell Piqué (ADO) willen best voor natio spelen, maar de Surinaamse politiek voelt weinig voor een ‘sportpaspoort’. De meeste volksvertegenwoordigers vinden dat Suriname zonder ‘Nederlanders’ de nationale kleuren moet verdedigen. Bovendien zijn ze bang voor precedentwerking in andere sectoren.

Wie Suriname nu ziet spelen, heeft veel verbeeldingskracht nodig om zich WK-deelname voor te stellen. Technisch ziet het er aardig uit, tactisch zou de coach van een Nederlandse derdeklasser vol afgrijzen de andere kant opkijken. Terwijl zich elk jaar talenten aandienen.

Trainer Sef Vergoossen, die eind jaren negentig met Roda JC overwinterde in Suriname, had het meteen in de gaten. Creoolse jongens zijn gemaakt om te voetballen. Veel snelheid en techniek, fysiek ijzersterk. En tactiek en spelinzicht zijn aan te leren. De vraag is alleen hoe. Want Vergoossen mocht en mag dan gelijk hebben, het ontbreekt in Suriname aan geld, kader en accommodaties om voetballers op te leiden. Een fatsoenlijk competitieschema is al een hele toer voor de Surinaamse bond (SVB). Elk jaar is het afwachten wanneer de hoofdklasse begint. De jeugdcompetities draaien iets beter. Maar elke club mag slechts één team per leeftijdscategorie inschrijven. Vaak zitten er evenveel spelertjes op de bank als er op het veld staan.

De kortetermijnpolitiek blijkt uit het gebrek aan jeugdspelers bij clubs in de hoogste klasse. Ze hebben maling aan de FIFA-eisen en zijn vaak afhankelijk van één rijke zakenman, die voetbal vooral als instrument beschouwt om zijn bedrijf of zichzelf in de schijnwerpers te zetten.

Neem Ronny Brunswijk. Behalve parlementslid, coalitiegenoot van president Bouterse en vermogend goud- en houthandelaar is Bravo tevens eigenaar/voorzitter van landskampioen Intermoengotapoe. Hij mag zichzelf graag in de spits opstellen bij belangrijke duels. Met zijn 49 jaar vindt hij zich nog jong genoeg.

In die context kiezen spelers voor de hoogste bieder, waarbij ze de afspraken met hun vorige club voor het gemak vergeten. De bond kan daar naar eigen zeggen niets tegen beginnen zolang voetballers de amateurstatus hebben. Die kun je niet aan hun contract houden. Zo is van enige opbouw geen sprake en zitten de grootste talenten rond hun zestiende aan hun plafond. Ondanks alle (familie)banden en de gemeenschappelijke taal, zit een opleiding in Nederland er niet in. Voetballers van buiten de EU moeten bovengemiddeld goed zijn en daarvoor bovenmodaal worden betaald.

Daarom kwamen de afgelopen jaren regelmatig Surinaamse talenten op stage, maar ze vlogen vervolgens gedesillusioneerd terug. FC Twente, dat vaak komt scouten in Suriname, heeft overwogen een opleiding te beginnen. Maar toen ze kennismaakten met de infrastructuur zagen ze er vanaf in Enschede. En Clarence Seedorfs pogingen om het Surinaamse voetbal verder te ontwikkelen, zijn voorlopig ook gestrand.

Door gebrek aan goede organisatie aarzelen buitenlandse partijen in het Surinaamse voetbal te investeren. Zusterfederatie KNVB beperkt zich tot trainersopleidingen, terwijl de Suriprofs bang zijn dat lokale bestuurders politiek bedrijven met voetbal. Daarom steunen ze liever maatschappelijke projecten met de opbrengsten van hun jaarlijkse benefietwedstrijden.

Begin 2013 zijn er verkiezingen voor een nieuw bondsbestuur. Misschien dat er dan managers aantreden waarop overheid, bedrijfsleven, buitenlandse organisaties en vooral de voetballers kunnen vertrouwen. Voor het WK 2018 is dat rijkelijk laat.