Duits verzet tegen extra IMF-bijdrage

De regeringsleiders van de eurolanden hebben vorige week afspraken gemaakt die ze niet kunnen waarmaken. Zo levert de gekozen ‘IMF-route’ grote problemen op.

International Monetary Fund (IMF) President Christine Lagarde (C) speaks with European Council President Herman Van Rompuy (L) and European Commission President Jose Manuel Barroso before a meeting on the second day of the G20 Summit in Cannes November 4, 2011. REUTERS/Dylan Martinez (FRANCE - Tags: POLITICS BUSINESS) REUTERS

Vrijdagochtend beloofden 26 Europese regeringsleiders dat hun nationale centrale banken 200 miljard euro naar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) sturen. Met die extra bijdrage zou het fonds geld kunnen lenen aan grotere eurolanden als Italië en Spanje, mocht dat ooit nodig zijn. Maar die belofte staat nu alweer op losse schroeven. Duitsland, dat de grootste bijdrage moet leveren, trapt op de rem.

President Jens Weidmann van de Bundesbank, de Duitse centrale bank, schreef dinsdag in een brief aan de Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, dat hij de Duitse portie, 45 miljard euro, alleen wil deblokkeren als alle andere EU-landen en ook belangrijke landen buiten Europa meedoen.

Maar sommige EU-landen zonder euro, zoals Tsjechië, aarzelen. Groot-Brittannië heeft al aangekondigd dat het niet meedoet en Bulgarije zegt dat het geen geld heeft. Afgelopen dagen hebben ook grote niet-Europese landen als Canada, de Verenigde Staten en Japan laten weten dat ze weinig zin hebben om in crisistijd bij te passen. Republikeinen in het Amerikaanse Congres zeggen dat de VS „geen lender of last resort wil zijn voor de eurozone”.

De Japanse minister van Financiën, Jun Azumi, vertelde dinsdag dat de Europeanen eerst met een duidelijker becijferd plan moeten komen „om markten te overtuigen […], anders kunnen wij de volgende stap niet zetten waarbij het IMF betrokken is”. En volgens zijn Canadese collega Jim Flaherty moet het IMF „armere landen te helpen, en Europese landen zijn relatief rijk”. Hiermee komt de firewall in gevaar die eurolanden op korte termijn om Italië en Spanje willen leggen.

Maandag bleek dat ook de ándere belofte van de regeringsleiders van vrijdag minder om het lijf heeft dan aanvankelijk leek: een nieuw verdrag dat de euro op langere termijn een solide fundament geeft van begrotingsdiscipline en economic governance. Dit nieuwe verdrag, waaraan de Britten niet meedoen, bestaat merendeels uit afspraken die allang gemaakt zijn. Net als bij toppen in juli en oktober doet zich het probleem voor dat regeringsleiders dingen beloven, die ze niet kunnen waarmaken. „Dit is funest voor de eurozone”, vindt een hoge Europese functionaris. „Kijk naar de dalende euro.”

De ‘firewall’ is nodig om markten ervan te overtuigen dat politici het menen, als ze zeggen dat ze „alles doen om de euro te redden”. Volgens president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank, heeft het noodfonds EFSF „minimaal een biljoen” nodig. Dit is de taak van overheden, zei hij gisteren: „De ECB kan de crisis niet oplossen.”

Het EFSF is niet groot genoeg om Italië en Spanje te beschermen. Eurolanden geven bilaterale financiële garanties aan dat fonds, dat nu aan Ierland en Portugal leent en straks het tweede pakket leningen voor Griekenland voor zijn rekening neemt. Dit heeft eurolanden (nog) geen cent gekost; ze verdienen zelfs aan de rente. Toch willen ze die garanties niet ophogen, omdat ze krap bij kas zitten of omdat dit weerstand oproept in hun parlementen.

In november probeerden ze dit noodfonds met financiële hefboomtrucs extra slagkracht te geven: ze mikten op een bereik van een biljoen, terwijl er nog 285 miljard kan worden uitgeleend. Dat mislukte. Ook een plan om niet-Europese beleggers geld te laten steken in beleggingsfondsen van het EFSF, faalde. „Beleggers waren niet geïnteresseerd”, zegt een betrokkene.

Zo bleef de IMF-route als enige over. Minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) toonde zich eind november gelukkig met deze oplossing. „Je praat hier niet over financiële garanties”, zei hij, waarvan je je in deze tijden vol marktturbulentie „moet afvragen hoeveel ervan aankomt. Nee, het gaat om geld. Je weet wat je geeft, je weet wat er aankomt. Nederland heeft altijd gepleit voor meer betrokkenheid van het IMF bij de oplossing van de schuldencrisis.”

De extra bijdrage van eurolanden, 150 miljard (andere EU-landen zouden de overige 50 miljard moeten leveren), drukt niet op nationale begrotingen: de operatie verloopt via nationale banken, en is volgens betrokkenen „een kwestie van dollarreserves bij het IMF van het ene potje naar het andere schuiven”.

Maar afgelopen weekeinde zei Bundesbankpresident Weidmann dat het Duitse parlement moet stemmen over de extra bijdrage aan het IMF, omdat het belastinggeld betreft. Duitse politieke leiders hebben dit gisteren verhindert; het parlement neemt er alleen „nota” van.

Nu Weidmann zijn medewerking aan de IMF-operatie afhankelijk maakt van bijdragen van andere landen, creëert hij een internationaal obstakel dat moeilijker uit de weg te ruimen is. Naar verluidt pusht hij ook de ECB om te voorkomen dat er bij het IMF geld opzij wordt gezet met als oormerk ‘eurozone’. De ECB kan leningen door nationale banken in de eurozone aan het IMF verhinderen.

Het IMF heeft tot nog toe eenderde van de leningen aan Griekenland, Ierland en Portugal voor zijn rekening genomen. Het heeft nu ongeveer 290 miljard in kas.

    • Caroline de Gruyter