Kritiek op het VUmc

Het ziekenhuis wil nu een betere samenwerking tussen specialisten en de artsen van de intensive care.

Het VU Medisch Centrum in Amsterdam wil de samenwerking tussen medisch specialisten en de artsen van de afdeling intensive care verbeteren. Aanleiding is de klacht van een longarts bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg over een patiënt die in het voorjaar in zijn ogen ‘onnodig’ overleed op de ic.

Volgens chirurg Jaap Bonjer, voorzitter van de ruim 600 specialisten die bij het VUmc werken, zijn de meeste specialisten het niet eens met de kritiek van de longarts. „Wij hebben een uitstekende intensive care, waar gemiddeld minder patiënten sterven dan bij vergelijkbare ic’s in andere academische ziekenhuizen.”

Een commissie die door het ziekenhuis was ingesteld om iedereen te horen die kritiek had op het functioneren van de intensive care, kwam tot het oordeel dat de ic ‘vakinhoudelijk’ uitstekend is. Bonjer vermoedt „interpersoonlijke problemen” tussen enkele long- en hartchirurgen en de ic-artsen.

Hij wijst er ook op dat een andere commissie, bestaande uit drie externe hoogleraren, de dood van de 65-jarige patiënt onderzocht; die commissie kwam tot de conclusie dat de dood niet ‘vermijdbaar’ was. De Inspectie voor de Gezondheidszorg was wél kritisch over het sterfgeval en onderzoekt nu een tweede melding.

Toch zegt het VUmc de klachten van de long- en hartchirurgen serieus te nemen. „Je moet als organisatie altijd kritisch naar jezelf kijken. Er zullen in het weekend en ’s avonds vaker specialisten op de intensive care werken als hun patiënt er ligt.” (NRC)