'Geen blauw meer'

Vijf velletjes met zijn laatste notities resten er van hem, Jos van Langen, journalist van De Tijd in de jaren dertig. Ze liggen op een tentoonstelling in het Persmuseum in Amsterdam met 54 andere topstukken uit de collectie. Het museum vroeg een aantal publicisten bij zo’n stuk een stukje te schrijven voor een jubileumboek (# 55 Topstukken!) Zo hoorde ik voor het eerst van Jos van Langen.

Zijn lot overrompelde me toen ik die vijf velletjes in hun geplastificeerde mapjes mocht bekijken. Dit was het kortst denkbare verslag van iemands laatste seconden. Het was omstreeks 12.30 uur op zaterdag 20 juli 1935 en Van Langen zat in een vliegtuig boven Zwitserland dat reddeloos neerstortte. Het enige wat hij nog kon doen, was noteren. Op die velletjes in zijn verslaggeversboekje met de stijve bruine omslag.

Van Langen was pas 25 jaar, afkomstig uit Purmerend en een ambitieuze redacteur buitenland van het katholieke dagblad De Tijd. Hij ging op 5 juli op vakantie naar Italië, een reis waar hij zich als vroom katholiek erg op verheugd had. Het was zijn tweede reis naar Rome, maar zijn eerste langeafstandsvlucht. Het was een toestel van de KLM, een DC-2 Douglas genaamd ‘De Gaai’.

Alles verliep naar wens. De vlucht naar Milaan, het verblijf in Rome waar hij de pauselijke zegen kreeg, de treintocht naar Assisi en weer naar Milaan voor de terugvlucht. Jo Haen-van Langen, een nicht, heeft de feiten uitvoerig opgetekend in het blad Historisch Purmerend.

De enige dissonant tijdens de reis door Italië was de tyfus die in Rome heerste. „In verband daarmee had hij ’s morgens drie pillen ingenomen”, schrijft Jo. „Tienduizenden mensen schenen bedlegerig te zijn en het aantal doden zou iedere dag tien bedragen. Al het voedsel werd gekookt, ook het fruit. Zo at hij zelfs gekookte kersen!”

We weten het ook omdat Van Langen een geboren journalist moet zijn geweest – hij noteerde uitgebreid wat hij meemaakte. Ook toen hij zaterdag 20 juli om 11.56 met ‘De Gaai’ opsteeg van het vliegveld van Milaan voor de vlucht naar Frankfurt, begon hij meteen te noteren.

„Milano 20/7 – 12 uur slaat de klok in De Gaai – met 10-tal passagiers, meest Hollanders – Drijvende wolken – ‘De Tijd’ brengt ons op de hoogte van het ongeluk van ‘De Maraboe’, nadat een medepassagier ons op de hoogte had gebracht van de ramp van zondag jl. – Een Wees Gegroet en een schietgebedje tot Sint Christoforus geven vertrouwen – al gauw boven de wolken.”

Dit behoeft enige wrange toelichting. In het KLM-toestel lag kennelijk zijn krant De Tijd, waarin melding gemaakt werd van het vliegtuigongeluk dat eerder die week met het KLM-toestel ‘De Maraboe’, ook een DC-2, was gebeurd. Bij een noodlanding in Iran waren de inzittenden ternauwernood aan de dood ontsnapt. Drie dagen eerder was het KLM-toestel ‘De Kwikstaart’, een Fokker, kort na de start op Schiphol tijdens een noodlanding verongelukt: zes doden.

Het schietgebedje tot Sint Christoforus heeft Van Langen niet lang respijt gegeven. Kijkend op de hoogtemeter voor in de passagierscabine noteerde hij opeens: „Regen klettert – geen blauw meer – regen – half een – knal – dalen snel – 4000 – 3800 – 3200 – sneeuw – 3000 – 2800 – 2500 – 2400 – vlak over toppen – bliksem – 2100”.

Einde.

Onweer en regen hadden de piloot in een dal het zicht ontnomen, de noodlanding bij de San Bernardinopas mislukte. Alle dertien inzittenden stierven.

    • Frits Abrahams