Snelwegschutteren

Aanvankelijk dacht hij aan jochies van twaalf met een luchtdrukpistooltje. Later aan een psychopaat. Maar, zo zei hij deze zomer op radio en tv, alles overziende bleef er toch maar „één reële mogelijkheid” over: een sadist. Eventueel ex-dierenmishandelaar. Een man. Misschien wel twee mannen. Of drie. Zeg: vijf.

Dus wat zei forensisch psycholoog Ernst Ameling afgelopen vrijdag op Radio 1, toen de snelwegschutter een kiezelsteentje bleek te zijn (of drie, of vijf)? „Nou, da’s mooi meegenomen, dat er dus kennelijk niemand is die zich heeft beziggehouden met het kapot schieten van ruiten van rijdende auto’s.”

Het was maar een spook. Een spaghettimonstertje. Hihi.

Maar nu de straten definitief veilig zijn, moeten we misschien toch nog eens rustig de schadeformulieren gaan invullen.

Heeft prof. dr. Corine de Ruiter bijvoorbeeld schade? Nee. Zij karakteriseerde het steentje destijds als volgt, in de Volkskrant: „In feite maakt hij zich schuldig aan vandalisme” – en dat profiel is strikt genomen best compatibel met zo’n klotekiezeltje. Ze zei ook: „Ongetwijfeld speelt de aandacht die hij krijgt een grote rol” – maar dat moet verkeerd geciteerd zijn, want wetenschappers gebruiken zelden het woordje ‘ongetwijfeld’.

Hebben de media dan schade opgelopen? Of de politie? Politici?

Ook niet! De politie zocht, opgejut door minister Opstelten, maandenlang continu, met helikopters en met bijna veertig rechercheurs. En? Nul kogels. Nul getuigen. Alleen een statistisch onbeduidend piekje in de meldingen van ruitschade op 7 augustus 2011.

Geen spoor van een dader, en, veel erger nog, geen spoor van een daad. Dat speurt knap lastig.

Dus toen het ANP eind augustus bij de politie polste of er al kogels waren gevonden, de kern van de hele zaak, zweeg de woordvoerder slim, „uit tactische overwegingen”.

Slim, want – en dat is het schokkendste aan de conclusies van jongstleden vrijdag – nog steeds kán er een snelwegschutter actief zijn. Theoretisch. Zegt de politie.

Wacht, matcht dat niet perfect met wat Ernst Ameling, de profiler, vrijdag nog zei op Radio 1? „Och jongen, het had zo goed gekund dat ie er wél was”. En, alles nog eens overziende: „Het is heel goed mogelijk dat zo iemand bestaat, of gaat bestaan of komt te bestaan.”

Arjen van Veelen