'Weg met koning Hamad!'

De opstand van shi’ieten in Bahrein is neergeslagen, maar hun eisen staan overeind en hun woede zit diep. Op pad met twee jonge activisten.

Bahraini women watch as hundreds of anti-government protesters (unseen)run Friday, Dec. 9, 2011, through the Musalla area of Manama, Bahrain, toward an area that had been the hub of Bahrain's spring uprising and is now a heavily militarized zone that protesters seek to reclaim. The protesters were forced back by riot police just short of the area. Writing on the wall reads "freedom" above pictures of political prisoners. (AP Photo/Hasan Jamali) AP

Aan de rechterkant van de weg staat op de muur: „Lang leve de koning, we zijn allemaal Al-Khalifa”. Aan de linkerkant zijn de leuzen op de muren slordig bedekt met dikke lagen verf, er haastig opgesmeerd door de regering. Te haastig, want je kunt nog zien wat eronder staat: „Weg met Hamad” en: „De mensen willen zelfbeschikking”. Rechts ligt het dorp Budeiya, links het dorp Beni Jamrah, zo’n 10 kilometer buiten de hoofdstad Manama.

„Rechts is een dorp van loyalisten, links is een arm en politiek activistisch dorp,” zegt Said al-Muhafdah (30), mensenrechtenactivist en vandaag chauffeur. Rechts is ook het dorp met overwegend sunnitische inwoners, links is shi’itisch.

Maar dat hoor je Said niet zeggen, want dat willen de opstandelingen in Bahrein nu juist niet benadrukken. „Dat frustreert ons het meest, dat er een sektarisch ding van gemaakt wordt”, zegt activiste Zainab al-Khawaja (28) vanaf de achterbank.

Zij is niet de enige. Het is de stellige overtuiging van veel Bahreini’s, dat het beeld van opstandige shi’ieten bewust wordt gecreëerd door de regering. „Omdat de wereld [het shi’itische] Iran haat, en dus weinig sympathie zal opbrengen voor de opstand in Bahrein en dat is precies wat de regering wil”, zegt Khawaja.

Er is wel degelijk een kloof tussen de shi’ieten en de sunnieten in Bahrein. Al was het maar op economisch gebied. Het sunnitische dorp Budeiya ziet er welvarend uit met zijn roze en witte villa’s, terwijl het shi’itische Beni Jamrah armoedig en grauw is. Said en Zainab erkennen dat de shi’ieten achtergesteld worden, maar hameren erop dat ze er geen religieuze kwestie van willen maken.

Ze willen de achterstand aanpakken met democratische hervormingen: minder macht voor de koning, meer macht voor het parlement, een onafhankelijk justitieel apparaat.

Meer macht aan het volk betekent in Bahrein waarschijnlijk inderdaad meer macht aan de shi’ieten. Naar schatting 70 procent van de bevolking van Bahrein is shi’itisch, de macht is nu vrijwel geheel in handen van de sunnitische Khalifa-familie.

Muhafdah: „Natuurlijk buit Iran dat uit in de media, daar kunnen wij niets aan doen. Het zou iets anders zijn als ze wapens zouden sturen.”

De onafhankelijke commissie die in opdracht van de koning de afgelopen maanden de shi’itische opstand en het harde neerslaan ervan onderzocht, vond geen bewijs voor Iraanse betrokkenheid. Saoedi-Arabië, de aartsvijand van Iran, stuurde in maart wel wapens en troepen, maar op verzoek van de koning om de opstand te helpen bedwingen. Het afgesloten Parelplein in Manama, destijds het hart van de demonstraties, wordt nu zwaar bewaakt door Saoedische soldaten.

Bij het volgende dorp is de weg afgesloten met betonblokken. „Dat is om het sunnitische deel van het dorp het idee te geven dat het anders wordt aangevallen door het shi’itische deel.” Ook hier leuzen op de muren: „We laten onze gevangenen niet vallen”. Over die gevangenen maken beide activisten zich zorgen. Want dat systematisch gemarteld is, bevestigt het rapport van de onafhankelijke commissie. Voor Khawaja is dat extra pijnlijk omdat haar vader, een bekende mensenrechtenactivist, in juni levenslang kreeg op beschuldiging van een poging de regering omver te werpen en vastzit in een militaire gevangenis.

Een van de slachtoffers van de martelingen is gekomen naar het huis van een oprichter van een mensenrechtenorganisatie. Hier is het veilig om te praten.

Hij wil niet met zijn naam in de krant, zijn blik schiet snel heen en weer. „Ik ben vanaf 2005 vier keer opgepakt, de eerste keer omdat ik bij demonstraties tegen werkloosheid was. De derde keer, in 2007, begon het martelen. Toen hadden ze het groene licht gekregen om alles te doen wat ze wilden. Ik kreeg toen lange tijd geen slaap en geen eten, wel veel elektrische schokken.”

Tijdens de opstand van afgelopen voorjaar werd hij opnieuw opgepakt en wekenlang gemarteld.

„Ik ben doof aan een kant, dat doen ze het liefst, iets aanrichten wat je niet ziet. Ik moest op de grond liggen, ze lieten heel veel water in mijn oor lopen en ramden erop, net zolang tot mijn trommelvlies brak. Wat je op dat moment in je hoofd hoort, is zo afschuwelijk dat je denkt dat je in een andere wereld bent.”

Verhalen zoals deze staan niet op zich, maar lang niet iedereen wil praten; er is veel angst.

Daarnaast hebben mensen hun baan verloren als ze aan de verkeerde kant van het politieke spectrum stonden. Shi’itische studenten zijn van de universiteit gestuurd. Het rapport van de onderzoekscommissie bevestigt het allemaal. De lokale kranten – zwaar gecensureerd – staan er vol mee. De regering heeft nu een voormalige politiechef uit Florida ingehuurd om de politie te leren leren hoe ze volgens internationale normen moet omgaan met arrestanten en gevangenen.

Volgens de koning moet het rapport het beginpunt zijn van verandering. Westerse bondgenoten hebben daar ook op aangedrongen. Maar Said al-Muhafdah en Zainab al-Khawaja hebben er niet veel vertrouwen in. Het rapport gaat volgens hen niet in op de eisen van het volk. De protesten zijn dan ook niet voorbij. Vrijwel dagelijks wordt er ergens op het eiland gedemonstreerd.

Khawaja: „Laatst zat ik tijdens een demonstratie op de grond tegenover een agent van de oproerpolitie. Hij zei dat ik moest oprotten, omdat ik nu toch mijn zin had. Ik dacht even dat hij bedoelde dat de koning was opgestapt.”