Minister kiest, tot genot van de fotograaf

De man is tachtig. Die heeft wel wat meegemaakt. Maar toch. Jan Terlouw werd onlangs voor deze krant geïnterviewd en na zo’n anderhalf uur meende de journalist dat de oud D66-leider genoeg had verteld – alles stond op de band, de thee was op, tijd om op te stappen. „Dat deed je sneller dan de fotograaf”, zei Terlouw bij de deur. De journalist lachte schaapachtig.

Pas bij navraag kon hij het geloven: de fotograaf had Terlouw ruim anderhalf uur lang laten poseren. Binnen, buiten; voor het huis, achter het huis; met de lucht van schuin opzij, met die boom op de achtergrond, geleund tegen zijn Lexus.

Maar voor de portretten van bewindspersonen die hij de laatste weken maakte, kreeg NRC-fotograaf Merlin Daleman meestal zo’n tien minuten. Ze maakten deel uit van de serie artikelen over de begrotingsbehandelingen die de Tweede Kamer gisterenavond afrondde.

„De bewindslieden werd gevraagd of ze een plek wilden uitkiezen die voor hen persoonlijk van betekenis is”, legt Daleman uit. „Bij ministers betekent dit meestal, of eigenlijk bijna altijd, dat ze zo’n plek bedenken in overleg met hun voorlichter. Of met de hele afdeling communicatie. Ik belandde met Hillen in een trainingscentrum voor militairen met allerlei geavanceerde spelcomputers. Met Verhagen kwam ik in een fabriekshal van DSM terecht.”

Schultz van Haegen was de uitzondering. „Die had een boek meegenomen om in haar armen te houden. Speed of Trust, van Stephen Covey. Ondertitel: ‘The One Thing that changes Everything’. Wat dat ene ding is? Vertrouwen.”

Sommige voorlichters verzonnen voor hun minister prachtige, fotogenieke plekken. Daleman is bijvoorbeeld bijzonder blij met het asielzoekerscentrum waar minister Leers wilde poseren, buiten, tussen de barakken. „En iedereen was tevreden: de minister, ik, zelfs de voorlichters.” ‘Zelfs’, omdat voorlichters achteraf altijd weten hoe het nog beter had gekund – in hun ogen, niet in die van de lezer. Laat staan die van de fotograaf. Daleman: „Ministers gebruiken hun voorlichters als een soort spiegel. ‘Zit mijn das goed?’ ‘Mijn haar?’ ‘Moet ik mét mijn loodgieterstas op de foto, of zonder?’” GroenLinks-leider Jolande Sap gebruikt haar voorlichter Anita de Horde als visagist. Wie begreep het beste wat er van hem werd verlangd? Daleman: „Moeilijk te zeggen.” Of nee, Hans Hillen. „Die dacht dat ik allerlei poses van hem verlangde. Dus dat deed hij. Fijn natuurlijk.”

Dalemans uitgangspunt was: ze staan zoals ze willen staan. „Maar toen Hillen eenmaal bezig was en mij zelfs op het slot van de korte sessie vroeg of ik nog een pose van hem verlangde, zei ik: doe nóg maar iets.” Dat werd de foto die Daleman selecteerde.

Was er nog iemand lastig? „Ja, Van Bijsterveldt. Die was heel leuk met de kinderen, op die school in Assen. En ze dacht ook dat ik haar niet geposeerd wilde fotograferen, maar terwijl ze met de kinderen praatte. Haar moest ik op een gegeven echt tot de orde roepen. De foto moest juist wél geposeerd. Nu even stilzitten mevrouw de minister.”

Pieter van Os

Henk Kamp, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Hans Hillen, minister van Defensie

Edith Schippers, minister van Volksgezondheid

Gerd Leers, minister van Immigratie en Asiel