Ik heb zin in pindasoep

Ik heb al vijf keer de volle 1.19 minuut gekeken en ik kan er nog steeds geen genoeg van krijgen: de eerste aflevering van de webserie Shit Girls Say. Het fenomeen begon als een twitteraccount, beheerd door een jongen: in ieder bericht noemde hij een zinnetje dat je vooral meisjes hoort zeggen. In de webserie zie je diezelfde jongen in travestie, waar hij in elkaar rap opvolgende situaties de karakteristieke meisjeszegswijzen etaleert.

Achter een computer: „Can you read this and see if it makes sense?” In een bar: „First of all: ewww.” In een winkel: „I hate trying on clothes.” Op de bank: „Can you pass me that blanket?” Ook zijn er een paar scènes waarin er alleen maar ijverig in een tas gerommeld wordt.

Natuurlijk doen deze zinnetjes erg Amerikaans aan en hoor je als vanzelf een soort Valleyspeak: „Oh. My. God.” En: „I was like, you know, no way!” Toch denk ik dat er voor veel zinnen een goed Nederlands equivalent gevonden kan worden – zelf ‘ieuw’ bestaat hier al. Daarbij is de eeuwige behoefte aan dekentjes bij meisjes volgens mij internationaal.

Nu heeft het filmpje naast veel bijval ook een paar negatieve reacties ontlokt. Die geluiden komen van vrouwen die vinden dat hun sekse onjuist en beledigend wordt neergezet: als een soort kinderlijke wezens die zelfs anderen voor hen laten beslissen of ze honger hebben en in een constante onnozele roes alles zeggen wat ze zien of denken: „Hee, een stoplicht! Wat is de stoep hier scheef. Ik heb zin in pindasoep. Moet ik morgen naar de kapper? Kijk daar zit een kat. Streepjes staan eigenlijk iedereen wel goed.”

Hoewel ik begrijp waar de kritiek vandaan komt, ben ik het er toch niet mee eens. Ik herkende mezelf en veel vrouwen om mij heen in de zinnen. Niet omdat wij wezenloos glimlachen terwijl er ondertussen slechts krekels te horen zijn in onze hersenpan, maar omdat meisjes nou eenmaal met elkaar praten in een vreemde taal.

Het is een taal die bestaat uit vele zinnetjes, die vaak troost, verbazing en bevestiging uiten. Wij willen dingen delen en doen dit het liefst door te praten. En daardoor krijg je gesprekken waaruit je frasen kan destilleren als: „Deze avocado is best wel gek.” „Hoe bedoel je: ze was er ook?” „Je zag er heel kalm en knap uit, alsof het je niets deed.” „Ik stootte dus net letterlijk mijn telefoonbotje.” En: „Het strikje is meer nú.”

Zinnen die uit (en misschien soms ook in) de context nogal belachelijk klinken. Toch is deze communicatie eerder te vergelijken met een soort vlooien: de zinnen zelf zijn niet het doel, de aandacht voor elkaar is het belangrijkste. En dat zegt niets over hoe licht of zwaar, interessant of oppervlakkig het onderwerp is.

Zelf vind ik het prachtig hoe Shit Girls Say laat zien hoe bizar en grappig zulke zinnen worden als je ze verzamelt. Ik kan niet wachten op de tweede aflevering.

Renske de Greef

Lees eerdere columns van Renske de Greef via nrcnext.nl/renske

    • Renske de Greef