'Higgs' is misschien bijna gevonden. Of niet

TOPSHOTS A graphic showing traces of collision of particles at the Compact Muon Solenoid (CMS) experience is pictured with a slow speed experience at Universe of Particles exhibition of the the European Organization for Nuclear Research (CERN) on December 13, 2011 in Geneva. Scientists at the CERN believe they have identified the location of the Higgs boson, a elusive subatomic particle that is thought to be a basic building block of the universe. AFP PHOTO / FABRICE COFFRINI AFP

Geen champagne. Wel veel vertrouwen in de meetresultaten. De presentatie van de ‘belangrijke stap in de zoektocht naar de Higgs’ gisteren was troebel. Was het Higgsdeeltje, die heilige graal van de deeltjesfysica eindelijk gevonden? Nee. Waren de deeltjesfysici enthousiast? Ja.

„Het is een mooi kerstcadeautje, maar het kan ook weer afgepakt worden”, zeiden fysici op het Cern, het Europees instituut voor deeltjesonderzoek bij Genève.

Terecht, die voorzichtigheid, vonden oude rotten. Want het is vaker gebeurd dat een sterke aanwijzing voor een nieuw deeltje later weer als sneeuw voor de zon verdween. Juist daarom gelden strenge eisen voor het claimen van een ontdekking: de kans dat het resultaat het gevolg is van toeval, van ‘ruis’, moet kleiner zijn dan 1 op een miljoen.

En zover is het dus nog niet. Het is een hoopvol tussenresultaat, zeggen de fysici, in een zoektocht die al 47 jaar duurt. Zo lang is het geleden dat Peter Higgs, theoretisch natuurkundige van de universiteit van Edinburgh, en nog een stel fysici het bestaan van dit deeltje voorspelden.

Het Higgsdeeltje moet verklaren waarom sommige elementaire deeltjes massa hebben. Elektronen bijvoorbeeld, en protonen en quarks; de bouwsteentjes die samen de materie vormen waaruit sterren bestaan, planeten, de aarde, mensen, bomen, dieren en motorfietsen. Het deeltje zou de kroon zijn op het Standaard Model dat al die deeltjes beschrijft.

Duizenden fysici hebben in de loop van de jaren energie gestoken in de jacht op de Higgs. Door de grote LHC-versneller van Cern te bouwen, die het deeltje tevoorschijn moet toveren. Door twee enorme meetapparaten (ATLAS en CMS genoemd) in elkaar te schroeven die het deeltje vervolgens moeten registreren. En door daarna met supersnelle computers de massale hoeveelheid meetgegevens uit die meetapparaten door te vlooien.

„Volgend jaar weten we of de Higgs echt bestaat. Of niet”, zegt Stan Bentvelsen, die de Nederlandse deelname aan het ATLAS-experiment leidt. Hij laat een grafiek zien op zijn laptop. „Kijk, spot on.” Enthousiast.

Is het een pr-strategie om een resultaat de wereld in te sturen dat zoveel nuancering behoeft? Moet het beduiden dat de investeringen in Cern heus wat opleveren? Nee, vinden de fysici op Nikhef. Als duizenden mensen aan experimenten meewerken, lekt het nieuws toch wel uit – kijk naar de geruchtenstroom. „Zo kunnen we het tenminste op de goede manier brengen.”

Meer over de Higgs: pagina 16