In de details is alles bizar

De gevierde Amerikaanse documentairemaker Errol Morris was eerst privédetective. Dat is nog altijd te zien aan zijn nieuwe film Tabloid en aan zijn boek Believing is Seeing, over verraderlijk beeld.

Hoe nauwkeuriger je menselijk handelen beschouwt, des te vreemder het wordt. Op macroniveau lijkt alles nog te kloppen, zijn dingen waarschijnlijk en andere onwaarschijnlijk. Maar wanneer je diep afdaalt in details, wordt alles bizar.

Dat is de gedachte achter de jongste film van zeven minuten van de Amerikaanse documentairemaker Errol Morris, te vinden op de website van The New York Times: The Umbrella Man. Uitgangspunt zijn enkele frames uit het amateurfilmpje van de moord op president Kennedy in 1963. Naast de plaats des onheils staat een man met een zwarte paraplu – opmerkelijk want het was prachtig weer. Had dit verdachte gedrag te maken met de moord?

De vraag is niet nieuw. Ook het antwoord is niet nieuw, want de Umbrella Man meldde zich toen het Amerikaanse Congres in de jaren zeventig met hoorzittingen een vergeefse poging deed twijfels en geruchten over het onderzoek naar de moord de kop in te drukken. De paraplu-man stond daar om te demonstreren – niet tegen de president maar tegen diens vader. Joseph P. Kennedy was de Amerikaanse ambassadeur in Londen toen de Britse premier Neville Chamberlain – met zijn onafscheidelijke paraplu – in 1938 Tsjechoslowakije aan Hitler verkwanselde in ruil voor de later voos gebleken belofte van vrede in Europa. Daaraan wilde de paraplu-man herinneren.

Bizar, inderdaad. Je had het zelf niet kunnen bedenken. Wanneer wij een beeld zien – op film, op foto’s – dan denken we dat we een stukje werkelijkheid zien, waaraan we conclusies en interpretaties kunnen verbinden. Vergeet het maar, zegt Morris: wij zien wat wij willen zien – een verband met de moord in dit geval – en voor de werkelijkheid schiet onze fantasie vaak tekort.

Errol Morris’ dit jaar verschenen boek Believing is Seeing gaat over dit probleem. Om er zeker van te zijn dat we zien wat we zien, en niet wat we geloven, pluist Morris een groot aantal foto’s uit, van in 1855 gemaakte beelden van de Krimoorlog tot en met die van een poppetje van Mickey Mouse tussen het puin van West-Beiroet in 2006. Morris wil álles weten over de foto’s en de achtergronden, zoals een rechercheur die een moord poogt op te lossen. Dat laatste lijkt niet toevallig: voordat zijn filmcarrière in 1978 van de grond kwam met Gates of Heaven – een bizarre documentaire over een begrafenisonderneming voor dieren – verdiende Morris bij als privédetective.

Ieder kind van deze tijd weet dat je met Adobe Photoshop alles voor werkelijkheid kunt laten doorgaan. Maar Morris’ onderzoek heeft niet alleen betrekking op de vraag, of er aan foto’s misschien is gesleuteld, of dat zo’n Mickey Mouse is neergelegd door de fotograaf. Hij onderzoekt met name wat de betekenis is van een beeld voor de toeschouwer, en in hoeverre die strookt met de feitelijke afbeelding. Morris betoont zich bij dit alles positivist: er is maar één juiste betekenis, ook al laat die zich niet altijd achterhalen.

Het spectaculairste onderzoek in Believing is Seeing kennen we al uit Morris’ filmdocumentaire Standard Operating Procedure uit 2008. Het gaat om een van de foto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis bij Bagdad, waarop de Amerikaanse militair Sabrina Harman glimlachend naast een lijk poseert. De foto suggereert sadisme, maar Morris toont aan dat het Harman er om te doen was de misstanden in de gevangenis aan te tonen, en dat zij met de moord zelf niets van doen had. Hij haalt er zelfs een deskundige op het gebied van gezichtsspieren bij, die zegt dat Harmans lach op de foto er niet een van vreugde is, maar een routineuze grijns zoals die nu eenmaal hoort op kiekjes.

Dat niet altijd te achterhalen is welk waarheidsgehalte foto’s hebben, laat Morris’ laatste, nu op dvd verschenen film Tabloid zien. Tabloid behelst het bizarre verhaal van Joyce McKinney. Zij reisde in 1977 uit de VS naar Engeland om haar verloofde terug te winnen, die daar in de Mormoonse zending actief is. Ze spoorde hem op, nam hem mee naar een gehuurd boerderijtje en had drie dagen seks met hem – volgens McKinney vrijwillig. Haar verloofde deed echter aangifte wegens vrijheidsberoving en verkrachting.

De zaak werd breed uitgemeten in Britse tabloid-kranten – ‘Mormoon in handboeien tot seks gedwongen’ – maar al spoedig trad er een scheiding van geesten op. The Daily Express dacht een mooie scoop te hebben met exclusieve interviews met de naar de VS terug gevluchte McKinney waarin deze haar verhaal deed: ondernemende Amerikaanse schoonheidskoningin wilde minnaar uit klauwen van enge sekte redden.

Concurrent Daily Mirror kwam echter met een nog veel fijner verhaal: uit foto’s en uitgeknipte advertenties zou blijken dat McKinney een prostituee met sm-specialiteit was. McKinney, door Morris uitvoerig geïnterviewd, beweert tot op heden dat die foto’s en knipsels trucages zijn. Ze is al een paar keer in bioscopen opgedoken om tijdens de projectie van Tabloid luid van haar ongenoegen blijk te geven. Morris laat het aan de kijker over welke werkelijkheid hij gelooft: de frisse blondine die probeerde om met seks haar verloofde te redden uit de klauwen van een sekte, of de sadistische dame die een man ontvoert en verkracht.

In beide interpretaties is het een bizar verhaal. Maar deze film gaat verder dan die constatering. Het perverse eraan is dat je – door de filmmaker voor de keus gesteld – als kijker onwillekeurig voor de tweede optie kiest, omdat die de spannendste en smeuïgste is. Daar kan de goede indruk die een aardige en goedlachse McKinney in haar interviews maakt niet tegenop. De waarheid is mooi. Maar de waarheid waarin we willen geloven, is nog mooier.

Errol Morris: Believing is Seeing. Observations on the Mysteries of Photography. 310 blz. Penguin Press, New York.Tabloid. An Errol Morris love story. (Op dvd verschenen in de Verenigde Staten, regio 1-dvd).Umbrella man is te zien op de websitenytimes.com