Failliet

Avilés, een grauwe stad in Spaans Asturië, hoopte op een wedergeboorte met een spectaculair kunstcentrum.

Maar na een jaar is het geld op en de politiek gekanteld.

Los créditos son los siguientes: Tato Baeza / Palau de les Arts Reina Sofía.

Het kostte 43 miljoen euro. Het werd ontworpen door een wereldberoemde Braziliaanse architect en het geniet de steun van Hollywoodsterren. Toch heeft het Noord-Spaanse kunstcomplex Centro Niemeyer zondag, nog geen jaar na zijn opening, de deuren gesloten. Het centrum, een ontwerp van de 103-jarige Oscar Niemeyer, is onderuit gegaan door de economische crisis en een hoogoplopend conflict tussen plaatselijke politici.

Het spectaculair vormgegeven complex staat in Avilés, een industriestadje van 90.000 inwoners in de regio Asturië. Zijn hoogovens maakten Avilés tot diep in de jaren tachtig een van de meest vervuilde steden van West-Europa. Ook na het verdwijnen van de staalindustrie hield het stadje zijn grauwsluier. Groot was dan ook de vreugde toen vijf jaar geleden bekend werd dat Avilés zijn eigen cultureel centrum kreeg. Ontworpen door Oscar Niemeyer nog wel. Wat het Guggenheim is voor Bilbao, zou zijn complex voor Avilés worden. Ook Avilés zou zichzelf opnieuw uitvinden als culturele topbestemming.

Het centrum ging dit voorjaar open. Vier gebouwen, steriel wit, op een eiland middenin de rauwe zeehaven. Een enorm auditorium, een toren met horeca, een halve bol als expositieruimte en een laag bezoekerscentrum. In het midden een uitgestrekt plein. Een kant kijkt uit op het historische stadscentrum. De andere zijdes op de rokende schoorstenen van de hoogovens, de fabrieken, de kranen en de zeemond van de haven.

De economische crisis brak uit, bovendien had het Centro Niemeyer zwaar te lijden van een politieke ruzie, met een conflict dat tekenend is voor de staat van de Spaanse kunstensector. Kunstinstellingen moeten door alle bezuinigingen in deze tijd meer private fondsen aanboren en velen slagen hier niet in. Dit maakt ze kwetsbaar voor politieke inmenging in een sector die in Spanje toch al sterk gepolitiseerd is.

Avilés kreeg het centrum als cadeau van de oude Niemeyer zelf. De architect kreeg in 1989 de Premio de Príncipe de Asturias, het Spaanse equivalent van de Nobelprijs. Niemeyer wilde iets terugdoen voor de regio: hij schonk haar een gebouw. De toenmalige regiopresident, een socialist, trok het prestigieuze project meteen naar zich toe.

De door de socialisten aangewezen directeur, Natalio Grueso, wist veel internationale aandacht voor het centrum te vergaren. De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho, de Britse wetenschapper Stephen Hawking en de Amerikaanse filmmaker Woody Allen zitten in de adviesraad. Vooral Allen toonde zich betrokken. Hij kwam hij bij de opening spelen met zijn jazzband. En hij nam enkele scènes voor zijn film Vicky Cristina Barcelona (2008) op rond de vuurtoren even buiten Avilés. Een andere betrokken ster is Kevin Spacey. Hij kwam in Avilés zijn versie van Shakespeare’s Richard III opvoeren in een bewerking van Sam Mendes. En in 2009 kwam Brad Pitt de bouw van het centrum inspecteren. De acteur is een architectuurliefhebber en zou – zo gonsde het – een perceel op het eiland willen kopen.

Met elke Hollywoodster die neerstreek, steeg het zelfvertrouwen van Avilés. De lokale pers beschreef minutieus de route die beroemdheden door de stad liepen, waar ze hun Asturiaanse appelcider dronken, waar ze aten en sliepen. Nooit lieten de burgemeester en regiopresident de kans schieten om handenschuddend met hen op de foto te gaan.

Na verkiezingen in mei dit jaar kwam het regiobestuur in handen van een rechtse partij. Haar leider zette direct vraagtekens bij het centrum. De programmering zou onder de maat zijn en de bezoekersaantallen niet zo hoog als werd beweerd. Er zou met belastinggeld gesmeten zijn. Facturen van dure lunches en van feestjes met grote hoeveelheden gin-tonic lekten naar de pers. Brad Pitt bleek op kosten van de belastingbetaler ingevlogen te zijn met een privéjet.

„Natuurlijk vonden de socialisten het prettig dat het prestige van het Centro Niemeyer op hen afstraalde. Maar dat is voor de nieuwe regering nog geen reden het centrum op deze manier aan te pakken”, zegt Agustín Gutiérrez, eigenaar van een bar om de hoek bij het centrum en actief in een steungroep voor het centrum. „Dit schaadt het imago van onze stad, tot ver buiten Spanje. Voor jaren.”

Gutiérrez en andere middenstanders beleefden dit jaar een topzomer, vertelt hij. Er kwamen vier keer zoveel toeristen, de hotels zaten vol en werden opgeknapt. Er verschenen bordjes met ‘We Speak English’ aan de ruiten van de winkels. „Het centrum was een licht van hoop voor ons”, stelt Gutiérrez bloedserieus.

De socialisten ontkennen alle aantijgingen van wanbeheer en geldverspilling. Ze stellen dat de nieuwe machthebbers het project uit wraak zwartmaken. Het conflict zal waarschijnlijk door de rechter moeten worden beslist. De regioregering heeft in elk geval de subsidie gestaakt en de stichting moet 15 december de sleutels van het centrum inleveren.

De twee kampen in Avilés leven elk met een eigen waarheid en hebben zich diep ingegraven. Op internet wordt gepassioneerd actiegevoerd voor het openhouden van het centrum. Met argumenten die soms weinig meer met kunst te maken hebben. Zo wordt door links regelmatig in herinnering gebracht dat de nieuwe regiopresident als minister steun gaf aan de oorlog in Irak.

De geruchten willen dat de nieuwe president het centrum over een paar maanden wil heropenen, op voorwaarde dat het „Asturiaanser” wordt. Minder internationaal klinkende namen, meer kunst van regionale en Spaanse kunstenaars. Tot zondag exposeerde in het Niemeyer de Amerikaanse actrice Jessica Lange haar foto’s. „Iedereen mag haar misschien kennen als filmster, maar haar fotografie stelt weinig voor. Ze is een middelmatige hobbyist”, zegt de lokale blogger Alfredo Muñiz. Hem bereiken geruchten dat de Masaveus, de rijkste familie van de regio, het centrum een financiële injectie wil geven. In ruil zou zij haar eigen schilderijencollectie mogen tentoonstellen.

Volgens Toni González, een bekend consultant in de Spaanse kunstenwereld, is de affaire-Niemeyer exemplarisch. „Spaanse culturele instellingen zijn na de goede jaren, waarin ruim belastinggeld beschikbaar was, niet meer gewend om private fondsen aan te boren. En al die megaprojecten blijken heel moeilijk rendabel te maken. De crisis maakt deze instellingen extra kwetsbaar voor politieke invloed. Terwijl we die juist moeten proberen af te bouwen.”

Niet onbelangrijk is dat de crisis overal in Spanje rechtse politici aan de macht brengt. „Die zullen andere accenten leggen. Linkse politici dragen moderne kunst een warm hart toe. Rechts is doorgaans wat meer nationalistisch en nostalgisch en grijpt vaker terug op Spanjes gouden eeuw, op de oude meesters. Dat Spanje zich met internationale kunst, zoals in het Niemeyer, op de wereldkaart kan zetten, ziet het niet zo.”

    • Merijn de Waal