Kritiek op intensive care van VUmc

Het academische ziekenhuis VU Medisch Centrum in Amsterdam wil de samenwerking tussen een aantal medisch specialisten en de artsen van de afdeling intensive care verbeteren. Aanleiding is de klacht van een longarts bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg over een 65-jarige patiënt die in zijn ogen ‘onnodig’ overleed op de ic, in maart van dit jaar. De longarts maakte zelf melding van de dood bij de inspectie, omdat het ziekenhuis volgens hem te lang wachtte met melden.

Volgens chirurg Jaap Bonjer, voorzitter van de ruim 600 specialisten die bij het VUmc werken, zijn de meeste specialisten in het ziekenhuis het niet eens met de kritiek van de longarts. „Wij hebben een uitstekende intensive care, waar gemiddeld minder patiënten sterven dan bij vergelijkbare ic’s in andere academische ziekenhuizen.” Een commissie die door het ziekenhuis was ingesteld, na de klachten van de longarts, om iedereen te horen die kritiek had op het functioneren van de intensive care, kwam tot het oordeel dat de ic ‘vakinhoudelijk’ uitstekend is. Bonjer vermoedt dat er „interpersoonlijke problemen” zijn tussen enkele long- en hartchirurgen en de artsen van de intensive care.

Hij wijst er ook op dat een andere commissie, bestaande uit drie externe hoogleraren, de dood van de 65-jarige patiënt onderzocht; die commissie kwam tot de conclusie dat de dood niet ‘vermijdbaar’ was. De Inspectie voor de Gezondheidszorg was wél kritisch over het sterfgeval.

De tweede melding bij de inspectie van een ‘vermijdbaar’ sterfgeval op de intensive care, later dit jaar, is volgens Bonjer ook onderzocht en valt eveneens niet aan te merken als vermijdbaar. De inspectie heeft het onderzoek naar dit sterfgeval nog niet afgerond.

Toch zegt het VUmc de klachten van de long- en hartchirurgen serieus te nemen. „Je moet als organisatie altijd kritisch naar jezelf kijken. Er zullen in het weekend en ’s avonds vaker specialisten op de intensive care werken als hun patiënt er ligt.”