'Nederlandse handel is niet in balans'

Nederland heeft buiten de EU een fors handelstekort. Een „groot strategisch probleem”, volgens Mark Cliffe, hoofdeconoom van ING. „We kunnen niet teren op de afgelopen twintig jaar.”

Eerst maar even een positief punt. Het is echt ongelofelijk hoe hard de export van Nederland de afgelopen twee decennia is gegroeid. „Zelfs met Duitsland heeft Nederland een handelsoverschot. Heel indrukwekkend”, zegt hoofdeconoom Mark Cliffe van ING.

Maar die export gaat vooral naar andere eurolanden en met name buurlanden. Want met de rest van de wereld heeft Nederland juist een fors handeltekort. Een tekort met China, Rusland, Japan, Brazilië, India en ook met de VS dat zelf kampt met enorme handelstekorten. Met andere woorden: Nederland importeert veel meer dan het exporteert. De Nederlandse export is volgens Cliffe vrijwel geheel gericht op de Europese buurlanden.

Is dat erg? Cliff noemt het een groot „strategisch probleem”. Hij lacht even. Laten we het geen probleem noemen, zegt hij dan. „Het is een grote strategische uitdaging.”

Een dag nadat het Centraal Planbureau (CPB) sombere voorspellingen over de Nederlandse economie presenteerde, komt het Economisch Bureau van ING met een studie naar de Nederlandse handel de afgelopen twee decennia. Het idee voor de studie ontstond na de kredietcrisis in 2008. De wereldhandel zakte na de crisis dramatisch in elkaar en het economisch bureau van ING besloot om voor verschillende Nederlandse grote onderneming te onderzoeken hoe Nederland als handelsland er eigenlijk voor staat.

De uitkomsten? Er staan wat positieve punten in het rapport. Maar de conclusies zijn somber. Want terwijl het handelsucces van Nederland afhankelijk is van de handel met West-Europa, staan Europese economieën er slecht voor. Door de schuldencrisis valt de economische groei in veel landen stil. De groei komt van de opkomende economieën; China, India, Brazilië. En met die landen doet Nederland juist nauwelijks zaken.

Dus moet Nederland volgens Mark Cliffe nadenken over het huidige exportmodel. De Nederlandse export is de afgelopen jaren explosief gestegen: van 60 procent van het bruto binnenlands product in 1996 naar 80 procent van het bruto binnenlands product in 2010. Als die export uitgesplitst wordt, blijkt wat de sterke positie van Nederland is. De grootste groei is in die jaren gerealiseerd met de zogeheten wederuitvoer. Dat zijn producten die Nederland importeert en vervolgens weer exporteert naar Europese landen. Met dank aan de haven van Rotterdam en luchthaven Schiphol.

Nederland als klassieke doorvoerhaven voor het Europese achterland. Die positie heeft een groot risico, zegt Cliffe. „Een scherpe terugval van de Europese economieën zal Nederland hard raken. Nederland is eigenlijk een soort gijzelaar van haar eigen geschiedenis.” Natuurlijk exporteert Nederland ook producten naar landen buiten Europa. Maar de waarde van die producten is veel lager dan de waarde van de goederen die vanuit die landen geïmporteerd worden. Het laat volgens Cliffe zien hoe afhankelijk Nederland is van de buurlanden voor exportsucces. „Een ding is heel duidelijk. De Nederlandse handel is niet in balans.”

Uit het onderzoek van ING blijkt dat Nederland vooral sterk is in drie sectoren: de landbouw- en voedingsindustrie, de chemische industrie en technologische industrie. De in Nederland geproduceerde goederen uit de landbouw- en voedingsindustrie zijn zelfs goed voor een wereldwijd marktaandeel van 5 procent. De export van deze producten steeg in de periode 1996-2010 van 30 miljard euro naar 47 miljard euro. Maar zoals met de meeste Nederlandse handel gaat 75 procent hiervan naar West-Europa. Een ander probleem is dat de omzet van de zogeheten agrifood-sector in Nederland wel stijgt, maar wereldwijd groeit deze sector langzaam. Ook de technologische industrie verloor de afgelopen jaren marktaandeel.

Mark Cliffe noemt het rapport een „alarmbel”. „We hadden een fantastisch handelsoverschot, maar het spel is aan het veranderen. De regels wijzigen. Nederland moet veel beter nadenken over wat er aan de hand is. Het is in ieder geval duidelijk dat Nederland niet kan teren op de afgelopen twintig jaar. Het moet anders.”

Maar hoe? Dat weet hij ook niet. Dit rapport is een startpunt, zegt hij. De komende periode wil ING met vervolgstudies komen waarin de mogelijkheden voor een ander exportmodel bekeken worden. Misschien moet Nederland zich helemaal niet richten op rechtstreekse export naar de landen in Azië. Nederland heeft een heel sterke economische band met Duitsland, zegt hij. „Je kunt proberen je positie als toeleverancier van de Duitse economie te versterken. Indirect exporteer je dan ook naar de opkomende economieën.”

Hij wil ook nog wel een kleine kanttekening plaatsen bij fixatie op China als de toekomstige economische grootmacht. „Twintig jaar geleden zei iedereen dat over Japan.” Ja, China is de laatste jaren enorm gegroeid. „Maar blijft dat zo doorgaan? Of zal het een luchtbel blijken te zijn.” Hij haast zich te zeggen dat ING daar niet vanuit gaat. „Maar we moeten er altijd rekening mee houden dat het onverwachte gebeurt.”

    • Tom Kreling
    • Jeroen Wester