Na hem is de agent een varken

Emory Douglas is de man die de woede van de Black Panthers omzette in beeld. Hij is nog even geëngageerd als in de jaren zeventig. „Iedereen kan iets doen.”

Begin jaren zeventig kreeg vormgever Emory Douglas (1943) een verontrustend telefoontje. „Wij handelen in kunst, bewonderen je werk, kunnen we afspreken?” Foute boel, dacht Douglas meteen. Toen hij op het kantoor van de Black Panther Party een tweede telefoontje kreeg, hadden zijn collega-Panthers hetzelfde vermoeden: FBI. „Die hielden me in de gaten”, vertelt hij in Amsterdam bij vormgevingsinstituut Premsela, waar hij deze week te gast is. „Ik hing snel op. Als ze je in een val lokten en je droeg drugs bij je werd je gearresteerd. Dat zagen we gebeuren bij zwarte politici die net als de Panthers vochten voor burgerrechten.”

Douglas had het vermoeden dat de FBI hem als vormgever in de gaten hield omdat hij black power een gezicht gaf. Als ‘minister van cultuur’ van de Panthers ontwikkelde hij een krachtige grafische stijl. In dikke contouren tekende hij trotse iconische beelden van zwarte moeders, helden van allerlei etniciteiten, gebalde vuisten, omlijst met marxistische slogans. Zijn posters van gewapende varkens maakten de term ‘pig’ voor een politieman gemeengoed.

„Het was een agressieve stijl”, glimlacht Douglas, die een bescheiden indruk maakt. „Want we moesten ons verdedigen tegen politiegeweld. En met die stijl verklaarden we ons solidair met de gewapende strijd van onderdrukten wereldwijd. Mijn inspiratie kwam van solidariteitsposters uit Cuba, Zuid-Amerika, Azië.” Daarna inspireerden ook zijn posters wereldwijd andere vormgevers. Dat doen ze ook nu nog. Shepard Fairey, de vormgever van de ‘Hope’-poster uit de presidentscampagne van Barack Obama, noemde Douglas als voorbeeld.

Douglas maakt op uitnodiging van Premsela kennis met de Nederlandse culturele wereld. Morgen geeft hij in een lezing bij W139 in Amsterdam antwoord op de vraag of je als ontwerper zelf ook politiek actief kunt zijn. Zijn antwoord is duidelijk, want ook nu is zijn eigen werk nog een vorm van activisme. „Ik kaart in mijn werk universele problemen aan zoals hiv en bendes – ook een epidemie.” Recente prenten van Douglas tonen Oscar Grant, een zwarte jongen die in 2009 gehandboeid door de politie werd doodgeschoten. Douglas portretteerde onlangs illegalen bij de Mexicaanse grens, geketend en met schietschijven op hun lijf. Met een groep filmmakers en kunstenaars reisde hij naar het grensgebied om misstanden via de kunsten te verbeelden en bekend te maken.

Nu neemt hij zijn prenten vanuit zijn woonplaats San Francisco mee naar Nederland. Hij toont ze in lezingen waarin hij vertelt over de Panthers toen, over misstanden nu, over zijn eeuwige strijd tegen het systeem. „Ik hoop mensen te inspireren. Doe iets, dat is belangrijk. Niet iedereen kan elke dag activist zijn en deelnemen aan Occupy. Maar je kunt je steun betuigen op veel manieren. Met kunst bijvoorbeeld.” Zo maakte hij een cartooneske occupyposter met raketten en dollartekens en de tekst: ‘money drove man mad’. „Ik geef een bevriende posterdrukker wel eens een ontwerp. Die hangt het dan op straat.” Over verkopen doet hij nonchalant. „Als mensen iets willen hebben, mogen ze betalen wat ze kunnen missen. Dat vind ik prima.”

Dat hij nog altijd zo actief is als politiek vormgever, betekent dat dat hij geen verbeteringen ziet? „Sommige dingen veranderen, andere blijven. Er is nog steeds werkloosheid, criminaliteit, gebrekkige gezondheidszorg, slecht onderwijs. Daarom moet je naar specifieke kwesties kijken, op lokaal niveau. Daar kun je een verschil maken.”

Het duurde lang voordat ook de kunstwereld iets in Douglas’ werk zag. Vier jaar geleden gaf Douglas een lezing in het Moca Museum in Los Angeles, wat een paar honderd man trok. „Mensen die doorgaans niet in musea komen.” Dat gaf het museum te denken. Een boek volgde, een expositie, toen een in New York, daarna in Engeland, Libanon, overal. „Maar ik zat al in de kunstwereld”, voegt Douglas er snel aan toe. „Die van de gemeenschapskunst. Ik werk met jonge ontwerpers, spreek op scholen. Ik heb niet om musea gevraagd. Het is welkom, maar extra.”

De Black Panther Party viel medio jaren zeventig uiteen, maar Douglas is blij dat de boodschap van strijdbaarheid en gelijkheid bleef doorklinken in rapmuziek en beeldcultuur. Hoe vindt hij de huidige nostalgie naar die revoluties van de jaren zestig en bijbehorende stijlen? Hij begint te lachen. „Dat is een uiting van het kapitalistisch systeem. Dat weet overal een te verkopen product van te maken.”

Lezing Emory Douglas bij W139, Amsterdam, 15 dec. om 17 uur, aanmelden via premsela.org. Op 16 dec. om 16 uur een meet & greet bij RAAF, Rotterdam, info via showroommama.nl

    • Sandra Smets