Controversieel tegen wil en dank

Zijn kruiswegschilderingen bezorgden schilder Aad de Haas een blijvend imago als controversieel kunstenaar. Pas decennia later, na zijn dood, zag de Kerk de kwaliteit in van zijn werk.

Netherlands, Wahlwiller, 13.12.2011 Beschilderingen Aad de Haas in Sint-Cunibertuskerk in het Zuid-Limburgse Wahlwiller. Kruiswegstaties van De Haas van vlak na WO II zorgden voor een flinke rel. foto Chris Keulen

Deborah de Haas kijkt naar de beschilderingen van haar vader in het Sint-Cunibertuskerkje in het Zuid-Limburgse Wahlwiller. De kruiswegstaties die Aad de Haas vlak na WO II maakte zijn dromerige, mystieke afbeeldingen van Christus en de andere figuren, die steeds silhouetten blijven. „Nu zie je er geen enkel kwaad meer in”, constateert ze.

Dat was 65 jaar geleden wel anders. Tijdens de bezetting had de Rotterdammer vastgezeten vanwege zijn entartete Kunst. Tegen het einde van de oorlog dook de Rotterdammer Aad de Haas (1920-1972) onder in Zuid-Limburg. In Wahlwiller stopte de schilder zijn ziel en zaligheid in het maken van een kruisweg. „Hij was een diepgelovig mens.” Maar de discussie over het werk liep hoog op. Zo zouden de staties volgens een christelijke weekbladcriticus in strijd zijn met de christelijke betamelijkheid. En nadat ook het Vaticaan bij monde van het Congregatie van het Heilig Officie had gesproken over „monsterachtige larven”, die beledigend zouden zijn „voor de waardigheid van religieuze onderwerpen”, eiste de bisschop van Roermond verwijdering van de staties. Nota bene op Goede Vrijdag van het jaar 1949 droeg De Haas zelf zijn werk de kerk uit.

Na dit voorval in Walhlwiller veranderde het werk van De Haas enorm, zo laat de overzichtsexpositie Geloof, heimwee en liefde in De Kunsthal in Rotterdam zien. Hij zocht naar een andere stijl en sneed andere thema’s aan, met name macht en erotiek. Uit de periode net na de affaire zal in De Kunsthal niets te zien zijn. Deborah de Haas: „Er zijn alleen nog contactafdrukken van foto’s van de schilderijen die hij toen maakte. Ze waren heel donker, heel heftig. Hij heeft ze later vernietigd.” Op het duistere tijdperk volgde een tijd waarin de kunstenaar zeer expressionistisch werk maakte. „Alsof hij eerst door die donkere tijd heen moest.”

De Haas liet zich lastig plaatsen. Voor traditionalisten oogde zijn werk te modern. Vooruitstrevende geesten vonden zijn figuratieve werken te ouderwets. Deborah de Haas, een van vier van de zeven kinderen die kunstenaar werden: „Mijn vader was een absolute eenling. Hoe er over hem en zijn werk gedacht werd, interesseerde hem niet. Die houding zat er altijd al in. De Wahlwiller-affaire heeft dat zelfgezochte isolement mogelijk nog versterkt. Die behoefte aan rust om te werken heeft hem ondanks heimwee naar Rotterdam ook in Zuid-Limburg gehouden.”

Het weerhield critici en andere kunstkenners er niet van om De Haas van allerhande etiketten te voorzien. Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, vond het werk van De Haas in 1950 te zuidelijk en te katholiek om er iets mee te doen.

De Haas noemde Sandberg en de experimentele schilders uit die tijd stumperds. Hij zag de zin niet van een tentoonstelling in de hoofdstad. „Dan zit je met je neus in de artistieke wereld, in de couveuse waar je met ’n gummislangetje in je achterwerk wordt gevoerd. Laat al die krengen toch rotten in d’r luie kunstwereld en laten wij gein hebben.”

De slagschaduw van de Wahlwiller-affaire was lang. Door het lang naijlende tumult van eind jaren veertig hield De Haas het imago van een controversieel kunstenaar. „Zijn naam en werk werden te pas en te onpas gebruikt in polemieken waar hij zelf part noch deel aan had, ook geen deel aan wilde hebben.”

De kruiswegstaties keerden in 1981 terug in de kerk in Wahlwiller. Zelfs de aartsconservatieve bisschop Gijssen zag nu de kwaliteit. De Haas zelf had de panelen in 1949 nog willen gebruiken voor het maken van nieuw werk. Zijn vrouw verhinderde dat.

De kunstenaar maakte het eerherstel niet meer mee. Hij overleed in 1972. Nu, bijna veertig jaar na zijn dood, krijgt de Haas een grote tentoonstelling in zijn geboortestad Rotterdam. Het past bij de erkenning van de afgelopen decennia. Zijn dochter: „Hij was een volledig oorspronkelijk kunstenaar, een vrije geest.”

De tentoonstelling ‘Geloof, heimwee en liefde. Aad de Haas’ is van 10 december tot en met 4 maart 2012 te zien in de Kunsthal in Rotterdam. Inl. www.kunsthal.nl

    • Paul van der Steen