Waarom de Britse premier David Cameron liever in zijn eentje speelt

Een misplaatste beschermingsdrang van de belangen van de City. Een afkeer van de federale koers waar de eurozone onmiskenbaar op afstevent. Isolationisme. Een oprisping van soevereiniteitsdrift waar voormalige imperia wel vaker last van hebben. Een tactische blunder. Gebrek aan ervaring.

Er zijn de afgelopen dagen veel verschillende redenen gezocht achter het Britse besluit om als enige niet mee te doen met het nieuwe verdrag dat vorige week in Brussel overeen is gekomen. Allemaal zijn ze waarschijnlijk een beetje waar. Maar er is er één die opmerkelijk genoeg over het hoofd is gezien.

Er is op dit moment sprake van een flinke kloof in de gewenste aanpak van de problemen van de wereldeconomie, die in wezen neerkomen op de problemen van de Westerse economie, die op hun beurt weerspiegeld worden in de problemen binnen de eurozone. Het duidelijkst zichtbaar is het verschil van mening tussen Duitsland en de Verenigde Staten. Dat gaat verder dan de crisis zelf.

Sinds Duitsland zelf het begrotingsevenwicht in de grondwet vastlegde, verlangt het van haar Europese partners dat zij hetzelfde doen. Volgens deze redenering is de discipline an sich een vertrouwenwekkend fenomeen, dat de burgers en ondernemers aanzet tot het ontplooien van economische activiteit. Het actief stimuleren van de economie met het laten oplopen van het begrotingstekort is zo geredeneerd een fantoomoplossing. De burger weet dat dit hogere toekomstige lasten zal veroorzaken, en stelt zich daar nu al op in. Waardoor stimulering per definitie niet werkt.

De Amerikanen denken daar heel anders over. Natuurlijk: houdbare overheidsfinanciën zijn van het grootste belang, maar dan moet er wel gegroeid worden. En dat hou je aan de gang door nu een hoger tekort toe te staan en het herstel van de economie niet af te knijpen. Uiteindelijk lossen de problemen zichzelf dan in de toekomst op, als de belastinginkomsten stijgen. De hogere economische groei werkt, in de noemer van de schuld- en tekortquotes, extra mee. Zoals oud-president Reagan al laconiek zei toen hem werd gevraagd naar het begrotingstekort: „Dat is nu groot genoeg om op eigen benen te staan.”

Welke aanpak het beste is onder de huidige omstandigheden doet hier even niet ter zake. Het gaat er om dat het Verenigd Koninkrijk zich in een onmogelijke positie bevindt. Het is gevraagd zich te scharen achter de continentale, lees: Duitse, aanpak. Maar de Britse reflex lijkt veel te sterk op de Amerikaanse. Het verankeren van een begrotingsevenwicht in de wet, en het goeddeels weggeven van budgettaire zelfbeschikking aan Europa, gaan lijnrecht in tegen de intuïtie.

Het dilemma heerst overigens, en misschien ook wel niet toevallig, ook op de financiële markten in de City zelf. Daar wordt in de eurocrisis een gebrek aan begrotingsdiscipline bestraft, maar wordt even goed geschrokken als de economische groei vervolgens tegen valt.

Erg consequent is dat niet. En dat geldt al helemaal voor de manier waarop de markten met Londen zelf omgaan. Kijk naar de Britse cijfers: een begrotingstekort van 8,8 procent en een inflatie van 4,8 procent. Je zou denken dat Britten al lang waren afgeslacht op de markt. Maar, gelegen in de luwte van de eurocrisis, betaalt Londen slechts 2,08 procent rente op tienjarige staatsleningen. Cameron leent, met hemeltergend slechte cijfers, even goedkoop als Bondskanselier Merkel. De Amerikaanse president Obama overigens ook.

De Britse rentevoet is bizar. Geen wonder dat Camaeron er van overtuigd is dat hij alles goed doet. Want de markt heeft altijd gelijk, zeker als de aandacht daar gefixeerd blijft op iets veel ergers en acuters: de eurocrisis. Je zou bijna denken dat Londen er baat bij heeft die zo lang mogelijk te laten duren.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel