De K16-bemanning wordt vandaag herdacht. Nu nog de O13 terugvinden

Nog altijd hoopt de marine dat ook de allerlaatste Nederlandse onderzeeër wordt teruggevonden die in de Tweede Wereldoorlog verdween. Al is sinds 12 juni 1940 niets meer vernomen van de O13 en zijn 34 bemanningsleden. Ze moeten nog ergens op de bodem van de Noordzee liggen. De onderzeeboot raakte zoek tijdens een patrouille naar het Skagerrak, tussen Denemarken en Noorwegen.

Twee maanden geleden was er plotseling goed nieuws voor de nabestaanden van de voorlaatste vermiste Nederlandse onderzeeër. Sportduikers hadden het wrak van de K16 gevonden nabij Borneo, waar de onderzeeër op Eerste Kerstdag 1941 was gezonken bij een Japanse aanval. Vandaag worden de 36 opvarenden in Den Helder herdacht. Het stuurwiel van de K16 is naar Nederland gebracht. Met de vondst zijn zes van de zeven onderzeeërs die in de oorlog zonken terecht.

En nu wordt er gezocht naar de O13. Jouke Spoelstra, bij de marine belast met de speurtocht: „De druk is verder opgevoerd om de O13 te vinden nu de K16 terecht is. Ook omdat de eerste generatie nabestaanden echt op leeftijd raakt.”

De mannen die tijdens de mobilisatie halsoverkop aan boord gingen en nooit meer terugkwamen, hadden kinderen die de 70 inmiddels zijn gepasseerd. „Het achtervolgt hen dat ze niet weten wat er is gebeurd.” Sommige kinderen hebben zelf gedoken naar de boten van hun vaders.

De onderzeedienst van de marine telde voor 1940 bijna dertig boten, hier en bij Nederland-Indië. Enkele daarvan, waaronder de O13, wisten bij de Duitse invasie de Noordzee over te steken. Andere vielen in Duitse handen, of werden vernietigd om dat te voorkomen. De O13 werd vanuit het Schotse Dundee ingezet om de Duitsers te bestrijden, maar verdween op zijn eerste patrouille.

„Het is goed mogelijk dat ze in een Duits mijnenveld terecht zijn gekomen, maar in theorie kan het wrak overal tussen Dundee en Noorwegen liggen”, zegt Spoelstra. De Noordzee is relatief ondiep en drukbevaren, „maar er liggen zo’n 30.000 scheepswrakken. Vindt daar maar eens de juiste.”

Af en toe vinden vissers of duikers een wrak. Als offshorebedrijven een deel van de zeebodem uitkammen, treffen ze ook geregeld resten aan. Wat Spoelstra vooral doet, is de bootschap verspreiden dat Nederland nog altijd op zoek is naar de O13. „Het zou zomaar kunnen dat iemand iets heeft opgevist; bijvoorbeeld een kompas in de kast heeft liggen.” Hij kan dat identificeren.

Ook hoopt Spoelstra volgend jaar een nieuwe zoektocht te ondernemen op het Noorse continentale plat. In 2005 werd een verkenning er verpest door slecht weer en motorpech. „We hebben wel wat objecten aangetroffen, maar niet kunnen vaststellen of het om de O13 gaat.”

    • Emilie van Outeren