Onverschilligheid vormt de grootste bedreiging voor onze democratie

Het was september 1983 toen ik als student politicologie aan de Vrije Universiteit met het lidmaatschap van het CDJA mijn eerste stappen zette in de actieve politiek. Wat keek ik nog op tegen de leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal – onze volksvertegenwoordigers.

Hoe anders was de stemming in 2006. Na enkele omzwervingen als vakbondsbestuurder, projectmanager en ondernemer werd ik zelf gekozen als Tweede Kamerlid. Toen ik mijn ondernemersvrienden over mijn kandidatuur vertelde, vielen misprijzende reacties mij ten deel. Waar begon ik aan? Hoe zou ik het uithouden bij die ambtenaren en ja-knikkers? „Dat is toch niets voor een onafhankelijk ondernemer als jij?”

Met mijn keuze voor de politiek zou ik behoren tot een steeds kleiner wordende minderheid in dit land. Was in 1950 nog zo’n 6 procent van de Nederlanders lid van een politieke partij, nu is dat een schamele 2 procent (320.000 leden). Vergelijk dit eens met de meer dan 3 miljoen Nederlanders die lid zijn van een natuur- of milieuorganisatie. Dat is ook belangrijk, maar toch… Belangrijker dan het bestuur van het land?

Tegelijkertijd blijkt uit De sociale staat van Nederland 2011 van het SCP een toename van politieke interesse. Nederlanders zijn nog steeds maatschappelijk betrokken, alleen wordt het lidmaatschap van een politieke partij niet gezien als een geschikt middel om daar uiting aan te geven. Sterker nog – uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het politieke cynisme juist is gegroeid.

Hiermee is in onze parlementaire democratie een steeds kleiner deel van de bevolking actief betrokken bij het openbaar bestuur. Volgens onderzoek zijn dit zo’n 50.000 tot 60.000 actieve leden. Uit deze zeer beperkte groep worden voor 16 miljoen Nederlanders gemeenteraadsleden, wethouders, burgemeesters, statenleden, gedeputeerden en Kamerleden gerekruteerd. Dit kan niet anders dan ten koste gaan van de kwaliteit van ons openbaar bestuur.

Zou het toenemende aantal bestuurscrises in gemeenten hiervan niet mede een symptoom kunnen zijn? Hoe representatief zijn onze politici nog? Zo is de gemiddelde leeftijd van een PvdA-, VVD- en CDA-lid respectievelijk 52, 46 en 56 jaar. De ambtenarij en het onderwijs lijken sterk oververtegenwoordigd, ten koste van zelfstandige beroepen en ondernemers. Hoger opgeleiden zijn politiek actiever dan middelbaar- en lager opgeleiden. Dit gebrek aan representativiteit vormt een bedreiging voor de goede werking van ons parlementaire stelsel. Juist in tijden van economische crises – met veel onzekerheid en de noodzaak om pijnlijke keuzes te maken – vragen om herkenbare politici, die zich gedragen weten door een achterban.

Natuurlijk, politieke partijen en hun vertegenwoordigers dienen zich radicaal te vernieuwen om weer aansluiting te vinden bij brede lagen van de bevolking. Eerder heb ik hiervoor een uitvoerig pleidooi gehouden in deze krant, samen met Paul Schenderling. Het is echter te gemakkelijk om de schuld eenzijdig bij de politiek te leggen.

Overal in de wereld zien we mensen de straat op gaan om hun democratische rechten op te eisen. Zijn wij evenwel niet een beetje verwend geraakt? We doen alsof democratie zich vanzelf in stand houdt en niet vraagt om actieve inzet van burgers. Van burgers mag best wat meer inzet worden verwacht om de verworvenheden van onze democratie in stand te houden. „Maatschappelijk corvee”, noemde Cees Veerman dit eens.

Terug naar mijn ondernemersvrienden. Als ik op een van hun bijeenkomsten weer eens een stortvloed van klachten en wensen over mij heen krijg over het functioneren van de overheid in het algemeen en de politiek in het bijzonder, heb ik altijd één vraag: wie is hier actief lid van een politieke partij? Er gaan dan meestal maar weinig vingers de lucht in, waarop ik dan standaard antwoord: zolang jullie je niet actief in de politiek inzetten, krijgen jullie de bestuurders en volksvertegenwoordigers die jullie verdienen.

Ad Koppejan is Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Frans Timmermans (PvdA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).