Groenink moest vier jaar wachten op zijn gelijk

Had ABN Amro in 2008 de kredietcrisis overleefd? En had ons dat 30 miljard gescheeld? Een Brits rapport over ABN Amro eigenaar RBS biedt aanknopingspunten.

Beschaafd bekvechten over miljardenverliezen bij ABN Amro. Als heren onder elkaar natuurlijk. Het zijn de eerste weken van 2010. Toenmalig minister van Financiën Wouter Bos, president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank, beleggersvoorman Peter Paul de Vries alsmede het duo Rijkman Groenink en Wilco Jiskoot, tot eind 2007 respectievelijk bestuursvoorzitter en topzakenbankier van ABN Amro verschijnen voor de parlementaire onderzoekscommissie De Wit.

De commissie onderzoekt de kredietcrisis van 2008. De overname van ABN Amro in 2007, met 71 miljard euro de grootste allertijden in zijn soort, is een van de onderwerpen. ABN Amro wilde zelf fuseren met de Britse Barclays. Een consortium van drie andere banken bood meer. ABN Amro werd vervolgens opgebroken.

De drie opkopers, Royal Bank of Scotland (RBS), het Belgisch-Nederlandse Fortis en de Spaanse bank Santander, zouden het bezuren.

Een jaar later, in oktober 2008, nationaliseert de Nederlandse regering de lokale activiteiten van ABN Amro en Fortis om een ontwrichting van het geldstelsel te voorkomen. De Belgen redden Fortis, de Britten RBS à 60 miljard euro. Santander, is nu de Europese bank met het grootste kapitaaltekort: 15 miljard euro.

Wat zou er van ABN Amro zijn geworden als de bank in 2007 niet was overgenomen door het bankentrio?

Had Nederland zijn 16,8 miljard euro voor de nationalisatie (later opgelopen tot 30 miljard) in zijn zak kunnen houden, bijvoorbeeld?

Een deze week gepubliceerd onderzoeksrapport van 452 pagina’s van de Britse financiële toezichthouder FSA, de Financial Services Authority, over de bijna-ondergang van RBS biedt uitkomst. Met de kennis van nu kun je zeggen: enkele sprekers hadden geluk dat zij bij de commissie De Wit niet onder ede stonden. Wat was toen hun verhaal?

De Vries: „Ik kan u wel zeggen dat RBS op de zakelijke activiteiten van ABN Amro zo’n 20 miljard verlies heeft geleden.”

Groenink: „ABN Amro zou met de hoogste solvabiliteit van alle grootbanken ter wereld de crisis ingegaan zijn. (...) Ik denk dat de 30 miljard die de Nederlandse Staat nu op tafel gaat leggen voor de combinatie ABN Amro niet was uitgegeven.”

Wellink:„Er waren voor vele miljarden aan problemen bij geavanceerde producten, ook bij ABN Amro. Ik mag daar geen detailinformatie over geven (...). Maar zo rooskleurig als de heer Groenink het voorstelde, was het naar mijn oordeel als toezichthouder bepaald niet.”

Jiskoot: „Ik heb nog wel eens mensen gesproken die langer binnen die bank hebben gezeten dan ik. Ik denk dat die allemaal van mening zijn dat onze verliezen wellicht een aantal miljarden zijn geweest, maar die 20 miljard kan ik totaal niet plaatsen.”

Bos: „Wellink heeft in zijn verhoor van vandaag gezegd dat hij uiteraard niet te veel details mocht geven, maar dat het wel zo was. Ergo, degene (Jiskoot; red.) die binnen die bank bestuurlijk verantwoordelijk was voor bepaalde balansposten, kende niet het risico op die posten, want hij wist niet dat daarop nu zo’n verlies moest worden afgeboekt.”

Het FSA-rapport laakt het beleid dat zij als financiële toezichthouder zelf heeft gevoerd: te slap. Het rapport laakt het optreden van directieleden en commissarissen van RBS die zonder adequaat boekenonderzoek hun gang gingen. Het was een gok, zegt de FSA, en bevestigt met die typering de verwording van de financiële wereld tot gokpaleis. Tot het casinokapitalisme. De beleggers die de overname massaal steunden krijgen ook een veeg uit de pan.

Uit de passages over de rol van de FSA doemt wereldvreemdheid op. In Nederland paste toezichthouder De Nederlandsche Bank de strengste maatstaven ooit toe om de positie van de spaarders van ABN Amro zo goed mogelijk te verzekeren. Maar in Londen hoefde de FSA niet eens fiat te geven aan RBS voor deze record brekende overname. Je krijgt zelfs de indruk dat ze niet goed begrepen waar die Hollanders bezielde.

Het rapport probeert de bronnen van de desastreuze verliezen op een rij te zetten. Boosdoener één: de premies (40 miljard euro) die RBS had betaald voor de banken die zij had gekocht – behalve ABN Amro, namen de Britten jaren eerder al enkele banken in de VS over.

Tweede boosdoener: verliezen in financiële handel. RBS was een grote partij op de financiële markten, inclusief rommelhypotheken. Bij de overname van ABN Amro nam RBS dan ook deze afdelingen over, waar toenmalig ABN Amro-bestuurder Jiskoot de scepter had gezwaaid. Toen de markten in 2008 en 2009 instortten leed RBS met name op de obligatiemarkten zware verliezen. De obligatieverliezen van bijna 15 miljard euro zaten voor tweederde bij RBS en voor eenderde bij ABN Amro.

Per saldo had RBS ook zonder de ABN Amro-overname bij de overheid moeten aankloppen, oppert de FSA. In het publieke domein bleef de 20 miljard verlies van ABN Amro hangen. Dat klopt niet. Groenink en Jiskoot zaten het best met hun verliesschattingen. Dat versterkt Groeninks conclusie bij de commissie De Wit. Bij een ‘Nee’ tegen het consortium was de keus op Barclays gevallen. Dat „had waarschijnlijk niet geleid tot substantiële staatssteun. Barclays heeft het zonder staatssteun gered.”

    • Menno Tamminga