Geen martini auto's of seks

Gary Oldman speelt de spion George Smiley in Tinker Tailor Soldier Spy.

Een heel ander type dan die andere spion, James Bond.

Hoeveel stroopwafels en custardvla acteur Gary Oldman ook naar binnen werkte, hij blijft iets te lang en pezig om echt te lijken op de gepensioneerde spionnenmeester George Smiley zoals schrijver John le Carré hem introduceert in de roman Tinker, Tailor, Soldier, Spy (1974). „Klein, gezet en op zijn best van middelbare leeftijd.”

Tinker Tailor Soldier Spy, verfilmd door de Zweed Tomas Alfredson, gaat deze week in Nederland in roulatie. In het Verenigd Koninkrijk was de film een groot succes. Voor de Britten was het vooraf de vraag of Gary Oldman aan de schaduw van sir Alec Guinness kon ontsnappen, die in 1979 en 1981 in twee legendarische BBC-series George Smiley vertolkte. Oldmans Smiley is meesterlijk: passief agressief, met een glimp van onderdrukte woede en sadisme. Dat tot tevredenheid van Le Carré. „Oldman roept dezelfde eenzaamheid, introspectie, pijn en intelligentie op die zijn voorganger in de rol stak, zelfs dezelfde elegantie”, schrijft hij.

En toch is dat dezelfde Smiley, hoofdrolspeler van vier romans van Le Carré, in andere boeken poppenspeler achter de coulissen. Smiley een anti-James Bond noemen is een cliché. Toen de dertigjarige David John Cornwell, werkzaam als Brits geheim agent in West-Duitsland, in 1961 onder het pseudoniem John le Carré Call for the Dead publiceerde, was dat het idee. Niks dure auto’s en dubieuze vrouwen, maar de bureaucratische, smoezelige realiteit van de spionage.

George Smiley wordt door de Secret Intelligence Service, of MI6, gerekruteerd op de universiteit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog runt Smiley agenten in Zweden, Zwitserland en Duitsland, na 1945 klimt hij op in het hoofdkwartier van MI6. Misschien kun je beter zeggen dat Le Carré spionage toont door de vermoeide ogen van Q, de baas van James Bond. In zijn romans zijn er ook agenten die met dekmantels over de wereld reizen, martini’s drinken, vechten of verliefd worden – Ricki Tarr in Tinker, Tailor, Soldier, Spy bijvoorbeeld. Maar zij zijn treurige pionnen die Smiley gebruikt en soms misleidt. Niet omdat hij dat leuk vindt, maar omdat het spel nu eenmaal zo wordt gespeeld.

De zwaarste last op zijn schouders is zijn echtgenote, de losbandige aristocrate lady Ann Sercombe die middenklasser Smiley in 1945 betoverde en sindsdien pijnigt met serieel overspel. Daarin verschilt hij nog het meest van James Bond: seksueel schiet Smiley hopeloos tekort.

Ooit schreef John le Carré dat de geheime dienst het onderbewustzijn van een land is. James Bond én George Smiley dienen in de jaren zestig en zeventig beiden een Brits imperium dat niet eens meer in verval is, maar al uiteengevallen is. Maar dat nog niet helemaal accepteert: in het hoofdkwartier van MI6 maakt men zichzelf nog wijs dat niet de vulgaire, naïeve Amerikanen de ware strijd met de Sovjets voeren.

Ze worden keer op keer met de neus op de feiten gedrukt: Londen is nog hooguit een zijtoneel. James Bond is de geforceerde ontkenning van die Britse onmacht, Smiley de bevestiging.