De olie stroomt veel te hard

De OPEC-landen zijn het eens over een limiet op de wereldwijde olieproductie.

Spanningen in landen als Iran en Nigeria zetten de olieprijs onder druk.

Workers observe a flare at the Sincor company complex, at the Jose Complex in Anzoategui state, 200 miles East from Caracas, Venezuela, on Thursday, Sept. 13, 2007. The complex makes refined crude from the heavy oil of the Orinoco Belt, and is a joint venture between Venezuelan state owned PDVSA and the foreign companies Chevron, British Petrolum, Total and Statoil. Photographer: Diego Giudice/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Maximaal dertig miljoen vaten per dag en zich daar dan allemaal aan houden. Dat is het compromis dat de twaalf leden van OPEC gisteren in Wenen hebben bereikt. Daarmee moet de geloofwaardigheid van het kartel van olie exporterende landen hersteld worden, nadat de laatste vergadering in juni in onenigheid was geëindigd.

Destijds konden de leden het niet eens worden over een maximale productie. Dezelfde kwestie speelt nu nog steeds. Iran, Venezuela en Algerije willen de prijs boven de 100 dollar per vat houden, wegens „grote zorgen over de economische situatie”, zoals de Venezolaanse minister Ramirez het verwoordde.

Saoedi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten willen de prijs juist laten zakken en de productie verhogen, en motiveren dat standpunt óók met zorgen over de wereldeconomie. De Emiraten hebben onlangs verklaard dat een prijs tussen de 80 en 100 dollar redelijk zou zijn. Dat zijn welkome woorden in Europa, dat nodig zijn olievoorraden moet aanvullen en tegelijk met de eurocrisis kampt.

Toen het in juni niet lukte om overeenstemming te bereiken hebben de drie Golfstaten op eigen houtje hun productie verhoogd. De Saoedische minister Al-Naimi maakte maandag bij zijn aankomst in Wenen bekend dat zijn land nu meer dan 10 miljoen vaten per dag oppompt, het hoogste niveau sinds de jaren tachtig en eenderde van de totale OPEC-productie.

Waarmee hij maar wilde zeggen dat de Saoediërs ook bereid zijn om de afspraken binnen OPEC te blijven negeren en de productie te blijven verhogen.

Het Internationale Energie Agentschap (IEA) stelde deze week zijn vooruitzichten voor de vraag naar olie in 2012 voor de vierde keer naar beneden bij. Het verwacht dat de eurocrisis de wereldeconomie zal afremmen en er vraag zal zijn naar 90,3 miljoen vaten per dag, 200.000 minder dan bij de laatste raming vorige maand.

OPEC zal geen 30,4 maar 30,2 miljoen vaten per dag hoeven produceren. Ook Citigroup is „niet erg optimistisch” over de stijging van de vraag volgend jaar, blijkt uit een deze week verschenen rapport van de op een na grootste bank in de VS.

Vorige maand steeg de productie binnen OPEC met 620.000 vaten per dag tot 30,68 miljoen. Een toename die voor 80 procent kan worden toegeschreven aan Saoedi-Arabië en Libië, waar de productie na het einde van de oorlog sneller op gang komt dan verwacht. Het laatste productieplafond dat OPEC had afgesproken lag op 24,85 miljoen.

„Saoedi-Arabië is altijd in de positie om dergelijke stappen te nemen”, zegt Frederic van Parijs, portfoliomanager energie bij ING Investment Management. „Als de vraag te zwak uitkomt, kan Saoedi-Arabië ervoor kiezen om iets minder te overproduceren”, vat hij de verhoudingen binnen het kartel samen.

De olieprijs schommelt al weken rond de 100 dollar. Maandag daalde zij tot 97,77 dollar toen beleggers hun zorgen toonden over de uitkomst van de Europese top over de euro. Maar deze week werd er in New York weer boven de 100 dollar per vat betaald. De stijging werd vooral toegeschreven aan de onbevestigde verklaring van een Iraanse parlementariër, dat het Iraanse leger een oefening gaat houden om de Straat van Hormuz af te sluiten.

De spanningen tussen Iran en het Westen zijn de laatste weken opgelopen na nieuwe aanwijzingen dat Iran een kernbom bouwt. De vondst vorige week van een Amerikaans onbemand spionagevliegtuig op Iraans grondgebied maakte de verhoudingen niet beter. In het theoretische geval dat de zeestraat tussen Iran en de Emiraten ooit wordt afgesloten, zou 40 procent van de wereldwijde olie-export stil komen te liggen. Maar hoe onwaarschijnlijk ook: zelfs een vage aankondiging van een oefening heeft een effect op de olieprijs.

„De focus ligt nu heel erg op Iran, maar feit is dat de OPEC vol zit met exotische landen waar iets kan gebeuren”, relativeert Van Parijs van ING. „Ook in Nigeria is het altijd tamelijk onrustig.” Hij vindt het vooral opmerkelijk dat de olieprijs de afgelopen maanden heel sterk is gebleven, ondanks het tumult op de financiële markten. „Dat is een heel belangrijke aanwijzing dat de vraag naar olie sterk blijft. De groei in de vraag is naar beneden bijgesteld, maar het blijft een gezonde groei.”

Een Europese recessie zal daar weinig aan veranderen, vermoedt Van Parijs. „De oliemarkt wordt uiteindelijk niet gedreven door Europa, maar door Azië en de VS. Zolang er geen wereldwijde recessie is, hoeft de olieprijs niet in elkaar te zakken. De invoer van ruwe olie in China is vorige maand gestegen.”

In Wenen is gisteren afgesproken dat de olieproductie in Libië bij de 30 miljoen vaten wordt geteld. De olieproductie in Libië loopt al geruime tijd terug. Libië haalt nu ongeveer 1 miljoen vaten olie per dag uit de grond en hoopt op termijn zijn oude niveau van 1,6 miljoen vaten per dag weer te halen.

Hardliners als Iran blijven wel bezorgd dat de productie te hard stijgt en de prijs zal dalen. Want ook in zijn buurland Irak wordt – ondanks de talloze aanslagen op installaties – het komende jaar een sterke uitbreiding van de productie verwacht.