'Opa verkocht medailles om te overleven'

Nederlandse schaatser Jaap Eden, op het ijs. Plaats onbekend, 1890-1900. Ingekleurde zwart/wit foto uit het " Blue Band Sportboek", deel 9, pagina 219.

Ard Schenk die de pet van zijn beroemde opa Jaap Eden opzet, Jaap Eden junior kan er wel om lachen. „Typisch iets voor Ard, daar kun je op wachten”, zegt hij bij het vijftigjarig jubileum van de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Als tienjarig jochie opende Jaap Eden III – ook zijn vader had dezelfde voornaam – in december 1961 de eerste kunstijsbaan van Nederland. Afgelopen weekeinde onthulde hij in de kantine van de ijsbaan een kleine tentoonstelling met spullen van zijn opa, die drie keer wereldkampioen werd als schaatser (1893, ’95 en ’96) en twee keer als wielrenner (1894 en ’95). Van een geruite pet („de originele”) tot een paar oude schaatsen. Van een rode sjerp uit 1893 met de tekst Amateur World Champion tot een replica van zijn grafsteen.

Waar komt de pet, beroemd van oude foto’s, vandaan?

„Die heeft mijn grootvader een keer gewonnen bij een wedstrijd in Zweden. De gaten die erin zitten, zijn niet van de motten maar van alle medailles die hij eraan hing. Maar die heeft hij op een gegeven moment allemaal verkocht. Mijn grootvader had na zijn carrière geld nodig om te overleven.”

En de spullen die wel bewaard zijn gebleven?

„Het stond allemaal boven op zolder, in een doos. Schaatsen, sjerp, er zijn nog wat bekers in de familie. Maar je hangt het niet op in de woonkamer, hoe trots je ook op je grootvader bent. Hier op de ijsbaan heeft het in elk geval een functie, en kunnen mensen er naar kijken. Een grafsteen, wat moet je er anders mee? Oké, een enkel bekertje staat nog wel bij ons thuis. En een fotolijstje. Zo houd je de herinnering in ere.”

Is het bijzonder om de kleinzoon te zijn van Jaap Eden?

„Welnee, je groeit er mee op. Het is net als in de Koninklijke familie. De een zijn moeder is koningin, de ander zijn vader is Jaap Eden. Mijn vader werd er in zijn tijd vaker mee geconfronteerd dan ik. Zo’n drie of vier keer per jaar word ik er nog op aangesproken. ‘Jaap Eden, bent u familie?’ En er zijn mensen die het weten. Dat is best leuk.”

Herinnert u zich nog de opening van de ijsbaan in 1961?

„Ik weet nog dat mijn vader de baan eerst zou openen, maar hij zei: ‘laat m’n zoontje het maar doen.’ Ik vond het schitterend. Ik moest een rondje rijden.”

Het gerucht gaat dat u niet kon schaatsen.

„Ik kon toen nog niet schaatsen, dat klopt. Maar ik heb wel schaatsen gekregen, van die fantastisch mooi ingegraveerde. Lage noren, mijn dochter heeft ze nu. Ik houd inmiddels wel van schaatsen, zeker als er natuurijs ligt. Dat gevoel heb je hier op de Jaap Edenbaan ook. ’s Avonds buiten, met de lichtjes aan. Net als vroeger.”

Komt u vaak op de Edenbaan?

„Ik voel me erg verbonden met de baan, maar ik kom er niet vaak. Ik woon in Dronten en werk in het buitenland, momenteel als boormeester in Oman. Het was zelfs kantje boord of ik wel bij dit jubileum kon zijn. Maar deze dag is voor mij heel belangrijk. Ik wilde er graag bij zijn, ook voor de tentoonstelling. Alles van mijn grootvader ligt nu hier, van mij mag dat zo blijven. Hij is en blijft de allereerste Nederlandse sportheld.”

Maarten Scholten