Een week na de top debatteert de Kamer over een suikerspin

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over de uitkomsten van de Europese top van vorige week over de euro. Maar wat is er nog van over om het debat te voeren?

Als het parlement zich vandaag buigt over de resultaten van de top over de euro ontbeert er eigenlijk een essentieel ingrediënt: inhoud. En dat is lastig.

De top zelf produceerde, zoals bij vrijwel elke top van daarvóór, een suikerspin. Het leek heel wat, die roze wolk op dat houten stokje. Maar wie er een hap van nam, merkte al snel dat hij eigenlijk niets in zijn mond had, behalve een zoet bedoelde nasmaak.

Wat waren de belangrijkste twee bestanddelen van de laatste top?

Het eerste was het voornemen tot begrotingsdiscipline, en vooral het afdwingen daarvan, in een aparte overeenkomst vast te leggen.

Nader beschouwd omvat dit voornemen weinig meer dan een betere invulling van wat allang was afgesproken. De striktere naleving, het belangrijkste element, moet worden uitgewerkt. En juist dat element is vooruitgeschoven, naar maart 2012. En daarmee dus ook een belangrijk discussiepunt; eventueel verlies van nationale soevereiniteit.

Dat is, op zijn minst, een groot parlementair debat waard. Volgens de PvdA zelfs nieuwe verkiezingen. De grootste oppositiepartij, die een cruciale rol speelt in de steun voor het Europese beleid van het minderheidskabinet, kondigde dat vorige week nog aan, al is het onduidelijk hoe bestendig dat standpunt is.

Het tweede belangrijke bestanddeel uit de top is het extra kapitaal, dat als buffer, bazooka of brandgang moet dienen – al naar gelang de krachtterm van de dag. Ook hierover leek duidelijkheid te bestaan – die in luttele dagen verdampte. Hoeveel Nederland daar aan moet bijdragen, al dan niet via het Internationaal Monetair Fonds, is nog niet echt vast te stellen. Wat het risico is van deze kapitaalverstrekking is daarmee eveneens onzeker.

Juist het uitblijven van concrete resultaten van de top heeft als gevolg dat de kredietbeoordelaars op het punt staan de ‘triple A’-status van een flink aantal eurolanden te verlagen. En daar hoort Nederland ook bij. De frustratie over het gebrek aan harde afspraken neemt dan ook toe, evenals de zorg over het voortbestaan van de munt en over het bankwezen. Het feit dat de euro gisteren voor het eerst sinds januari door de grens van 1,30 dollar per euro zakte en daar vanmorgen ook bleef, is hier niet vreemd aan.

De enige logische diagnose lijkt vooralsnog dat de financiële markten op dit moment fungeren als een soort wolf aan de ketting van Duitsland. De wolf dwingt de Europese partners telkens grommend tot kleine stapjes. Vervolgens wordt hij even ingetoomd, maar meteen daarna staat de ketting weer strak, om te voorkomen dat de rest van Europa op concessies terugkomt.

Dat houdt een risico in: pas na een lange periode, als alle eurotoppen naast elkaar worden gelegd, wordt duidelijk wat er vrijwel ongezien toch is veranderd. Dat maakt debatteren over de uitkomst van alleen de jongste top uiterst lastig en vereist grote parlementaire waakzaamheid. Beter is het te blijven praten over de grote lijn, dan over de details van vorige week die zelden zijn wat ze lijken. En dan is er nog het allergrootste risico: dat de wolf zich uiteindelijk tegen zijn bewaarder keert. Kijk, dát is nog eens een onderwerp voor debat.

Commentaar: pagina 2

Economie:pagina 25, 29

    • Maarten Schinkel