Kortkolom wetenschap

HPV-test is beter tegen kanker dan uitstrijkje

Rotterdam. Baarmoederhalskanker is beter op te sporen en ook beter te voorkomen door op besmetting met het humane papillomavirus (HPV) te testen, in plaats van screening met een uitstrijkje. Dat schrijven onderzoekers van het VU medisch centrum vandaag online in het tijdschrift The Lancet Oncology. Van ongeveer 40.000 vrouwen die een uitstrijkje lieten maken voor het gewone bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker werd bij de helft ook een HPV-test uitgevoerd. Na het eerste uitstrijkje vonden de onderzoekers bij de op HPV-geteste vrouwen meer verontrustende voorstadia van kanker. Vijf jaar later, na een nieuw uitstrijkje, is de conclusie dat toevoegen van een HPV-test meer kanker opspoort en voorkomt, maar dat het aantal vrouwen dat voor niks ongerust wordt gemaakt niet toeneemt. De Gezondheidsraad adviseerde dit voorjaar de HPV-test op te nemen in de screening op baarmoederhalskanker. Momenteel wordt gekeken of en wanneer die verandering in de praktijk kan worden ingevoerd. (NRC)

Gemsbok kiest per dal andere paarstrategie

Rotterdam. Mannelijke gemzen maken een duidelijke keuze als het gaat om voortplanting. Sommige gaan al jong op vrijersvoeten. Ze beleven een paar uitbundige jaren en sterven relatief jong door de slijtageslag. Andere wachten juist tot ze een rijpere leeftijd hebben bereikt, wijden zich dan rustig aan de hofmakerij en gaan daarmee door tot hun dood op hoge leeftijd. Een tussenweg is er niet. Binnen één groep gemzen kiezen alle mannelijke exemplaren dezelfde strategie, maar in een aangrenzend dal kunnen soortgenoten juist de andere aanpak kiezen. Dat schreven Britse en Italiaanse biologen gisteren in PloS One. Deze vinding is belangrijk voor jachtbeleid, concluderen ze. Nu schieten jagers selectief oudere bokken. Dat is nadelig voor groepen waarin juist zij zich voorplanten. (NRC)

Eten van lemuren is niet langer taboe

Rotterdam. Stroperij is alomtegenwoordig in Madagaskar. Dat schreven Britse en Malagassische onderzoekers gisteren in PloS ONE, na gesprekken met bijna 1200 gezinnen. De eilandbewoners eten regelmatig bedreigde diersoorten, zoals lemuren (maki’s). Van de Malagassiërs heeft 95 procent wel eens een bedreigde soort op zijn bord gehad, en 45 procent zelfs meer dan tien bedreigde soorten. Gemiddeld eens per week staat er wild op het menu. Madagaskar is een van de armste landen van Afrika. Natuurbescherming schiet tekort door de recente politieke onrust, en in de moderne cultuur verdwijnen de traditionele taboes op het eten van lemuren. (NRC)