Het dilemma van de Telefoonvalkuil

Een vriendin van mij bevond zich al een tijd met iemand in het schimmige gebied van de afspraakjes: ze hadden een paar keer samen gegeten, ze hadden een paar keer samen gezoend en ’s avonds stuurden ze lieve berichtjes naar elkaar. Toch begon de vriendin steeds meer te voelen dat er iets ontbrak: ze was niet verliefd. Zodra je merkt dat je niet verliefd bent, dat er ook geen klein waakvlammetje/wolkje feromoon aanwezig is, is het moeilijk om lieve berichtjes te blijven sturen. De vriendin bedacht dus: we kunnen er beter mee ophouden.

Als je je nog in het gebied van de afspraakjes bevindt, is het niet gemakkelijk om te bedenken hoe je zo’n pril contact het beste kan beëindigen. Je bent voorbij het punt ‘niets meer laten horen en vurig hopen dat je diegene gewoon nooit meer tegen komt bij de broodafdeling van een supermarkt’, maar je wil het ook niet al te zwaar maken („Hoi, ik denk dat je toch niet de ware bent.” „Wat bedoel je?” „Nou, dat ik maar niet verliefd word.” „Wa… Verliefd? Wat zeg je nou, verliefd? Wij doen toch gewoon een beetje aan lalala-leuk-zolang-het-duurt-seks? Haha, verliefd, stel je voor.”) Uiteindelijk besloot de vriendin dat ze graag een afspraak wilde maken, om het vervolgens te kunnen vertellen. En stuitte daarmee op een probleem: het dilemma van de Telefoonvalkuil.

Het werkt zo: iedereen kent de eerste regel van de Beschaafde Uitmaaketiquette: je mag het nooit uitmaken via de telefoon. De ander kan net op het punt staan een druk, potentieel dodelijk kruispunt over te steken, of op bezoek zijn bij z’n dictatoriale moeder die hem altijd pest met zijn mislukkingen – het uitmaken via de telefoon is koud en bikkelhard. Toch zal je iemand wel moeten bellen om een afspraak te maken. Waarna er in theorie vaak dit gebeurt:

„Hoi, kunnen we een afspraak maken? We moeten praten.”

„O, waarover dan?”

Of:

„Hoi, kunnen we een afspraak maken? We moeten praten.”

„Wat, wil je het uitmaken ofzo?”

Ziehier de Telefoonvalkuil: wat moet je in zo’n geval doen? Een antwoord geven staat gelijk aan het tóch via de telefoon uitmaken, waardoor iemand jou voor eeuwig als een kil en hartvochtig mens beschouwt, of wordt overreden door een vrachtwagen. Toch is het ook niet echt mogelijk om eromheen te draaien. Zinnen als: „Nou… dat houden we nog even als verrassing, oké?” of „Voor jou een vraag, voor mij een weet!” werken echt alleen als je iemand een retourtje Disneyland Parijs gaat aanbieden. Waardoor je alleen maar kan hopen dat iemand jouw poging zal begrijpen en op een gevreesde zin als „we moeten praten” slechts antwoordt met „oké”.

De vriendin heeft de jongen uiteindelijk toch opgebeld en gevraagd of ze konden afspreken. Hij antwoordde met „oké” – de Telefoonvalkuil is hen gelukkig bespaard gebleven.

Renske de Greef

Lees eerdere columns van Renske de Greef via nrcnext.nl/renske

    • Renske de Greef