‘De demonstrant’ is Time’s Persoon van het Jaar

Een demonstrant op het Egyptische Tahirplein in Cairo: de demonstrant is Time's Persoon van het Jaar. Foto AP / Khalil Hamra

‘De demonstrant’ is Time’s Persoon van het Jaar. De uitverkiezing volgt op een jaar dat wereldwijd bol stond van het protest. De stortvloed aan protesten in 2011 kostte meerdere dictators in de Arabische wereld de kop.

Maar niet alleen de Arabische Lente maakte 2011 tot een historisch onovertroffen jaar van protest. Ook in de Westerse wereld gingen mensen massaal de straat op onder de naam ‘Occupy’. En de Grieken protesteerden hevig tegen de enorme bezuinigingen in hun land. De afgelopen week stroomden bovendien de straten van Moskou en andere Russische steden alweer vol in protest tegen de verkiezing van president Poetin.

Time magazine verklaart zijn keuze voor ‘de demonstrant’ als Persoon van het Jaar als volgt:

2011 was unlike any year since 1989 — but more extraordinary, more global, more democratic, since in ’89 the regime disintegrations were all the results of a single disintegration at headquarters, one big switch pulled in Moscow that cut off the power throughout the system. So 2011 was unlike any year since 1968 — but more consequential because more protesters have more skin in the game. Their protests weren’t part of a countercultural pageant, as in ’68, and rapidly morphed into full-fledged rebellions, bringing down regimes and immediately changing the course of history. It was, in other words, unlike anything in any of our lifetimes, probably unlike any year since 1848, when one street protest in Paris blossomed into a three-day revolution that turned a monarchy into a republican democracy and then — within weeks, thanks in part to new technologies (telegraphy, railroads, rotary printing presses) — inspired an unstoppable cascade of protest and insurrection in Munich, Berlin, Vienna, Milan, Venice and dozens of other places across Europe, as well as a huge peaceful demonstration of democratic solidarity in New York that marched down Broadway and occupied a public park a few blocks north of Wall Street.

Volgens Time magazine, dat jaarlijks de meest in het oog springende persoon van het jaar kiest en daar een heel nummer aan wijdt, begon de opmars van ‘de demonstrant’ al bij de verkiezing van de Amerikaanse president Obama in 2008. Een feel-good protest van jonge mensen noemt het blad de ‘Yes, we can’-campagne van Obama. Vlak daarna stortte de mondiale economie in en barstte de werkelijke protestgolf los.

In de twintig jaar ervoor was demonstreren volgens Time verworden tot romantiek in teksten van rocknummers. Echte rebellie bestond nauwelijks nog. De jaren negentig waren een tijd van grote welvaart en voorspoed. Mensen gingen al lang niet meer de straat op, zoals zij deden in de jaren zestig en zeventig, toen massademonstraties tegen de oorlog in Vietnam aan de orde van de dag waren en revoluties in Portugal en Iran lokale regimes omver wierpen.

Dat soort protesten kwam pas in 2010 en vooral dit jaar in volle hevigheid terug. Heviger nog zelfs. En de demonstraties lijken nog lang geen eind te kennen. De burger heeft de kracht van de massa opnieuw ontdekt. Het artikel in Time sluit daarom af met een citaat van Alexej Navalny, een Russische blogger die vanwege zijn protest vast zit in Moskou. Hij schreef:

“Het is onmogelijk honderdduizenden, miljoenen mensen te slaan en te arresteren. We zijn geen vee of slaven. We hebben stemmen en stemrecht, en we hebben de macht om beiden te behouden.”

Op 24 december staat in Rusland een nieuwe, nog grotere demonstratie gepland.

Time magazine heeft een video online geplaatst, waarin het de keuze voor ‘de demonstrant’ als Persoon van het Jaar uitlegt: