Ban Ki-moon steekt z'n nek uit

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN verdedigde gisteren de interventie van de NAVO in Libië, tegen kritiek van Rusland en China. Steeds vaker opereert hij activistisch.

Het gebeurt niet vaak dat Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, in het openbaar permanente leden van de Veiligheidsraad tegen de haren in strijkt. Maar gisteren nam hij ondubbelzinnig afstand van de landen, waaronder Rusland en China, die de NAVO ervan beschuldigen dat ze in Libië te ver is gegaan.

Volgens de Russen en Chinezen gaf de NAVO een veel te ruime uitleg aan VN-resoluties, toen ze dit voorjaar begon doelen in Libië te bombarderen en daarmee bijdroeg aan de val van de Libische leider Gaddafi. Het heeft beide landen kopschuw gemaakt om over Syrië, nu de situatie daar steeds ernstiger wordt, wat voor resolutie dan ook aan te nemen.

Maar Ban Ki-moon nam het gisteren omwonden op voor het Atlantisch bondgenootschap. „De militaire operatie van de NAVO-troepen is strikt binnen het mandaat van resolutie 1973 uitgevoerd. Daar moet geen misverstand over bestaan.”

Resolutie 1973 riep lidstaten van de VN op „alle noodzakelijke maatregelen” te nemen om burgers te beschermen die bedreigd werden door de harde manier waarop het regime van Gaddafi de opstand probeerde neer te slaan. Aanvankelijk was de verwachting bij de VN dat de resolutie vooral tot een vliegverbod zou leiden. Maar de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk begonnen meteen met bombarderen, wat al snel werd overgenomen door de NAVO.

Volgens de critici bij de VN, ook landen als India, Brazilië en Zuid-Afrika, werkte de NAVO zo onder het mom van bescherming van burgers in feite aan regime change. De NAVO heeft dat altijd stellig ontkend.

Ban zei gisteren dat geen van de dit jaar verdreven Arabische leiders afgezet is met hulp van buiten. „Deze veranderingen van regime zijn tot stand gebracht door de bevolking, zonder interventie van buitenlandse troepen.” Tegelijk toonde hij zich tevreden dat het idee terrein wint dat de internationale gemeenschap in actie moet komen, als een staat zijn eigen bevolking niet beschermt – wat in VN-terminologie de Verantwoordelijkheid om te Beschermen heet (Responsibility ot Protect, of R2P).

Toen Ban vijf jaar geleden als VN-chef aantrad, leek hij een nogal kleurloze en vooral voorzichtige VN-chef te zijn. Maar ook over Syrië, waar volgens de VN nu 5000 burgers gedood zijn, was hij gisteren erg uitgesproken. „Dit kan zo niet doorgaan. In naam van de mensheid: het is tijd voor de internationale gemeenschap om in actie te komen.”

Tot nog toe zijn pogingen om het Syrische bewind in een resolutie van de Veiligheidsraad te veroordelen op niets uitgelopen. Rusland en China spraken in oktober een gezamenlijk veto uit over een afgezwakte resolutie waarin niet eens met sancties werd gedreigd.

Al eerder dit jaar begon duidelijk te worden dat Ban Ki-moon geen genoegen meer nam met een bescheiden rol als bureaucraat op de achtergrond. Terwijl hij campagne voerde voor een tweede termijn van vijf jaar, schrok hij er dit voorjaar niet voor terug steun te geven aan de betogers in de Arabische wereld.

Ook bemoeide hij zich persoonlijk met de crisis in Ivoorkust, waar VN-troepen de druk opvoerden op de zittende president Gbagbo die zijn verkiezingsnederlaag niet accepteerde. Rusland zou overwogen hebben vanwege dit ingrijpen van de vredesmacht zijn veto uit te spreken over een tweede termijn voor Ban. Maar dat gebeurde niet. En zo kan hij op 1 januari – in zijn nieuwe activistische gedaante – aan zijn tweede ambtsperiode beginnen.

Juurd Eijsvoogel