Gevoelige macho Holmes

Sherlock Holmes. A Game ofShadows. Regie: Guy Ritchie. Met: Robert Downey Jr., Jude Law, Noomi Rapace, Stephen Fry. In: 100 bioscopen. ***

Sherlock Holmes is een weinig voor de hand liggende filmheld voor deze tijd, want hij is door en door rationalist, terwijl de populaire film juist volledig wordt gedomineerd door fantasy, superhelden en occulte verschijnselen als vampiers. De eerste Holmesfilm van de Britse regisseur Guy Ritchie twee jaar geleden had daarvoor een aardige oplossing door Holmes te laten strijden met een slechterik die een incarnatie van de duivel leek, maar waarbij toch een aardse verklaring bleek te bestaan voor diens fratsen. Zo werd de schepping van Arthur Conan Doyle niet volledig geweld aangedaan, en ontstond toch een blockbuster met hitpotentie, mede omdat Holmes in deze incarnatie niet alleen een geestelijke maar ook een fysieke krachtpatser van formaat is.

Zo creatief is opvolger A Game of Shadows niet. Hier duikt Holmes’ oude tegenstrever professor Moriarty op, die de wereld in een grote oorlog wil storten, om rijk te worden van de wapenhandel. De gemoderniseerde Holmes is een soort victoriaanse variant op Brad Pitt in Fight Club: een man die zich zo verveelt in de victoriaanse beschaving, dat hij zich nog liever lens laat staan in een gevecht met blote vuisten. Enigszins in tegenspraak met dat machismo is dat deze Holmes een man is met gevoelens – vooral voor zijn trouwe kameraad, Dr. Watson (Jude Law). De erotische ondertoon van hun diepe vriendschap kantelt hier regelmatig naar pure camp; zeker als ook nog eens de broer van de grote speurder opduikt, gespeeld door Stephen Fry, die zijn broertje Sherlock consequent aanspreekt als ‘Shirley’.

De makers nemen hun film niet te serieus. A Game of Shadows is puur vermaak – gemaakt om vrijwel meteen weer te vergeten, maar onderhoudend. Omdat de eerste film een hit was had Ritchie de beschikking over een groter budget (naar schatting 140 miljoen dollar, 50 miljoen dollar meer). Hij kon zo meer doen op locatie en was minder aangewezen op ongeloofwaardige computeranimaties, zoals in de eerste film. Ook zijn neiging om de kijker te willen verbluffen met slowmotion en montagetrucjes heeft hij beter in de hand.

Peter de Bruijn

    • Peter de Bruijn