In dienst van de Zuidpool

Vandaag is het honderd jaar geleden dat de Noor Roald Amundsen als eerste de Zuidpool bereikte. Geheel volgens plan. Er was niets fout gegaan omdat er niets fout kòn gaan.

Hij won, hij won verdiend, maar hij kreeg niet de eer die hem toekwam. Korter is de reis die Roald Amundsen op 14 december 1911 op de Zuidpool bracht niet samen te vatten. Hij en zijn vier Noorse expeditieleden waren de eerste mensen die de ijzige vlakte rond 90 graden zuiderbreedte betraden. Ze kwamen er op zelfgemaakte ski’s, gekleed in zelfgemaakte poolkleren van zeehondenvellen, rendierhuid en wolfsbont. Met zelfgemaakte sleden die door honden werden getrokken. Ze leefden op een rantsoen van vleessaus (pemmican), scheepsbeschuiten, melk en chocolade, dat ze zelf hadden samengesteld en toebereid.

Op 14 december 1911 werd de laatste onontdekte uithoek van de wereld bereikt. Ernest Shackleton was er drie jaar eerder al dicht in de buurt gekomen en Robert Scott was zelfs, met vier kameraden, nog onderweg. De Britten waren tot hun afgrijzen door toedoen van Amundsen beland in een race, terwijl ze juist in eigen tempo naar de pool hadden willen gaan. Tijd vrijmakend voor al het geologisch en meteorologisch onderzoek dat ze veiligheidshalve als voornaamste doel van hun reis hadden opgegeven.

Pas op 17 januari arriveerden ze bij de tent die de Noren bij de pool hadden achtergelaten. Ontgoocheld, verkleumd, uitgeput en uitgehongerd, lijdend aan scheurbuik en bevriezingen, zouden ze weken later jammerlijk het leven laten. Maar met hun lijden vergaarden ze eeuwige roem. Tot in de jaren zeventig is de Britse kinderen in meeslepende boeken hun moed en opofferingsgezindheid ten voorbeeld gesteld. De getrainde professionals van Amundsen haalden de Zuidpool zo moeiteloos dat het Amundsen niet is gelukt een spannend verslag van de tocht te maken. Er was niets fout gegaan omdat er simpelweg niets fout kòn gaan. Hij had aan alles gedacht en was op alles voorbereid. Het enige incident dat het verhaal suspense had kunnen geven, een begin van muiterij na een al te vroege start, is buiten de boeken gehouden.

Amundsen (1872-1928) had vanaf zijn vijftiende kalm en vastberaden toe gewerkt naar zijn finale prestatie en op zijn 39ste was het doel bereikt. Alles wat hij tussentijds had ondernomen, levensgevaarlijke winterse skitochten door de Noorse bergen, het behalen van zijn stuurmansdiploma en het werk aan boord van Noorse robbenjagers, had in dienst gestaan van dat uiteindelijk doel – afgezien van het jaar waarin hij vreugdeloos medicijnen had gestudeerd. Als eerste had hij tussen 1903 en 1906 met de kleine Gjøa de noordwestelijke doorvaart tussen de bevroren eilanden van Noord-Canada afgelegd.

Het was een vingeroefening voor de definitieve tocht naar de Noordpool die voor 1911 gepland stond. Hij had daarvoor al de nodige gelden weten los te krijgen, toen in september 1909 plotseling bekend werd dat de Noordpool al wàs ‘veroverd’. Door Cook en Peary, of misschien alleen door Peary. Amundsen liet weten dat hij toch vasthield aan zijn oorspronkelijke plan, maar in het geheim had hij onmiddellijk besloten dan maar naar de Zuidpool te gaan. Dat was net wat Robert Scott ook van plan was – maar Scott had er juist volop publiciteit aan gegeven en wist heel Engeland achter zich.

Er is geen mooier verslag van de strijd tussen Scott en Amundsen dan het boek dat Roland Huntford er in 1979 over schreef. De studie, die nog steeds ‘controversieel’ heet, is voor de patriottische Brit onverteerbaar omdat de inspanningen van Scott er onverbloemd als incompetent gestuntel worden afgedaan, terwijl elk kwaad woord over Amundsen ontbreekt. Het ging mij ook om de rehabilitatie van Amundsen, heeft Huntford later gezegd.

Huntfords analyse is zó gedegen, zó gedetailleerd en zó overtuigend dat de buitenstaander hem graag gelijk geeft: de voorbereidingen en vaardigheden van Amundsen waren superieur. Of algemener: de Noren waren beter dan de Britten, want Amundsen ging door waar Fridtjof Nansen was gebleven. Nansen was de Noorse held die als eerste Groenland overstak en die zich met het, daartoe speciaal ontworpen, schip de Fram in het zeeijs had laten invriezen om drijvende weg bij de pool te komen. Nansen had de Fram aan Amundsen geleend om er mee naar de pool te gaan. De Noordpool wel te verstaan.

Waarom toch naar die Noordpool? Het stond wel vast dat daar niets te vinden was, niet eens land om in bezit te nemen. Zoals er ook eind 1911 op de Zuidpool niets bijzonders gevonden werd. Maar de polen waren, zoals Huntford schrijft, een obsessie geworden. Noren, Zweden, Engelsen, Italianen, Oostenrijkers, Fransen, Duitsers en Belgen verdrongen zich om langer of dichter bij een pool te zijn dan hun voorgangers. De meesten wilden het voor de eer van het vaderland in het algemeen, de Noren om zich af te zetten tegen Zweden, waarvan ze in 1905 onafhankelijk werden. In naam was het iedereen altijd om de wetenschap te doen. En er was haast geboden, want het tijdperk van romantische heroïek liep ten einde. Marconi had zijn radio bedacht, de gebroeders Wright hun vliegtuig en de benzinemotoren werden steeds beter. In 1928 zat Byrd met een vliegtuig, een radiozender en snowmobiles op Antarctica.

In de zomer van 1910 stormden twee expeditieteams naar het zuiden. De Britten op de Terra Nova, de Noren op de Fram van Nansen. Twee dingen hebben de Engelsen Amundsen in het bijzonder verweten. In de eerste plaats vonden ze het gewoon niet sportief dat hij zo stiekem naar het zuiden ging en de nietsvermoedende Scott pas vanaf Madeira per telegram inlichtte. Amundsen had zijn uiteindelijk doel zo lang mogelijk willen verzwijgen: hij had de Fram geleend om ermee naar het noorden te gaan, dan kon Nansen altijd nog naar het zuiden. Ook Nansen informeerde hij niet. Bovendien hadden zijn geldschieters niet geaccepteerd dat hij zijn plannen veranderde.

De hondenkwestie is pijnlijker. In navolging van Nansen had Amundsen besloten dat hij zijn sledehonden, waarvan er tijdens de tocht steeds minder nodig waren, eenvoudigweg aan elkaar te eten kon geven, dat bespaarde voedsel. Uitgeputte honden werden doodgeschoten of doodgeslagen, geslacht en aan de overblijvende dieren (en mensen) voorgezet. Scott walgde van het Noorse systeem. Hij was bij eerdere reizen zo op de honden gesteld geraakt dat hij ze zelfs niet wilde blootstellen aan de te verwachten felle kou rond de pool zelf. In plaats daarvan had hij zijn hoop gevestigd op motorsleden en pony’s uit Mantsjoerije. De motorsleden werkten niet en de pony’s verkommerden. Uiteindelijk hebben de Britten hun sleden zelf moeten trekken, ploeterend op ski’s die niet geschikt waren voor het terrein. In feite kregen ze het skiën nooit onder de knie. De Noren waren stuk voor stuk voortreffelijke skiërs.

Het skiën en het onbarmhartig gebruik van de honden hebben Amundsen de overwinning gebracht. Maar ook in veel andere zaken nam hij de betere beslissing. Hij koos een betere uitvalsbasis, nota bene op drijvend ijs, en maakte zich niet druk over wetenschappelijk onderzoek. Hij had beter materiaal en hij had zijn expeditieleden beter getraind. Ook zijn vastberaden, ‘open’ leiderschap, met democratische trekjes, contrasteerde met het broeierige, besluiteloze optreden van Scott.

Maar gelukkig is Amundsen niet geworden. Na 1911 was hij een man zonder doel in het leven. Zijn expeditie langs de noordoostelijke doorvaart, tussen 1918 en 1920, werd een mislukking. Hij nam nog deel aan wezenloze tochten met zeppelins en vliegtuigen over de Noordpool. Hij verongelukte in 1928 in een poging de Italiaanse zeppelin-pionier Nobile te redden. Hij is nooit teruggevonden.

Karel Knip