Conventionele activisten nemen leiding in Occupy-beweging

Terwijl op opiniepagina’s een debat gaande is of de Occupy-beweging een machtsfactor is voor de sociale onvrede in het Westen, kruipen de utopisten vooral in de VS uit hun tenten om hardere acties te voeren.

OAKLAND, CA - DECEMBER 12: Occupy protestors stand on a railroad crossing during a march at the Port of Oakland on December 12, 2011 in Oakland, California. Following a general strike coordinated by Occupy Oakland that closed the Port of Oakland on November 2, Occupy Wall Street protestors are attempting to shut down all West Coast ports in Los Angeles, San Diego, Oakland, Portland, Seattle and Tacoma. Justin Sullivan/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Occupy Oakland heeft een probleempje: Truth zit vast. De politie in de Amerikaanse havenstad pakte kameraad Waarheid op toen de beweging begin deze maand een algemene staking organiseerde. Het plaatselijk actiecomité meldt trots dat hij zich in de cel een „occupier voor het leven” heeft genoemd.

Volhouden, dat is het motto geworden van de mondiale Occupy-beweging. Het leek er begin december op dat de protestbeweging de Kerst niet zou halen. In tientallen Amerikaanse steden, waaronder New York, Philadelphia en New Orleans, werden de Occupy-kampen ontruimd en verdwenen de inmiddels iconische tenten van de pleinen.

Maar de beweging achter de bezetting van stadse pleinen en parken is nog steeds zeer actief. 450 Amerikaanse steden en dorpen staan geregistreerd op occupytogether.org. De vraag is alleen: hoe nu verder? Echt mondiaal wil de beweging maar niet worden: buiten de VS en Europa blijft de beweging beperkt tot een paar stipjes op de kaart.

In de VS onderscheidt Occupy zich inmiddels door meer conventionele acties. Van het zuidelijke San Diego in Californië tot aan het noordelijke Seattle bezetten duizenden demonstranten deze week havens.

De groep in Oakland, al vanaf het begin een van de actiefste ‘afdelingen’ van de Occupy-beweging, wilde laten zien dat zij een gecoördineerde actie op touw kan zetten.

In de VS zijn ze er nog niet uit of de Occupy-beweging vrijblijvend symboolprotest is of de aankondiging van een nieuwe politieke kracht, die de onvrede toont over de financiële sector en het politiek-financiële systeem. Nancy Folbre, hoogleraar economie aan de universiteit van Massachusetts, schrijft in The New York Times dat Occupy zich ook tussen de economen heeft weten te nestelen: het thema inkomensongelijkheid past goed in de „kritiek op de mainstream economietheorie en het geloof in de markten”, die deze econome heeft. Bradley Schiller, econoom aan de universiteit van Nevada-Reno, schrijft in de LA Times dat Occupy zich tegen de politiek in Washington zou moeten richten in plaats van tegen de één procent op Wall Street. Want die één procent heeft Amerika wel „Facebook, Apple, Starbucks” en nog veel meer grote ondernemerssuccessen opgeleverd en daarmee is ze juist goed voor de economie.

De Occupy-activisten hebben geen boodschap aan welles/nietes op opiniepagina’s. Het liefst waren ze op hun pleinen en in hun parken gebleven, tussen slimme slogans als „Yes, We Camp” en „Lost my job, found an occupation”. Er moest vaak politie aan te pas komen om de betogers te laten vertrekken de afgelopen weken. Maar stadsbesturen mogen de kampen ontruimen, wijzen rechtzaken in bijvoorbeeld New York en Boston uit. Vrijheid van meningsuiting en van vergadering wegen niet op tegen de verstoring van de openbare orde die het lange verblijf en de overnachting van demonstranten veroorzaakt. Rechter Michael Stallman zei: demonstreren mag, maar „generatoren, tenten, en andere installaties” moeten thuis blijven.

Hoewel de naam ‘Occupy’ een coherente organisatievorm doet vermoeden, bestaat de beweging in feite uit honderden losse groeperingen. In India werd Tushar Gandhi, kleinzoon van, uitgenodigd op ‘Dalal Street’. In Sint Petersburg wordt opgeroepen tot virtuele verkiezingen om de fraude aan het licht te brengen. In Melbourne wordt de ‘Occupy Melbourne Digest’ uitgebracht: „nieuws voor de 99 procent”.

Begin december werden in 25 Amerikaanse steden leegstaande huizen bezet. In de VS kan een kwart van de huiseigenaren de hypotheek niet meer opbrengen . Deze huizen blijven vaak leeg staan. Vietnamveteraan Bobby Hull, die door verschillende operaties zijn hypotheek niet meer kan betalen, zegt op occupyourhomes.org: „Ik heb gediend in Vietnam en ben niet bang nog eens te vechten.” Op de actie is met politieoptreden gereageerd.

Skype-vergaderingen en sites als interoccupy.org en howtooccupy.org dienen vooral als communicatiemiddel en handboek. Op deze laatste site staan veel praktische tips: „Zeg niet dat je de organisator bent, dan ben je juridisch verantwoordelijk.” En: „Beledig de politie niet, zij horen ook bij de 99 procent.” Of: „Kom niet aanzetten met een tent van 500 dollar.” Occupy-tenten kunnen ook kapot gaan. En als de politie komt, is er geen tijd om de tent af te breken.

Occupy Wallstreet meldt op facebook dat zij zaterdag een feestje viert: ze wordt drie maanden. Soms komen de reacties van ver weg. Op de ‘Occupy Port of Seattle’-pagina betuigt Bob vanuit Brussel zijn respect en solidariteit voor de betogers in Seattle. En ze kunnen van alles betekenen. Miles post zijn favoriete liedje: Shut It Down van Pitbull ft. Akon.

Maar de actievoerders zelf gebruiken de sites vooral om mensen in de buurt te bereiken. Morgenavond op de rol voor actievergadering bij Occupy Oakland: er is behoefte aan „easy prep and hot food” in de keuken. En er is behoefte aan brieven voor kameraad Truth, want hij mist zijn ‘Occupy-familie’, heeft hij laten weten. Occupytogether.org zinspeelt op pauze met oudjaar: „een revolutie zonder rustmomenten is de naam revolutie niet waard.”

    • Rianne Kouwenaar